Mijn tijdlijn kreeg er dagenlang geen genoeg van: Clavicular was in Parijs. Op Instagram zag ik hoe de 20-jarige Amerikaanse looksmaxxer, die eigenlijk Braden Eric Peters heet, op straat en in cafés meisjes probeerde op te pikken. In sommige video’s droeg hij een suf ‘I love Paris‘ T-shirt, in andere een rode baret. De influencer, die jongens en mannen aanspoort hun uiterlijk te optimaliseren om succesvol te kunnen zijn, werd weliswaar overal herkend – dankzij (sociale) media is ‘Clav’ een wereldwijd fenomeen – maar zijn openingszinnen , gebracht met een mengeling van arrogantie en onzekerheid, vielen stuk voor stuk dood voor zijn voeten neer. Het was pijnlijk om te zien.
De botte versiertrucs uit de manosphere staken sneu af tegen de Franse zwier van de meisjes op de terrassen. Die reageerden beleefd, maar het was duidelijk dat ze hem een sukkel vonden. Laat staan dat ze met hem meegingen naar een Parijse club. Hier en daar werd hij zelfs uitgelachen. Zijn rode baret werd van zijn hoofd gegrist door een jongetje op een fiets. Hij werd met water overgoten. Zijn trip naar Parijs was een PR-debacle.
Ja toch? De sociale media ontploften zowat van leedvermaak. Clavicular was in Parijs bespot en vernederd, en dat werd collectief net goed gevonden. In talloze commentaren werd genadeloos afgerekend met zijn zelfoverschatting: wat dacht hij wel, geweldig dat die knappe Franse meisjes niks van hem wilden weten. Er werden grappen gemaakt over bonesmashing, mogging (Gen Z-taal voor iemand overtreffen in uiterlijk of status), heel het repertoire van de looksmaxxing-trend werd weer eens belachelijk gemaakt – zie je wel dat uiterlijk niet alles is? Ik zag in het Franse parlement de radicaal-linkse parlementariër Antoine Léaument waarschuwen voor alles waar Clavicular voor staat: giftige mannelijkheid, racisme, homofobie. Daar is in Frankrijk geen plaats voor, stelt Léaument.
Te midden van al die digitale eensgezindheid klonk hier en daar wel verbazing door; het was namelijk ‘Clav’ zélf die de beelden van zijn mislukte versierpogingen deelde. Waarom deed hij dat? Was hij masochist of zo? In een van zijn clips gaf hij zelf toe dat hij geen goede versierder is . Achteraf pruilde hij dat Parijs een kutstad was, het was overal vuil en het stonk er.
Het intrigeerde me. Het cliché wil dat sociale media vooral worden gebruikt door mensen om zichzelf van hun beste kant te laten zien, alles mooier voor te stellen dan het in werkelijkheid is. In de biotoop waar Clavicular deel van uitmaakt zou je dat al helemaal verwachten – indruk is alles. Alles draait bij looksmaxxing immers om uiterlijk, je gezicht en lichaam zijn je sociaal kapitaal. Waarom zou je die illusie eigenhandig kapot willen maken? Waarom laten zien dat je – figuurlijk en letterlijk – klappen krijgt? Is dat inderdaad zelfhaat? Is ‘Clav’ soms zo contactgestoord dat hij het zelf niet doorheeft, heeft hij een gigantisch bord voor zijn kop?
Of, en dat werpt een heel ander licht op de zaak, is het publiekelijk afgaan gewoon onderdeel van het verdienmodel? Zijn al die verontwaardigde en spottende reacties op de Amerikaanse influencer niet gewoon koren op zijn molen?
Clavicular is inmiddels alweer verder, zag ik. Na Parijs bezocht hij Griekenland, volgens hem veel leuker dan Frankrijk. Maar de scènes in Parijs laten me niet los. Feit is dat de mensen die een hekel aan hem hebben, die alles waar hij voor staat idioot of gevaarlijk vinden, toch met hém bezig zijn. Ook afkeer en haat genereren aandacht, en in een aandachtcultuur is dát wat telt. Zijn zwakke momenten zijn ook onderdeel van zijn succes.
Je kunt denken dat het nooit anders is geweest. Als er maar over je gepraat wordt. Wat schreef Oscar Wilde ook alweer in The Picture of Dorian Gray (1890)? „Er is maar één ding ter wereld dat erger is dan dat er over je gepraat wordt, en dat is dat er niet over je gepraat wordt.” Maar Wildes bon mot is in het mediatijdperk allang geen theatrale provocatie meer, het vormt het basisprincipe van een keihard verdienmodel. Alles wat aandacht genereert, hoe negatief ook, rechtvaardigt zichzelf, is een doel op zichzelf geworden.
Ik moet denken aan de Amerikaans-Ethiopische influencer Winta Zesu, die een paar jaar geleden vele miljoenen views genereerde met filmpjes waarin zij zich in restaurants onuitstaanbaar gedroeg tegen personeel, je zou haar een klap willen geven. Die filmpjes bleken in scène gezet, Zesu speelde een typetje dat door vrijwel iedereen gehaat wordt, de oppervlakkige influencer die het te hoog in de bol heeft gekregen, het ultieme verwende nest. Gevraagd naar wat de ontelbare extreem negatieve reacties op haar gedrag met haar deden, haalde ze achteloos haar schouders op: „Ik plaats denk ik gewoon waar mensen op reageren.” Inmiddels richt ze zich, geloof ik, vooral op haar modellenwerk.
De reacties die zij doelbewust uitlokte, waren vooral moreel verontwaardigd: haar geacteerde asociale gedrag in restaurants en het hautain schofferen van hardwerkend personeel, bleken een onweerstaanbare trigger voor haar volgers om hun woede ruim baan te geven. Zoiets dóé je niet.
In de filmpjes die Clavicular online zet, speelt hij ook in op onze verontwaardiging over zijn onuitstaanbaarheid. In een ervan vraagt hij een Parijse influencer op straat om zijn zonnebril af te zetten, zodat hij zijn gezicht kan beoordelen. Als die dat doet krijgt hij een totaal denigrerende blik van Clavicular, die „brutal!” zegt en hem daarna koeltjes een fijne dag wenst. Genoeg voor opnieuw een digitale opvlieger: wat denkt hij wel?! Die Franse jongen is véél knapper!!
Rage bait wordt dit genoemd, ik weet het. Content die met opzet wordt gemaakt om mensen gefrustreerd, verontwaardigd of woedend te maken. Of om hun laagste gevoelens via het plaatsen van reacties op anderen uit te leven. In de digitale wereld is het fenomeen alomtegenwoordig.
De Volkskrant berichtte eind juni over het ‘satirische AI-kanaal’ Het Snorretje, waar het begrip satire enigszins wordt opgerekt. Ik las dat het kanaal sinds de beëdiging van het kabinet-Jetten tweeëntwintig gewelddadige video’s heeft geplaatst met premier Rob Jetten in de hoofdrol, gemaakt met behulp van „voor iedereen toegankelijke AI-software”. Jetten wordt in de filmpjes meermaals in elkaar geslagen, opgeblazen met explosieven, kaalgeschoren, gedwangvoederd met benzine en whisky, bedolven onder asielzoekers en aangevallen door vogels en honden. „Steeds keren dezelfde soort reacties van gebruikers terug: ‘Was het maar waar’, en ‘jammer dat het AI is’.”
”Ik heb écht wel grenzen”, verklaart de maker achter het account, een jonge vader met een baan in de gehandicaptenzorg, wanneer de Volkskrant hem naar zijn bedoelingen vraagt. ”Neem dat filmpje waarin Trump Jetten voor de grap uit een helikopter gooit. Je ziet Jetten niet neerkomen. Je ziet niet dat zijn lichaam uit elkaar spat. Dat zou gewoon veel te ver gaan.”
Gevraagd naar zijn diepere motieven, antwoordt de man helemaal in de trant van de influencer Winta Zesu. Die zijn er niet. Zijn enige criterium is dat het goed valt bij zijn publiek. ”Rob Jetten slaat gewoon aan. Ik pak de stemming in het land en daar maak ik een grap over. De laatste tijd zijn asielzoekers een dingetje, dus dat zie je terug op mijn kanaal.” Hij wil niets uitlokken, zegt hij. ”Het komt niet voort uit racisme of homohaat. Ik heb respect voor ieder mens.” Inmiddels heeft hij na vragen van de Volkskrant alle filmpjes met Jetten verwijderd.
Dezelfde krant berichtte begin deze maand over de zogenaamde ‘ondergangsvloggers’, extreemrechtse mannen die doelbewust op hardhandige confrontaties uit zijn in voornamelijk door migranten bewoonde achterstandswijken van de grote Europese steden en hun miljoenen volgers de nakende ondergang van Europa inwrijven. Ook hier is het uitlokken van verontwaardiging de grondtoon: „massa-immigratie” maakt onze beschaving kapot, de politiek doet niks, de gevestigde media negeren het. Alleen vloggers als de populaire Dutch Travel Maniac (543.000 abonnees op YouTube) laten ons de ongefilterde werkelijkheid zien: ”één grote teringzooi”.
Dat de actieradius van zulke vloggers zich met opzet beperkt tot notoire achterbuurten, dat ze de gefilmde schermutselingen vaak zelf uitlokken met mensen die niet in beeld willen, doet er in deze fascinatie voor verval, ook wel decline porn genoemd, niet toe. Het gaat erom het zie-je-wel-gevoel van de miljoenen kijkers te versterken. Ook de Dutch Travel Maniac staat er ondanks zijn radicaal-rechtse activisme opvallend onthecht in: ”Als ik op een gegeven moment zo veel heb verdiend, dan kap ik er gewoon mee. Dan ga ik lekker ergens anders wonen.”
Op het eerste gezicht kunnen deze fenomenen verschillend lijken, maar de onderliggende dynamiek is steeds dezelfde: met schokkende content doelbewust verontwaardiging en woede oproepen.
Platte types zoals de man achter Het Snorretje en de Dutch Travel Maniac spelen in op gewelddadige wraakfantasieën tegen de gevestigde orde en immigranten, het verlangen om hen pijn te doen en te vernederen. Clavicular en Winta Zesu schrikken er niet voor terug zichzelf tot haatobject te maken. De woede die zij oproepen gaat over asociaal gedrag, egocentrisme en een opzichtig gebrek aan respect voor anderen. Een braaf publiek dat zich daar zorgen over maakt, hapt dan meteen. In de gevestigde media, ook in deze krant, is al heel wat over Clavicular en zijn looksmaxxing-beweging verschenen, en die commentaren komen vrijwel allemaal op hetzelfde neer: ontzet (‘wat als jonge jongens ook hun kaak met een hamer gaan bewerken!’) of geborneerd ironisch (‘ík vind Clavicular helemaal niet knap!’). Het laat vooral de onmacht zien in de omgang met dit soort fenomenen.
Maar het geeft ook te denken. Van oudsher is de inzet van kritiek en maatschappelijk debat een uitwisseling van argumenten en visies, in beginsel rationeel, ook al kan het er verhit en emotioneel aan toe gaan. Waar we nu mee te maken hebben is dat het emotionele en het verhitte een doel op zichzelf zijn geworden. Omdat er daarmee domweg meer te halen valt, qua geld en aandacht. Ook in gevestigde media duiken steeds meer figuren op die deze opportunistische houding onverbloemd tot hun persoonlijke evangelie hebben gemaakt, zoals het Nederlandse ‘fenomeen’ Victor Vlam, mediacommentator en opiniemaker. Er is geen sprake van hypocrisie, men komt er rond voor uit: aandacht is het doel.
Hoewel gevestigde media steeds meer oog krijgen voor wat ik maar even het nieuwe ‘ego-kapitalisme’ zal noemen, zoals de geciteerde stukken uit de Volkskrant, moet op veel plaatsen het kwartje nog vallen. Er lijkt in onze cultuur iets verschoven, waarbij onze emoties expliciet tot handelswaar worden gemaakt en morele verontwaardiging louter dient om aandacht te genereren, het maakt niet uit waarmee. Aandacht gaat boven moraal, sterker nog, staat daar zelfs volkomen los van. ”De laatste tijd zijn asielzoekers een dingetje, dus dat zie je terug op mijn kanaal.”
De influencers die ik aanhaalde winden er geen doekjes om, zij leggen hun kaarten op tafel, maar de verleiding om snel aandacht te genereren met radicale uitingen is inmiddels overal. Kijk naar de Nederlandse politiek en je ziet dat de echte ideologische scheiding op dit moment niet zozeer die tussen links en rechts is, maar tussen partijen en politici die elke feitelijkheid volledig ondergeschikt maken aan ‘wat er leeft’, zoals de man achter Het Snorretje zegt te doen, en aan de andere kant degenen die nog stug in een vorm van praktische politiek geloven, die op verbetering is gericht in plaats van het consequentieloos zwelgen in naderende catastrofes. Het verschil in de ondergangsretoriek van de Dutch Travel Maniac en die van de politieke eenpitter Mona Keijzer (”en ook eens een keertje, op de benen uiteraard, terugschieten”) is slechts gradueel.
Dat plaatst serieuze media voor een dilemma. Als je op afroep ontzet reageert op de uitzinnigheid van anderen, en het daarbij laat, ben je al snel onderdeel van het spelletje. Je ontzetting wordt je door de ego-kapitalist in dank afgenomen, het is de bedoeling dat je hapt. Tegenspreken heeft dus niet zoveel zin. Ontmaskeren misschien wel. En, dat vooral, je niet elke keer zo gemakkelijk uit je tent laten lokken.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →