/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/20071300/data88311447-47d2b1.jpg)
Het is tijd FVD een extreemrechtse partij te noemen. Dat stond in de kop van een analyse die NRC op 25 juni publiceerde. Vijf politicologen met verstand van extreemrechts hadden zich op verzoek van NRC-redacteuren Wilmer Heck en Guus Valk gebogen over de vraag welke Nederlandse politieke partij of partijen als ‘extreemrechts’ betiteld kunnen worden. Vier van hen zeiden volmondig dat dat voor Forum voor Democratie geldt; de vijfde vond labelen niet zinvol. De voornaamste criteria voor dat etiket: een ideologie die antidemocratisch is, met als elementen racisme, denken in termen van een autoritaire staat en ‘vijanden’ van een natuurlijke orde, en het niet afwijzen van geweld.
„Ook al doen ze mee in de parlementaire democratie, in de basis verwerpen ze de beginselen van die democratie”, zei Léonie de Jonge, hoogleraar rechtsextremisme-onderzoek aan de Universiteit van Tübingen, over FVD in het artikel. De experts tekenden aan dat ook radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV, JA21 en Groep Markuszower, in stijl en boodschap meer en meer op extreemrechts lijken.
De deskundigen deden ook een beroep op de journalistiek. Een extreemrechtse partij is volgens hen „mogelijk gevaarlijk voor de democratische rechtsorde, en daar moeten politiek en media zich bewust van zijn”.
In recente opiniestukken nemen politicologen duidelijker stelling over die journalistieke benadering. De Jonge en Simon Otjes pleitten in maart na de gemeenteraadsverkiezingen in NRC voor „isolatie” van extreemrechtse standpunten, een „cordon sanitaire”. Op journalistiek platform Villamedia stelden De Jonge en vijf andere experts ongeveer datzelfde. In juni ging de linkse filosoof Chris Julien in een opiniestuk in NRCs verder: de kop luidde dat media „geen woord” meer over uiterst rechts moeten schrijven.
De kwestie hoe om te gaan met extreemrechts heeft meer gewicht gekregen. Rechts van de VVD is een stabiel blok gegroeid van bijna een derde van de Kamerzetels. Uit het recente Nationaal Kiezersonderzoek bleek ook dat de uiterst rechtse kiezer radicaliseert, FVD-kiezers voorop. Een kwart van de FVD-kiezers vindt dat de democratie zo slecht functioneert, dat die met geweld omver mag worden geworpen. Binnen de FVD worden extreemrechtse ideeën steeds openlijker geuit. Fractieleider Lidewij de Vos nam met Europese extreemrechtse kopstukken deel aan een ‘remigratietop’ in Portugal, op FVD-kandidatenlijsten voor gemeenteraden stonden politici met banden met extreemrechtse groeperingen. De Vos’ voorganger Thierry Baudet zei vorig jaar dat het „niet zo erg” zou zijn als er onder de autoritaire president van El Salvador geen verkiezingen meer zouden zijn.
De hoofdredactie van NRC organiseerde vorige week een goedbezocht intern debat hierover, en de Leidse hoogleraar Nederlandse politiek Sarah de Lange was laatst te gast op de Haagse redactie.
NRC-redacteuren Wilmer Heck en Guus Valk willen FVD op basis van hun politicologische analyse als „extreemrechts” kunnen aanduiden. Wilmer Heck, die als onderzoeksredacteur FVD volgt, zag het rechts-extremisme binnen de partij de afgelopen jaren openlijker en stelselmatiger worden. „Voor mij was het algemene beeld eerst nog niet duidelijk genoeg. Nu wel.” Politiek redacteur Guus Valk: „We volgen in het algemeen de wetenschappelijke consensus. Het extreemrechtse karakter maakt FVD van een andere orde dan andere uiterst rechtse partijen.”
Ik volg hen hierin. Om de FVD voor lezers te duiden, is het nodig om de partij als extreemrechts te kunnen betitelen, als dat binnen de journalistieke context past. NRC zou onder Nederlandse media geen uitzonderingspositie innemen: eind mei schreef de hoofdredactie van nu.nl over FVD dat je die „met een gerust hart extreemrechts [kan] noemen”. Trouw biedt redacteuren sinds een redactiedebat anderhalf jaar geleden de ruimte om voor FVD het etiket ‘extreemrechts’ te gebruiken.
Note to self: Laten we in het gebruik van dat gevoelige etiket wel consequent zijn. Dat gebeurt nu niet altijd. In de nieuwsbrief van de podcast Wereldzaken, vorige week, werden de politieke partijen Alternative für Deutschland en Fratelli d’Italia, en hun leiders Alice Weidel en Giorgia Meloni, als ‘extreemrechts’ aangeduid. Maar de correspondenten in Italië en Duitsland beschouwen die partijen tot nog toe als ‘radicaal-rechts’ of ‘uiterst rechts’. Buitenlandredacteur en maker van de podcast Michel Kerres zei me – bellend vanaf de NAVO-top in Ankara – dat hij inderdaad vindt dat de begrippen extreem- en radicaal-rechts in de podcast te veel door elkaar liepen. „Achteraf gezien hadden we dat onderscheid ter sprake moeten brengen.”
Maar goed, er is dus een partij in Nederland, met zeven Kamerzetels, die we in navolging van experts als extreemrechts beschouwen. Zou NRC Forum voor Democratie daarom moeten „isoleren”? En wat betekent dat dan?
Op de opiniepagina’s lijkt die discussie wat hoog te zijn opgelopen. Hoogleraren Léonie de Jonge en Sarah de Lange, die opiniestukken schreven over het ‘isoleren’ van extreemrechts, vinden beiden níét dat die partijen doodgezwegen moeten worden, benadrukten ze toen ik hen ernaar vroeg. Ook filosoof Chris Julien zegt dat niet te hebben bedoeld; hij stelde in zijn opiniestuk voor om extreemrechts „zelden aandacht [te geven], en als je het dan doet, enkel op grote afstand”.
De Jonge: „Ik denk dat het echt belangrijk is om wél over Forum voor Democratie te schrijven, om de ontwikkelingen in de samenleving te duiden.” Zij waarschuwt wel: „Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat kritische interviews extreemrechts kunnen ‘ontmaskeren’.” Vorig jaar publiceerden Britse politicologen een inmiddels veelbesproken experiment met de conclusie: zelfs een confronterend interview draagt bij aan ‘normalisatie’ van extreemrechtse ideeën: nieuwsconsumenten vinden die ideeën na toediening van zo’n interview gewoner, ook als zij het er niet mee eens zijn.
Het pleidooi van de politicologen voor een cordon sanitaire door de media is geënt op dit soort onderzoek, en op het enige voorbeeld daarvan wereldwijd, in Wallonië. Daar legden nieuwsmedia in 2011 afspraken vast om te voorkomen dat l’extrême droite (wat, verwarrend, Frans is voor ‘uiterst rechts’) zou groeien door journalistieke aandacht. Uiterst rechtse uitspraken gaan bijvoorbeeld altijd vergezeld van duiding, online artikelen linken niet naar uiterst rechtse platforms, er verschijnen geen vraag-antwoord-interviews met vertegenwoordigers van uiterst rechts. De Jonge: „We gaan er vanuit dat dat cordon werkte, want anders dan elders in Europa kent Wallonië geen extreemrechtse politieke partij van betekenis. Maar wat oorzaak en gevolg is, is niet met zekerheid te zeggen.”
Nederland is dat stadium ver voorbij: radicaal-rechts ís in Nederland al groot. Maar zo’n aanpak is binnen NRC niet zonder precedent. Guus Valk benadrukte tijdens het redactiedebat vorige week dat hij meeweegt dat FVD „de krant gebruikt als een podium om met hun eigen achterban te praten”. Oftewel: de gevestigde media zijn voor extreemrechts onderdeel van een ‘clown world’ die je mag manipuleren. In 2019, toen FVD winnaar werd van de Provinciale Statenverkiezingen en Valk chef van de Haagse redactie was, raadde hij zijn redactie aan om Baudets uitingen nooit te nemen voor wat ze leken. „Context is alles.”
Ook volgens chef Den Haag Pim van den Dool behandelt zijn redactie FVD al jaren niet als gewone politieke partij. „We voeren ze niet veel op in verslagen van Kamerdebatten, omdat ze zich zo buiten de normale politieke discussie plaatsen.” Collega’s die in binnen- en buitenland over extreemrechts schrijven, proberen extremistisch woordgebruik en verborgen boodschappen steeds te duiden. Toen vorig jaar in verkiezingstijd een blogbericht verscheen met een kop die als FVD-frame kon worden opgevat („De likeable Lidewij de Vos”), werd dat achteraf aangepast.
Over de vraag of NRC nog eens een uitgebreid confronterend interview met De Vos zou moeten houden, zoals de Haagse redactie in verkiezingstijd deed in een serie met lijsttrekkers, lopen op de redactie de meningen uiteen. Politicoloog Léonie de Jonge vindt dat een (zeer kritische) reportage over de extreemrechtse ‘remigratietop’ in Porto niet als losstaand verslag zou moeten verschijnen, omdat extreemrechts aan het uitnodigen van journalisten op zo’n evenement legitimiteit ontleent. Die reportage is binnen de redactie juist positief besproken.
Over het eventuele aanscherpen of verbreden van de aanpak voor extreemrechtse partijen – of partijen met extreemrechtse standpunten – zal verder gesprek nodig zijn, waarbij het me handig lijkt om over de aanpak meer vast te leggen dan eerder gebeurde. Dat NRC zich volgens onze liberale beginselen sterk maakt voor grondrechten en burgerrechten, kan voor zo’n gesprek een basis zijn.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →