/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08111530/WEE_2034732477_10-1.jpg)
Na twintig minuten: geen Brankele Frank (39) en na vijfenveertig nog niet. „Ik bel haar”, zegt Tatjana Almuli (35). Zij was maar tien minuten te laat – ze moest thuis eerst even een „hittepreventieplan” in gang zetten voor haar lusteloze kat. We zitten in de lounge van Hotel The Dylan in Amsterdam, want het terras, had de gastheer gezegd, is een braadpan. We drinken flessen water, eten vast een klein garnaalkroketje en om kwart voor één pakt Tatjana Almuli – zwarte jurk met blote schouders – haar telefoon.
Ze kènnen elkaar een beetje, zegt ze. Ze maken allebei een podcast met dezelfde vrouw – Malou Holshuijsen. En ze heeft Brankeles nummer omdat ze eerder dit jaar een foto van haar maakte voor de achterflap van Het grote ontprikkelboek, het tweede boek van Brankele Frank over wat (te) hoge eisen en verwachtingen doen met onze hoofden. Brankele Frank is neurobioloog, schrijver, columnist en podcastmaker. Twee keer kreeg ze zelf een burn-out, de eerste keer was ze 28, bij de tweede 32.
Tatjana Almuli is, naast fotograaf, ook schrijver, columnist en podcastmaker. Zij schreef onder andere Knap voor een dik meisje en Tot lijf gemaakt, over hoe we door diezelfde (te) hoge eisen en verwachtingen onze lichamen maltraiteren. Zij had van haar tiende tot haar achtentwintigste een eetstoornis.
„Nee, het was 12 uur. Niet 13 uur. 12. Ja, echt.”
Binnen het kwartier is ze er, in een groen pak met blote benen, en het eerste wat Brankele Frank doet als ze zit is op haar telefoon de mails doorzoeken of er, zegt ze, überhaupt ooit wel een tijdstip is afgesproken. „Even zeker weten dat het mijn schuld is.” Shit, zegt ze na een poosje. Lacht. „Oké. Sorry.” Tegen Tatjana: „Ik was jouw boek aan het lezen. Heel relaxed thuis, eindelijk een keer een ochtend voor mezelf. Nu heb ik het natuurlijk niet uit.”
Tatjana: „Ik dat van jou ook niet.”
We duwen ze een menukaart in handen en vervolgens is het stil. Denk, denk. Twijfel, twijfel. Steak tartare? Friet erbij? „Ik hou niet zo van friet”, zegt Tatjana. Of Caesar salad? Lekker, maar niet met die garnalen. Vraag of ze kip erbij doen, zegt Brankele en grinnikt: „Toen ik nog op school zat, gingen we bij de McDonald’s expres moeilijk doen om het moeilijk doen. Een Big Mac-menu bestellen maar dan zonder broodje, met extra saus en geen sla en wel …” Vermoeiend, zegt Tatjana: „Echt een diva-tiener.”
Brankele: „Ik ben er heel slecht in. Op elk front in mijn leven en mijn werk. Altijd alle opties open willen houden, ook al weet ik dat het onzin is.”
Brankele: „Toch dat je allerlei dingen niet hebt die misschien leuker en interessanter zijn. Ik groeide op met het idee dat ik een specialisme zou krijgen zoals mijn ouders dat hebben.” Haar moeder is concertpianist, haar vader toneelregisseur. „Ik wachtte tot ik ook gegrepen zou worden door iets. Maar dat gebeurde niet. Dus werd ik consultant. Dat is zo’n beetje het epitome [belichaming] van generalist zijn – alles een beetje, maar niks echt.” Ze was een paar jaar strategieconsultant bij McKinsey. „Later ontdekte ik dat het best een kracht is – in korte tijd je iets eigen maken en dan weer iets nieuws doen. Nu ben ik een generalist qua medium – tv, podcast, boeken, tijdschriften – en een specialist qua onderwerp.”
Brankele: „Ik noem het wetenschapscommunicator. De menselijke conditie vanuit de hersenen verklaren? Nu ik het zo zeg, vind ik eigenlijk dat ik dat niet mag zeggen. Ik ben geen hoogleraar neurobiologie, ik ben niet gepromoveerd.”
De serveerster komt de bestelling opnemen. Het wordt steak tartare, ieder een grote, met friet én sla én een Caesar salad om te delen. Een glas, of nee, een fles Crémant en ijskoffie.
Brankele: „Het was wel mijn verwachting. Leren ging me makkelijk af, het was logisch dat ik ging studeren. Achteraf had ik misschien liever conservatorium willen doen – jazz, zang – maar ik durfde niet. Studeren vond ik leuk. Ik zag mezelf wel promoveren en daarna proberen ergens hoogleraar worden.” Ze deed in Londen EEG-onderzoek naar de vrije wil. „Proefpersonen moesten een knopje indrukken wanneer ze dachten dat ze dat wilden en dan analyseerden wij de hersenactiviteit.” Hersenactiviteit is er éérder dan de wil.
In Parijs deed ze onderzoek naar de werking van antidepressiva op muizen. Ze doet voor hoe ze de muizen doodde om de hersentjes intact uit de schedel te lichten. „Muis grijpt zich vast aan kooitje, jij trekt aan hun staart. Hard. Twijfel je, ben je te voorzichtig, dan breekt hun ruggetje half en lijden ze maximaal.” Ethisch stond ze erachter, de theorie vond ze „superinteressant”, maar de praktijk van in een lab staan en data verzamelen „dodelijk vermoeiend”. Ze heeft geen spijt dat ze is gestopt. „Ik vind het jammer dat ik het niet heb gewild.” Dan had ze een makkelijker pad gehad, zegt ze, een plan. „Ik heb zoveel energie gericht op: wat moet ik in godesnaam doen?”
Wat ik heel erg herken in jouw verhaal, zegt Tatjana, is je niet vastleggen, steeds iets nieuws proberen. Goed voor „je ontwikkeling als mens”, zegt ze, maar ook „doodvermoeiend”. Een freelancer – dat zijn ze allebei – moet altijd alles uit zichzelf halen, zegt ze, en „als je een keer niet goed voelt…”
Brankele: „…moet je duizend opdrachtgevers afbellen in plaats van één.”
Tatjana: „En dan zit je de maand erop kneitervol werk. Ik ben ook een keer overspannen geweest, niet echt burn-out burn-out, maar wel echt een jaar last gehad…”
Tatjana Almuli en Brankele Frank
Tatjana: „Ik ben nooit honderd procent omgevallen. Ik deed nog dingetjes, moest ook wel, want ik heb sinds mijn achttiende geen financieel vangnet meer…”
Brankele: „Dus je bleef nog enigszins functioneren?”
Tatjana: „Maar elke dag huilbuien, constant paniekaanvallen, overprikkeld, angstig, moe, niet in staat tot sociaal contact…”
Brankele: „Klinkt wel redelijk burnie hoor, dit.”
Tatjana: „Het was niet alleen door werkdruk, het was ook een nieuwe stroom rouw om mijn moeder.” Haar moeder overleed toen Tatjana 16 was. Haar vader was naar het buitenland vertrokken, haar broertje, zusje en zij gingen ieder naar een eigen pleeggezin. „Ik had een nieuwe relatie, de vorige van negen jaar was net uit. Ik was 32, 33, ik dacht: ik heb dan wel Nederlands gestudeerd, maar ik heb alleen een bachelor en is dat wel genoeg? Ik wilde misschien wel kinderen, maar kon dat wel?” Weet je wat het is, zegt ze: „Mijn omgeving, bijna al mijn vrienden schrijven boeken, ze werken bij geweldige tech-bedrijven, doen een PhD. Iedereen is mooi, heeft een koophuis, bewust wel of geen kinderen. Het is weird. Je weet dat iedereen worstelt, maar we etaleren ons succes. En je wil geen gezichtsverlies lijden. Niet het sukkeltje zijn dat niet mee kan komen.”
Brankele: „Ik heb een vriendinnengroep van de middelbare school – we zijn met z’n twaalven. Toen iedereen zo eind twintig carrière begon te maken en huizen kocht, was ik ziek.” De eerste burn-out kreeg ze toen ze consultant was bij McKinsey en trainde voor een triatlon. De tweede kreeg ze toen ze hoofd educatie was bij Artis, en haar eerste boek schreef over burn-outs. „Ik heb lang het gevoel gehad dat ik de boot had gemist.”
Tatjana: „Nu mijn boek net is verschenen, en ik voor mijn gevoel 24/7 aan het werk ben, zegt iedereen: Wat gaat het góéd. Terwijl ik diep van binnen misschien…”
Brankele: „….een dag géén plannen zou willen hebben”.
Tatjana: „Niet constant door, door, door. Zo wil ik mijn leven niet spenderen. Maar hoe dan wel?
Brankele: „Toen mijn eerste boek uitkwam [Over de kop, 2023]… Het werd heel goed ontvangen, ik verscheen overal in de media. Drie weken later ging mijn relatie uit. Ik was 36, had geen huis meer, want het was zijn huis, ik had twee Albert Heijn-tasjes met kleren gepakt, de verkeerde kleren, en sliep bij vrienden op de bank. Tegelijkertijd was ik keihard aan het werk als financieel directeur bij een start-up. Vrienden zagen me op tv en zeiden: Het gaat echt supergoed met je. Natuurlijk was ik blij met het succes, maar het voelde alsof mijn leven over was. Niemand zag dat ik me in slaap huilde. Ik kreeg bijna een derde burn-out.”
Brankele: „Het heeft me vijf jaar gekost om dat boek te schrijven, voor hem was dat ook zwaar. Hij wilde het eerder al uitmaken, maar ik zei: ‘Over drie weken moet mijn boek af, dat trek ik niet.’ Ik dacht, als het boek af is, ben ik minder gestrest en dan redden we het wel. Toen had ik het boek ingeleverd en zei ik: ‘Please, niet nu, nu wil ik er even van genieten.”
Tatjana: „Zooo, meegaand hoor, hij.”
Brankele: „We houden veel van elkaar, nog steeds, maar het ging gewoon niet meer. Hij was aan het promoveren in de theoretische filosofie, daar is hij mee gestopt. Hij is zo slim en kan zo veel, maar hij valt net buiten de gebaande paden.”
De fles Crémant komt als eerste. Brankele joelt: „Je brein wist al dat je dit wilde.”
Tatjana: „Ik wil het er wel over hebben, maar niet te lang. Ik ben 35, ik denk dat ik het wil. Maar het moet ook nog lukken, hè. En ik weet nu al dat als ik niet natuurlijk zwanger word, ik niet in aanmerking kom voor een vruchtbaarheidsbehandeling omdat ik dik ben. Voor je kunt zeggen: ‘we gaan het proberen’, moeten aan zoveel voorwaarden zijn voldaan.”
Tatjana: „In mijn bubbel voelt dat wel zo, ja.”
Brankele: „Onze generatie is opgegroeid met het idee dat je alles kunt worden en bereiken als je maar goed genoeg je best doet…”
Tatjana: „Ik heb dat niet meegekregen hoor.”
Tatjana: „Ik kom uit een bijstandsgezin, mijn vader was niet van Nederlandse komaf [hij is Serviër, geboren in Brazilië], mijn moeder heeft niet gestudeerd. Wij leerden overleven. Maar maak je gedachte af…”
Brankele: „Wat ik wilde zeggen… wij kregen mee dat alles mogelijk was. Studeren wat je wil, en als vrouw mag je heus ook nog wel even werken, maar zodra je begin dertig bent is het de bedoeling dat je gewoon kinderen maakt. En als je dat niet doet of niet wil, wordt er op je neergekeken en sowieso heb je wat uit te leggen. Er wordt me trouwens minder vaak gevraagd of ik kinderen wil dan een paar jaar geleden.”
Brankele: „Ja, 39. Drie jaar geleden vond ik het net zo pijnlijk en vervelend als mensen het me vroegen. Het voelde alsof ik al zes jaar van mijn leven bezig had moeten zijn met kinderen willen.”
Brankele: „Ik ben nog nooit wakker geworden met de gedachte: had ik maar een kind. Geen rammelende eierstokken, geen viscerale urgentie zeg maar. Het enige is… ik vind het zielig voor mijn ouders. Ik gun het ze om grootouders te worden. Maar dat is…”
Tatjana: „… geen doorslaggevende reden.”
Brankele: „Nee. Ik ben nu wel op een punt… In m’n eentje wil ik het niet. Laatst was ik aan het daten met iemand, heel leuk, heel verliefd en zo. Na vier maanden bleek dat hij geen kinderen wilde. Toen dacht ik toch: dan wil ik niet door met je. Het gekke is, als ik vrijgezel ben wil ik helemaal geen kinderen. Dus ik heb eerst een relatie nodig…”
Tatjana: „En dat kun je niet afdwingen.”
Brankele: „Mijn moeder was 38 toen ze mij kreeg, 43 bij mijn broertje. Misschien is het wensdenken van mij dat ik denk dat het nog gebeurt. Als wetenschapper vind ik eigenlijk dat ik de biologie niet te veel naar mijn hand moet proberen te zetten. Op populatieniveau is het: sommige mensen krijgen kinderen, andere niet. En zo niet, dan leid je op een andere manier een leuk leven. Ik heb geen spijt dat ik het nooit eerder heb geprobeerd, ik kan alleen jammer vinden dat ik het niet heb gewild, net als met mijn PhD.”
Tatjana Almuli en Brankele Frank
We zijn anderhalf uur verder, de fles bubbels is bijna leeg en als we vragen waar het eten blijft, blijkt – sorry sorry – dat de keuken ons is vergeten.
Tatjana vat even samen waar we het eigenlijk over hebben: „De drang tot zelfoptimalisatie. En de consequentie daarvan: als je faalt, geen relatie hebt, geen geld, geen werk, geen kind, dan voelt dat als je eigen schuld. We zijn elkaars concurrenten geworden: ieder voor zich wil mooier, slanker, gezonder, fitter worden. Want dán, is het idee, worden we vanzelf gelukkiger en lukt alles wél. De mode – en beautyindustrie heeft er voordeel bij als wij onzeker, wankel en onrustig zijn. We dénken dat we uit vrije wil een prikje botox nemen, elke dag sporten en diëten, maar het is de commercie die ons disciplineert en controleert. En wij onderwerpen ons vrijwillig.”
Ze vertelt dat ze naar haar huisarts ging toen ze zich overspannen voelde. „Ik ken hem al heel lang. Hij stak de vaste riedel af: ademhalingsoefeningen, mindfulness, meer rust. En zei hij, wil je niet tóch een maagverkleining?”
Brankele: „Ik vond dat een heel wreed stukje in je boek.”
Tatjana: „Ik zat verder prima in mijn vel. Ik was behandeld voor mijn eetstoornis, ik sportte veel, ik at gezond. Mijn gewicht was op dat moment geen thema in mijn leven. Maar de vooringenomenheid in de medische wereld… Artsen zijn zo.. ”
Als 22-jarige deed Tatjana Almuli mee aan het tv-programma Obese. In tien maanden viel ze bijna zestig kilo af. „Nú gaat je leven pas echt beginnen, zeiden ze tegen me, en ik geloofde dat ook. Terwijl, ik at niet, sportte twee keer per dag, was half overspannen en totaal gefixeerd op mijn uiterlijk.”
Brankele: „Dat soort tv is leedvermaak.”
Tatjana, lachend: „Ik moest voor de camera een eetbui nabootsen. Op bed met een schaal chips, koekjes erbij en dan in een tijdschrift bladeren. Dat is niet hoe een eetbui gaat. Dat ik sinds mijn elfde een eetstoornis had, werd niet serieus genomen. Later, op mijn vijfentwintigste, kwam ik erachter dat ik een genetisch defect heb waardoor mijn honger- en verzadigingsgevoel niet goed gereguleerd is.” Ze gebruikt sindsdien afvalmedicatie.
Brankele: „Ik ging op m’n achtentwintigste naar de huisarts met burnout-achtige klachten. Misselijk, hoofdpijn, vergeetachtig. Hij allemaal testen doen. Zegt hij: niks aan de hand, je bent helemaal gezond. Hoezo was dit de conclusie? Ik wás niet gezond, ik kon de dagen van de week niet in de goede volgorde opnoemen, ik kon niet denken, niet praten, slapen ook niet, maar dat heb ik mijn hele leven al. Op de crèche hielp ik de leidster de andere kinderen in bed leggen..”
Tatjana: „Schattig. En zielig.”
Brankele: „Pas veel later, toen ik in therapie zat, is de psychiater me eens gaan testen op ADHD. Ik zal wel een twijfelgevalletje zijn, dacht ik. Bleek ik drie standaarddeviaties af te wijken van het gemiddelde. Ik ben alleen niet zo’n fan van ADHD definiëren als stoornis. Er is gewoon een normaalcurve… sommige mensen kunnen zich heel goed concentreren, ik alleen als er heel veel stress is.”
Tatjana: „Ik vermoed dat ik ook zoiets heb. Maar ik hoef niet zo nodig aan de..”
Brankele: „Baby-drugs? Ritalin?”
Tatjana: „In mijn jeugd was paracetamol al vergif. Mijn ouders hadden een natuurvoedingswinkel en geloofden in de zelfgenezende kracht van het lichaam. Mijn moeder wilde ook absoluut geen chemotherapie…”
Brankele: „Neem je haar dat kwalijk?”
Tatjana: „Ik vind het wel egoïstisch. Met drie kinderen. Mijn vader was naar het buitenland vertrokken, ze was nog de schulden aan het afbetalen van de winkel die in 2002 failliet ging. Ze stak haar kop in het zand.” Over haar moeder schreef ze in 2023 Ik zal je nooit meer.
Het is half drie als het eten komt. Brankele Frank houdt haar telefoon in de lucht: „Foto!”
Brankele Frank is net terug van drie weken Mexico. Tatjana Almuli gaat een maand naar Thailand.
Tatjana: „Kun jij dat goed? Loslaten?”
Brankele: „Heel goed. Ik ben geen workaholic, dat denkt iedereen.”
Tatjana: „Dat herken ik. Ik kan ook goed loslaten, maar het is wel… Als je ontspant en weinig prikkels hebt, minder prestaties en dus minder beloning… in hoeverre ben je afhankelijk van externe validatie?”
Brankele: „Ik denk zo vaak: voel ik me nu goed omdat het goed gaat met mij, of omdat het goed gaat met mijn boek en carrière?”
Tatjana: „Er komt altijd weer een tijd met minder werk en minder validatie.”
Brankele: „Van mijn eerste burn-out heb ik geleerd me niet te vereenzelvigen met mijn prestaties. Mijn zelfbeeld, mijn eigenwaarde ontleen ik nu aan wie ik ben als mens en niet aan wat ik doe. De ironie is dat ik succes heb gekregen door precies dat te verkondigen. Nu word ik geprezen omdat ik zo kwetsbaar durf te zijn.”
Gek, zegt Brankele tussen twee happen door. „Mensen doen tegenwoordig zoveel meer aan introspectie, we zitten allemaal in therapie, we werken aan onszelf. Tegelijkertijd zijn we meer dan ooit bezig met exterieure optimalisatie, we beautyficeren met ons volle verstand…”
Tatjana: „Dat is toch juist geen tegenstelling? Het uiterlijk mag niet achterblijven bij het innerlijk. Zelfverbetering kent geen eindpunt.”
Brankele: „We worden bionisch.”
Brankele „Botox, gif in een gezond lijf spuiten, dat vind ik zo iets decadents, zo bizar. Fillers, buttlifts, facelifts… Het is stom en treurig én het wordt steeds moeilijker om je ertegen te verzetten. En het treurige is… ”
Tatjana: „…dat de kloof tussen mensen die het wel of niet doen steeds groter wordt.”
Brankele: „Meedoen is zoiets als een airco nemen in deze hitte. Het klimaatprobleem wordt alleen maar groter.”
Tatjana: „Om me heen laten steeds meer mensen hun fronsrimpel doen.”
Brankele: „Ik probeer mijn algoritme op Instagram te leren me alleen mislukte operaties te laten zien.”
Tatjana: „Het slokt je tijd, geld en energie op en je wordt steeds ontevredener.”
Brankele: „Je spiegelbeeld lijkt nooit op je zelfbeeld.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →