Nederland heeft ook in de derde week ná de hitteperiode van eind juni meer sterfgevallen geregistreerd dan verwacht. In de week van 6 tot en met 12 juli was de totale sterfte in Nederland sterk verhoogd. In totaal overleden er naar schatting 3.416 mensen in deze week, 412 mensen meer dan gebruikelijk.
In de drie weken na de hittegolf zijn in totaal 1.323 meer mensen gestorven dan werd verwacht. „Waaraan mensen zijn overleden is niet bekend, maar dat de hitte hierin een rol speelt is zeer aannemelijk”, schrijft het RIVM. De cijfers zijn nog niet definitief. Dat zoveel tijd na de ergste hitte nog steeds mensen overlijden, wijt het RIVM aan „het zogenoemde na-ijleffect”.
Het dodelijke effect van hitte is kort maar hevig. „Voor de sterfte op jaarbasis is hitte niet zo belangrijk. Er is hooguit een beetje extra sterfte in een jaar met veel zware hittegolven. Op korte termijn is het effect wel sterk”, zegt hoogleraar Torsten Kleinow, directeur van het Research Centre for Longevity Risk (RCLR) bij de Universiteit van Amsterdam. Jens Robben, onderzoeker aan het RCLR, vult aan: „Anders dan kou zorgt hitte voor een onmiddellijke piek in de sterfte.”
Bij de hittesterfte zijn de verschillen tussen landen en zelfs tussen regio’s in Europa groot. Waar Nederland twee weken lang (22 juni tot en met 5 juli) een oversterfte had van minder dan 20 procent, was dat in België bijna 50 procent. Voor de Belgische uitschieter is nog geen verklaring bekend, al wijt schrijver David Van Reybrouck die in dagblad De Standaard aan het ontbreken van een consistent hittebeleid. Hij sneert over een politicus die „aan de vooravond van de dodelijkste hittegolf ooit de burgerbevolking” foto’s beloofde van zijn „zwembad, frisse Stella en barbecue”.
Om zicht te krijgen op seizoens- en regioverschillen hebben de RCLR-onderzoekers vorig jaar gekeken naar wat er in een week gebeurt in 550 regio’s in 20 Europese landen. Van elke regio verzamelden ze over de periode 2013-2019 de cijfers over sterfte onder vrouwen van 65 jaar en ouder, over het weer (temperaturen, luchtvochtigheid, wind) en over luchtvervuiling (ozon, fijnstof, stikstofoxiden). Nederland ontbreekt, omdat de onderzochte combinatie van data niet beschikbaar is.
Met de gegevens hebben de onderzoekers voor elk van de 52 weken in het jaar, in elke regio een ‘typische week’ gereconstrueerd – met een basislijn voor de sterfte. Vervolgens hebben ze bekeken wat variaties in luchtvervuiling en temperatuur deden met de sterfte, met zowel een gematigd als een extreem hittescenario. Daaruit bleek dat het effect van de temperatuur op de sterfte veel en veel sterker is dan dat van de luchtvervuiling. „Fijnstof en andere vormen van luchtvervuiling hebben waarschijnlijk vooral een langetermijneffect op de gezondheid”, vermoedt Kleinow.
Hitte én kou hebben in het zuiden – en in mindere mate het oosten – van Europa een vrij sterk effect op de sterfte, zegt Robben: „Meer dan in noordelijk Europa.” De verschillen tussen regio’s kunnen groot zijn. Robben: „In Zuid-Frankrijk en Spanje is het effect van hoge en lage temperaturen duidelijk sterker dan in Noord-Frankrijk.” België lijkt normaal gesproken op Noord-Frankrijk. Onduidelijk is wat het effect is van langdurige hitte op doorgaans koelere plekken, zoals deze zomer – in het Franse Orléans was het bijvoorbeeld zo’n vier weken lang bijna onafgebroken warmer dan 30 graden.
In traditionele studies, zegt Kleinow, berekenen onderzoekers vaak de gemiddelde dagtemperatuur die het minste risico geeft op overlijden: „In Amsterdam is dat pakweg 17 of 18 graden. Komt de temperatuur daarboven, dan neemt in principe het sterfterisico toe.” Maar, zegt hij, een temperatuur van 25 graden is niet echt een probleem: „Zelfs 28 graden niet. De risico’s nemen echt toe boven de 30 graden, en zeker boven de 35 graden zoals in Amsterdam werd gemeten bij de laatste hittegolf.”
Elke sprong omhoog in de temperatuur leidt tot een toename van de oversterfte. In de eerste koele week na een hittegolf ligt het aantal mensen dat overlijdt in de meeste Europese regio’s vaak juist lager dan verwacht. „Dat wijst erop dat mensen al zo kwetsbaar waren, dat bij een aantal van hen het leven met een week of wat is bekort door de hitte”, zegt Kleinow. Het ‘oogsteffect’ wordt dat genoemd. Vooral mensen met hartaandoeningen overlijden vaak tijdens een hittegolf.
In Nederland is een oogsteffect (nog) niet te zien. In de eerste koele week (29 juni tot en met 5 juli) na de hittegolf was de oversterfte ongeveer even hoog als de week ervoor. „Matige hittegolven geven vaker een direct oogsteffect. Ernstige hittegolven hebben een langere nawerking”, zegt Kleinow. „De hittegolf eind juni was heel ernstig.”
Het oogsteffect treedt niet op bij koude. Een duikeling in de temperatuur heeft ook geen onmiddellijk effect op de sterfte. „Kou geeft een meer geleidelijke stijging van sterfte die wat langer aanhoudt”, zegt Kleinow. Tijdens de winter kan griep ook zorgen voor oversterfte. „Daarom hebben we ook gekeken naar griepgolven en de hoeveelheid griepachtige ziektegevallen in Frankrijk”, zegt Robben. Kleinow: „Daarmee hebben we een beredeneerde schatting kunnen maken van het griepeffect op de sterfte, dat kleiner is dan het effect van kou.”
Zijn mensen bijvoorbeeld door hun verwarmde huizen niet gewoon beter gewapend tegen kou dan tegen warmte? Kleinow: „Dat klopt deels, maar niet voor mensen aan de onderkant van het sociaal-economische spectrum.” Arme mensen hebben vaak geen geld om te stoken. Kleinow: „Bij ons vervolgonderzoek gaan we kijken naar dit soort sociaal-economische verschillen bij de effecten van temperaturen op oversterfte.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →