Had Homerus nu geleefd, dan had Odysseus zich per trein verplaatst. Vol goede moed was ik ’s ochtends naar Horst-Sevenum vertrokken. Twintig jaar, een snelbus en vijf keer overstappen later keerde ik terug op Amsterdam Centraal; net te laat om Christopher Nolans nieuwste in de bioscoop te zien.
Maar ach, wie heeft er met het spoor nog schipbreuk en mensenetende cyclopen nodig? De wisselstoring en de kapotte bovenleiding overtreffen Scylla en Charybdis, Wouter Koolmees schittert als wraaklustige Poseidon. ”Neem de auto!”, zingt het sirenenkoor van de VVD. „Kies voor asfalt!” Nét als de vermoeide treinreiziger wil uitstappen om naar de kiss & ride te gaan, wordt het verleidelijke gezang bruut overstemd door de intercom. „Vanwege een technisch defect staan we nog even stil voor het station…”
Thuisgekomen strompelde ik met mijn laatste krachten naar mijn GFT-rolemmer, die ik die ochtend vol snoeiafval aan de straat gezet had en die nu trouw op de stoep op me stond te wachten. Of althans: dat hoopte ik. Waar ik ook zocht, de geleegde kliko was nergens te bekennen. Uiteindelijk vond ik hem twee straten verderop terug, volgestouwd met een reusachtige zak restafval. Het CBS-nieuws dat Nederlanders per persoon per jaar zes kilo minder afval produceren was duidelijk nog niet doorgedrongen tot Amsterdam-Noord.
Mistroostig sleepte ik mijn bezoedelde groenbak naar huis. Buurman Nico, een geboren en getogen noorderling, hielp om de stinkende, druipende zak over te hevelen naar een ondergrondse vuilcontainer. Met z’n tweeën kregen we hem er ternauwernood ingepropt. „Schorem is het”, zei hij hoofdschuddend. „Maar zo is het leven: constant ben je andermans troep aan het opruimen.”
Nico nodigde me uit voor een kop thee. Hij was al wél naar The Odyssey geweest. „Had je niet gedacht zeker, ik een gymnasiumklant?” Prompt begon hij te declameren: „Ik zing u de roem en de lof van Odysseus / Die gozer was uit en de zaak die gong mis thuis – wacht, even de rest zoeken.” Hij haalde een dichtbundel van wijlen Kees Stip uit de kast. „Zijn griet was de beeldschone Penelopeie / daar wouwen een hele schuif vrijers mee vrijen.” En zo ging hij door, strofe na strofe. Homerus bleek het best tot zijn recht te komen in plat Amsterdams: Nolans versie was er hoe dan ook bij verbleekt.
De rest van de avond was gevuld met sterke verhalen, waarin Nico schitterde als man van duizend listen. Hij vertelde over de inbreker die hij eens uit zijn huis verjaagd had, over hoe hij ooit vermomd als André Hazes senior een besloten feest was binnengedrongen en over de keer dat hij ondersteboven was gereden door een ambulance in volle vaart. Bezorgd was de bestuurder uitgestapt om te zien of hij ook mee naar het ziekenhuis moest. Homerisch gelach: „Mij niet gezien, ik blijf mooi uit de buurt van die sirenen!”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →