:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/14134653/140726BIN_2035170373_terapel.jpg)
Het is weer even stil rond Ter Apel. Maar die stilte is schijn en verdoezelt dat het probleem van asielopvang niet is opgelost.
Het feit dat het Rode Kruis, dat wereldwijd tijdelijke noodhulp verleent, op Nederlandse bodem aanwezig is, blijft schandalig. Of die hulp nu in tenten op het voorterrein van het aanmeldcentrum wordt geboden, of in een leegstaand kantoor, zoals nu is bedacht om de veiligheid van de Rode Kruis-vrijwilligers en van asielzoekers te garanderen.
Dat de organisatie er is, betekent immers dat de Nederlandse overheid mensen niet van eten en water voorziet en dat overlaat aan een noodhulporganisatie. Het betekent dat het aanmeldcentrum in Ter Apel nog altijd zo vol is dat het COA niet iedereen toelaat die zich meldt om asiel aan te vragen. Dat er ’s nachts noodopvang in Nieuwe Pekela nodig is, en een sporthal in Surhuisterveen dient als ‘achtervang’ voor het geval de noodopvang vol is. Dat met tijdelijke maatregelen, vrijwilligers en de goede wil van een aantal gemeenten, een structureel probleem wordt opgelost. Even.
De maatregelen die de minister van Asiel en Migratie vorige week aankondigde, lijken ferm: een veiligheidsrisicogebied, waardoor overlastgevers gefouilleerd kunnen worden, en extra boa’s. Beide zijn overigens de bevoegdheid van de burgemeester van Westerwolde, die al acht jaar lang acht ministers vraagt om een permanente oplossing voor Ter Apel.
Dat zijn deze maatregelen niet. Dat is – de dure – noodopvang in sporthallen en andere tijdelijke locaties ook niet, waar steeds meer kinderen verblijven.
Alleen extra permanente opvang elders in het land ontlast Ter Apel: uitvoering van de spreidingswet dus, waaraan 107 van de 342 gemeenten niet voldoen. In combinatie met het huisvesten van vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Ook daaraan voldoet een meerderheid van de gemeenten niet, waardoor de doorstroom in asielzoekerscentra stokt. Het is goed dat het huidige kabinet inmiddels gemeenten ter verantwoording roept.
Tegelijkertijd maakte het tijdelijke vertrek van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk uit Ter Apel iets opnieuw pijnlijk duidelijk. Op het terrein verblijft een harde kern van overlastgevende, stelende en hosselende mannen, die weinig tot geen kans maakt op asiel omdat zij uit landen als Marokko, Algerije en Tunesië komen. De traagheid van de Nederlandse asielprocedure werkt in hun voordeel, het blijkt lastig hen uit te zetten. En als dat wel gebeurt trekken ze naar andere Europese steden om daar, illegaal en rondzwervend, onrust te stoken. Waarbij moet worden aangetekend dat zij maar een klein percentage van de mensen vormen die asiel aanvragen. Alleen doet hun aanwezigheid het draagvlak voor asiel wel afnemen.
Stoere taal over het ‘inperken’ van de asielinstroom gaat ondertussen voorbij aan de realiteit van bovenstaande groep. Maar ook aan geopolitieke spanningen en klimaatverandering, waardoor mensen altijd op de vlucht zullen blijven slaan. Stoere onderhandelingen over gedwongen terugkeer brengen morele dilemma’s met zich mee – zie de gesprekken die nu met een onguur regime als de Taliban worden gehouden, of met Syrië, dat misschien op Haags papier wel veilig is maar niet in werkelijkheid.
Het zou goed zijn als kabinet en vooral ook de Tweede Kamer daar eerlijk over zijn.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →