/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/17104747/190726BUI_2034907612_2.jpg)
Op het eerste gezicht lijken het slechts bergen willekeurig gestapelde rotsblokken. De okerrode stenen steken scherp af tegen een strakblauwe hemel.
Maar als de zon begint te zakken, gebeurt er iets wonderlijks. In het strijklicht verschijnen afbeeldingen op de bruinrode rotsen. Een kangoeroe, een emoe, mensfiguren. Eén voor één worden de beelden op het rode tableau getoverd.
„Dit is het grootste openluchtmuseum in de wereld”, zegt Raelene Cooper, een traditionele bewoner van de Mardudhunera-gemeenschap. Hoewel de zon laag staat, is de hitte nog steeds verzengend. De rotsblokken stralen de warmte uit die ze de hele dag hebben opgevangen. Cooper spreidt haar armen wijd uit, alsof ze de rotsen wil omarmen. „Dit is eeuwenoud, heilig gebied. Het is mijn thuis, het thuis van mijn familie en dat van mijn voorouders.”
Met meer dan een miljoen tot twee miljoen petrogliefen verspreid over een gebied van duizend vierkante kilometer is Murujuga, in het noordwesten van Australië, een van de grootste en oudste verzameling rotstekeningen ter wereld. Sommige zijn wel 50.000 jaar oud, van ver vóór de laatste IJstijd.
Raelene Cooper, een traditionele bewoner van de Mardudhunera-gemeenschap, bij een getekende schildpad op een rots. Op de achtergrond is de industrie van het North West Shelf-project te zien.
Maar zodra bezoekers de rode rotsen de rug toekeren, doemt een ander indrukwekkend gevaarte op. Op een steenworp afstand van dit wereldwonder ligt het gigantische aardgasproject van Woodside, de grootste producent van olie en aardgas in Australië. Vanaf boorplatforms in de Indische Oceaan wordt het gas uit de grond getrokken. Via dikke onderwaterpijpleidingen wordt het naar het vasteland getransporteerd. Pal naast de oeroude rotskunst wordt het gas verwerkt en vervolgens als vloeibaar aardgas verscheept. Het is de grootste exportfaciliteit van Australië, met een jaarlijkse exportcapaciteit van 14,3 miljoen ton. Het aardgas gaat grotendeels naar de Aziatische markt, zo’n 15 procent is voor binnenlands gebruik.
Het is zowel letterlijk als figuurlijk een verschil van 180 graden vergeleken met het uitgestrekte rotslandschap. Op het industriegebied staan verschillende stalen fakkelmasten waar af en toe vlammen uit schieten en grote ronde opslagtanks. Een goederenspoorlijn loopt dwars door het gortdroge gebied en vrachtwagens rijden af en aan.
Het project is enorm lucratief. Sinds 2011 pompte de Karratha-gasinstallatie volgens het energiebedrijf meer dan 15 miljard euro in de staatskas via belastingen en royalty’s. Woodside is nu ruim 25 miljard euro waard.
„Het North West Shelf-project zorgt al ruim veertig jaar voor energiezekerheid, het ondersteunt de West-Australische industrie en creëert duizenden directe en indirecte banen”, stelt Anita Logiudice, beleidsmedewerker van de mijnbouwkoepelorganisatie CME, in een verklaring.
Het is volgens de regering dan ook een onmisbaar project voor de Australische economie. In september vorig jaar besloot de verantwoordelijke minister voor Natuur Murray Watt om de verlenging van het project tot 2070 goed te keuren.
Industrie in West-Australië in de nabijheid van de Aboriginal-rotskunst.
Deze beslissing staat deze week ter discussie in een rechtszaal in Melbourne. Tegenstanders stellen ten eerste dat bij de verlenging van het project, waardoor jaarlijks 18,5 miljoen ton vloeibaar aardgas wordt verwerkt, geen rekening is gehouden met de klimaatrisico’s. Daarnaast kijkt de rechter opnieuw naar de bedreiging voor de oeroude rotskunst door de industrie. De vraag is of de uitstoot van chemicaliën de stenen aantast.
Al jaren strijden verschillende belangen om aandacht in dit afgelegen gebied, ruim 1.500 kilometer ten noorden van Perth. Het dunne schiereiland dat uitsteekt in de Indische Oceaan was lang geleden verbonden aan het land. Dat is terug te zien in de tekeningen die de rotsen sieren. Ze werden millennia geleden door de lokale Aboriginal-bevolking in de rotsen gekerfd. Er zijn afbeeldingen te vinden van inmiddels verdwenen dieren zoals de Tasmaanse tijger en voor zover bekend van de oudste weergave van een menselijk gezicht ter wereld.
De universele waarde van deze plek werd vorig jaar bekrachtigd door Unesco, die het gebied toevoegde aan de Werelderfgoedlijst. Oorspronkelijke bewoners hadden jarenlang gelobbyd voor de erkenning als werelderfgoed. Maar twee maanden na de beslissing van Unesco, gaf de Australische regering goedkeuring voor de verlenging van het gasproject met ruim veertig jaar.
Onbegrijpelijk, vinden lokale bewoners zoals Cooper. Op de bergen rotsblokken na is het landschap uitgestrekt en vlak, met slechts enkele plukken droog, geel gras. Ze spreidt haar armen opnieuw als ze in de lokale Aboriginal-taal zingt, het klinkt als een bezwering. „Ik vraag de voorouders om toestemming om hier te zijn en de songlines te laten zien. Het is belangrijk dat ze weten dat we met goede bedoelingen komen.”
Ze vertelt dat de rotstekeningen onlosmakelijk verbonden zijn met zogeheten songlines, die de fysieke en mystieke wereld met elkaar verbinden. Ze zijn bedoeld om toekomstige generaties de weg te wijzen en kennis en informatie te delen, zoals waar water en voedsel te vinden is. De rotstekeningen zijn de weergave van die verhalen, die van generatie op generatie worden doorgegeven. „Wij horen hier thuis, we zijn een onderdeel van dit land. We hebben de verantwoordelijkheid gekregen om de cultuur en de geschiedenis levend te houden”, zegt Cooper ernstig.
Ze draagt een T-shirt met de tekst ‘Save our songlines’ erop, de naam van de actiegroep die ze mede oprichtte en die zich al jaren inzet tegen de industriële ontwikkeling van het gebied. Twintig jaar geleden was haar moeder al actief in de protestbeweging. In die tijd werden de voor Aboriginals heilige rotsen met bulldozers verplaatst en verpulverd. „Ze rukten de rotsen zo uit de munda, de grond. Voor ons voelde dat alsof onze tanden werden getrokken. We weten nog steeds niet precies hoeveel rotstekeningen daarbij verloren zijn gegaan.” Tegenwoordig is de uitstoot van chemicaliën door het nabijgelegen aardgasproject haar grootste zorg. „Je ziet de veranderingen op de rotsen, de kleuren zijn minder scherp dan vroeger.”
De tekeningen van dieren en vissen werden millennia geleden door de Aboriginals in de rotsen gekerfd.
Cooper is niet de enige die gelooft dat uitstoot en vervuiling de eeuwenoude rotstekeningen aantasten. Emeritus hoogleraar Adrian Baddeley van Curtin University was betrokken bij recent grootschalig onderzoek naar de gevolgen van de uitstoot van het aardgasproject op de rotskunst, uitgevoerd in opdracht van de lokale overheid van de deelstaat West-Australië en medegefinancierd door de industrie. Het onderzoek had een enorm budget van 30 miljoen Australische dollar (ruim 18 miljoen euro), zo’n zestig wetenschappers waren erbij betrokken.
„Mijn aanwezigheid bij het project gaf het onderzoek legitimiteit”, stelt Baddeley. Op deze warme dag in Perth, de hoofdstad van de deelstaat West-Australië, draagt de boomlange man een donkergrijs pak. Hij werd bij het onderzoek betrokken als hoofdstatisticus om de onafhankelijkheid, kwaliteit en betrouwbaarheid van data te bewaken.
Hoewel de rotsen er robuust uitzien, zijn ze vrij poreus, legt Baddeley uit. „De rode kleur van de rotsen is slechts een heel dun laagje, een millimeter of twee. Daaronder is de rots grijs.” Daardoor is het aannemelijk dat de tekeningen die in de rotsen zijn gekerfd, worden aangetast door vervuiling in de lucht.
Hij spreekt bedachtzaam. „Als je de stenen onder een microscoop bekijkt, zie je gaten vlak onder het oppervlak. We hebben ontdekt dat de stenen die dichter bij het industriegebied liggen, een hogere porositeit hebben.”
Maar toen de wetenschapper een voorlopige publicatie van het rapport onder ogen kreeg, geschreven door beleidsmedewerkers van de lokale regering, schrok hij. „In de samenvatting, die het meest wordt gedeeld en gelezen, waren onze belangrijkste conclusies aangepast.” Zo stond er dat de schade aan de rotsen iets uit het verleden was, alsof het nu niet meer gebeurt. Ook was een belangrijke grafiek zonder inspraak van de onderzoekers aangepast.
Zijn klachten kregen geen gehoor en hij besloot zich terug te trekken uit het onderzoek. „Ik ben degene die moet beloven dat het onderzoek correct en met de hoogste mate van wetenschappelijke integriteit is gedaan. Ik kon daar niet meer voor instaan.”
Volgens Baddeley is de rol van de deelstaatregering omstreden. „De regering van West-Australië is vrijwel volledig in de greep van de grondstoffenindustrie”, stelt de hoogleraar. Volgens hem verdient de lokale regering miljoenen aan royalty’s die via de industrie binnenstromen. „Veel mensen die een rol hebben in de regering gaan later aan de slag als consultant voor de industrie. Er zijn veel dubieuze connecties.”
Het Murujuga-gebied dat vorig jaar door UNESCO is opgenomen op de Werelderfgoedlijst.
Het sterkt critici in hun overtuiging dat cultureel erfgoed in Australië onvoldoende wordt beschermd als er financiële belangen meespelen. Het doet denken aan een eerder schandaal, ook in West-Australië. Op zoek naar ijzererts blies het mijnbouwbedrijf Rio Tinto in 2020 de Juukan Gorge-grotten op, die een paar honderd kilometer ten zuidoosten van Murujuga liggen. De grotten van ruim 46.000 jaar oud waren belangrijk erfgoed van de Aboriginals. Ook hier was belangrijke rotskunst op de wanden van de grotten aangebracht. Ondanks herhaalde waarschuwingen werd deze heilige plek vernietigd.
Na veel internationale verontwaardiging traden topmannen af en volgde een uitgebreid parlementair onderzoek. Maar traditionele bewoners zoals Cooper vragen zich af of de regering wel lessen heeft getrokken uit die ervaring. „De regering had beloofd dat zoiets nooit meer zou gebeuren. Maar hier gaat het gewoon door, het is zelfs nooit gestopt.”
Cooper is betrokken bij de rechtszaak en gaat met een delegatie naar Melbourne om zich te laten horen. „Ze hebben een stukje van onze ziel afgepakt, onze oeroude geschiedenis. En waarvoor? Geld, winst. Het stemt me diep bedroefd dat onze regering geen vriend is van de Aboriginal-bevolking, ondanks wat ze misschien zeggen.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →