/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01143311/ECO_2034702838_kantine1.jpg)
In de gutsende regen probeert Kailash Shinde (45) orde in de chaos te scheppen. Overal vandaan zijn duizenden lunchpakketten aangeleverd door mannen in regenpakken op fietsen of met handkarren. Als leider van een ploegje dabbawala’s (letterlijk: mannen die dozen dragen) moet Shinde ervoor zorgen dat de pakketten weer bij andere fietsen of handkarren terechtkomen om ze naar de plaats van bestemming te brengen. Kleurige codes helpen daarbij; ook de arme, vaak analfabete mannen die het grootste deel van het werk doen, kunnen ze begrijpen.
Lunchen in een bedrijf in Mumbai – kloppend economisch hart van India – betekent vooral: een lunchpakket laten bezorgen. Een levendige lunchcultuur met commerciële restaurants en goedgeoutilleerde bedrijfskantines bestaat er niet zo. De dabbawala’s spelen al 140 jaar een rol bij die bezorging. Eind negentiende eeuw trokken arme migranten vanuit dorpen in de wijde omtrek naar de stad om een fijnmazig systeem op te zetten. Harvard Business School deed er in 2010 onderzoek naar. De Amerikaanse experts spraken van een „excellent bezorgingssysteem”. De (destijds nog) circa 200.000 lunches kwamen vrijwel altijd op tijd bij de afnemer; een prestatie die nergens ter wereld werd gehaald.
De Harvardstudie maakte de dabbawala’s wereldberoemd. Ook Mumbai pikte er een graantje van mee: geen enkele andere stad heeft zo’n grootschalig en langdurig functionerend bezorgnetwerk. Het systeem oogt vrij simpel. De lunchpakketten worden om 11.00 uur opgehaald bij de huizen van de werknemers en bij gespecialiseerde kleine huiskamerrestaurantjes. Thuis is de maaltijd vers gekookt door echtgenote, moeder of huishoudster; de restaurantjes worden vaak gerund door vrouwen die eerder zo thuis zijn begonnen. De ongeveer 4.500 dabbawala’s brengen de pakketten naar verzamelpunten als die in Dadar, waar Shinde is gestationeerd. Dan gaat het verder op de fiets, in de trein, of domweg lopend met handkar naar de bestemming.
Dat dit steeds weer op tijd lukt, vertellen Shinde en zijn collega Kailash Muke (51), komt doordat de bezorggebieden in kleine partjes zijn verdeeld. De dabbawala’s nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen zone. Als er iets misgaat – fietsband lek, trein komt te laat, bezorger wordt ziek – lossen de dabbawala’s het zelf op. Er is een grote solidariteit van mensen die elkaar vaak al uit het dorp of via familie kennen. „We zijn broeders die elkaars lief en leed, winst en verlies delen”, aldus Shinde. Ze hebben zich in coöperatief verband georganiseerd en verdienen grotendeels hetzelfde. Shindes salaris bedraagt ongeveer 25.000 roepies per maand (230 euro), weinig voor het leven in een dure stad als Mumbai. Veel bezorgers hebben er daarom een baantje naast. De kantoormedewerker die een bezorgdienst wil afnemen, betaalt 700 tot 1.500 roepies per maand, afhankelijk van de frequentie en afstand.
Akib Selot en Naveen Henith aan de lunch in de kantine van Dextrus.
Naveen Henith (30) en Akib Selot (32) zijn al enkele jaren enthousiast ‘lid’ van de bezorgservice van de dabbawala’s. „Zij zorgen ervoor dat ons eten, dat door een bekende is gekookt, vers blijft en altijd op tijd wordt bezorgd”, zegt Henith, die al zes jaar zijn lunch via de dabbawala’s betrekt. Selot is drie jaar klant.
Henith is fondsmanager bij Welpun, een Indiaas miljardenbedrijf met beleggingen over de hele wereld. Selot vervult de functie van communitymanager (gasten opvangen en begeleiden) bij Dextrus, een bedrijf dat ruimtes verhuurt zoals een ‘coworkers-cafetaria’. Alle werknemers van de zesde verdieping kunnen hier tegen een kleine vergoeding hun middagmaal nuttigen. Koffie- en theeautomaten, een magnetron, servieskast en bar met water helpen daarbij. Honderdduizenden andere werknemers elders in de stad nuttigen hun lunch meestal in betrekkelijk kale, functionele ruimtes van het eigen bedrijf, zoals te zien is in de film The Lunchbox (2013). Voor de lunch wordt meestal 30 tot 60 minuten genomen, meestal rond 13.00 uur.
Voor Henith schaft de pot vandaag onder meer chapati (platbrood) en ei met curry; Selot schept gekruide linzen uit zijn Tupperwarebakje. „Mijn eten moet een ziel hebben”, zegt Henith plechtig. Het moet vers en gezond zijn, en bereid door iemand die hij kent. „Het moet een human touch hebben”, beaamt Selot. Zijn moeder kookt al drie jaar zijn lunch. „Ik vind het fijn dat het door iemand gebeurt die ik vertrouw en die weet wat ik lekker vind.”
Een traditionele huisgemaakte lunch, zoals talrijke werknemers in Mumbai die dagelijks door dabbawalas laten bezorgen.
Hoe geliefd ook, het traditionele dabbawalasysteem staat onder spanning. Met name het model van vrouw-kookt, man-werkt heeft z’n beste tijd gehad, doordat veel vrouwen zelf zijn gaan werken, ziet Henith. „Al zijn er nog steeds veel gezinnen die het wel zo doen.”
Ook thuiswerken rukt op, vooral sinds de coronacrisis. Dat maakt lunchbezorging overbodig. Het aantal cliënten van de dabbawala’s is daardoor afgenomen. Van de 200.000 twintig jaar geleden zijn er vermoedelijk niet meer dan enkele tienduizenden over.
Er zijn ook belangrijke aanpassingen. De traditionele tiffins van thuis – stijf op elkaar gestapelde metalige schaaltjes om smaak en geur te behouden – maken plaats voor moderne verpakkingen, ziet Henith. „Kijk hier, mijn lunch zit in een kartonnen doosje, met een dabbawala met een tiffin erop afgebeeld. Maar dit is wel veel lichter voor de bezorgers, zeker als je er twintig of dertig tegelijk aan je fiets hebt hangen.”
Dabbawalas wisselen tiffins met elkaar voordat ze aan hun dagelijkse bezorgronde beginnen.
Op de regenachtige verzamelplaats van de dabbawala’s zien voorman Shinde en zijn collega Kailash Muke andere risico’s. Hij en zijn collega’s krijgen in toenemende mate concurrentie van commerciële bezorgdiensten in de stad, zoals Zomato en Swiggy. Ook wordt het moeilijker betrouwbare opvolgers te vinden. Kinderen van de dabbawala’s hoeven volgens hen niet meer zo nodig in een familietraditie te staan. Die kiezen liever een beter betaald beroep, waarbij ze het lunchpakket bezorgd krijgen in plaats van dat rond te brengen. „Maar zelf”, zegt Shinde stellig, „wil ik dit werk nog minstens vijftien jaar blijven doen.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →