Skip to content

Houd rekening met het kind dat niet op vakantie kon

World
Houd rekening met het kind dat niet op vakantie kon

De eerste schooldag is voor veel kinderen een feest. Nieuwe schriften, een frisse etui, verhalen over wat ze in de zomervakantie hebben meegemaakt. In de klas klinkt het als een wedstrijd in hoogtepunten: „Wij gingen naar Spanje.” „Wij naar Bali.” „Wij naar Center Parcs.”

En dan zijn er de kinderen die stil blijven. Die hun zomer doorbrachten in de speeltuin om de hoek, bij opa en oma, of thuis voor de tv omdat er simpelweg geen geld was voor uitstapjes. Zij hebben geen verbluffende verhalen, geen souvenirs om te laten zien, geen foto’s met palmbomen.

We hebben het vaak pas over kansenongelijkheid in het onderwijs als het gaat over de doorstroomtoets of de schoolkeuze in groep 8. Maar het begint hier. Op die eerste dag, bij dat kringgesprek waarin al duidelijk wordt wie er wel en wie er niet toegang heeft tot verre reizen, dure dagjes uit en zomerkampen.

Voor kinderen voelt dat verschil groot. Het is het moment waarop ze leren dat sommige verhalen status hebben en andere niet. Dat sommige zomers worden bewonderd en andere stilzwijgend worden overgeslagen.

Misschien moeten scholen dat eerste kringmoment anders vormgeven. Niet om kinderen te beschermen tegen de realiteit, maar om te voorkomen dat die realiteit zich al op dag één als een kloof in de klas nestelt. Laat de eerste week gaan over wat iedereen kan delen: een tekening van je lievelingsplek, een spel dat je hebt gespeeld, een geur of geluid dat je herinnert aan deze zomer.

Als we echt iets willen doen aan kansenongelijkheid, moeten we ook kijken naar de verhalen die we kinderen (laten) vertellen. En welke ruimte we geven aan wie geen tropisch avontuur te bieden heeft.

KLM informeert mij per mail met ronkende Amerikaanse hoofdletters in mijn naam over een datalek: „Dear Arnoud Van Den Eerenbeemt”. De inhoud is verontrustend. Maar wat mij minstens zo verontrust, is de taal: Engels. Als Nederlandse Flying Blue-klant in Deventer word ik niet in mijn moedertaal geïnformeerd over een kwestie die mijn persoonsgegevens betreft.

Als woordenboekredacteur zet ik mij beroepshalve voor het Nederlands in. Het raakt mij dan wanneer een organisatie die zich ‘Koninklijk’ en ‘Nederlands’ noemt, ervoor kiest Nederlandse klanten in het Engels aan te schrijven. Niet uit noodzaak, maar uit gemakzucht. KLM beschikt immers over voldoende klantdata om te weten dat ik geen Engelstalige klant ben. Een tweetalige groepsmail kost amper meer moeite.

Het Nederlands, nog steeds de landstaal, vervult een centrale rol in onze publieke ruimte en bij maatschappelijke verbondenheid. Nu globalisering en technocratie de menselijke maat dreigen te verdringen, is het des te belangrijker dat organisaties hun taalverantwoordelijkheid serieus nemen. Dat KLM voor het Engels als taalstandaard kiest, is geen neutrale keuze, maar een signaal: efficiëntie gaat boven respect, internationale uitstraling is belangrijker dan nationale verbondenheid. KLM, herzie je taalbeleid en informeer Nederlandstalige klanten in het Nederlands. Dat kan, dat hoort en dat doet ertoe.

Arnoud van den Eerenbeemt Deventer

Er is iets waaraan ik me erger in de aanbevelingen in de Grote Hittegids van NRC. Ze zien iets over het hoofd: hittesterfte treft vaker vrouwen boven de zestig jaar, bleek in 2021 uit onderzoek van de Vrije Universiteit. Vermoedelijk heeft dat met lichamelijke verschillen tussen mannen en vrouwen te maken.

In uw gids wordt afgeraden koel te douchen voor het slapen gaan, en overdag handen, hoofd en benen te spoelen ter afkoeling. Vrouwen krijgen ongeveer vanaf hun veertigste jaar opvliegers, die tot ver in de tachtig jaar kunnen blijven voorkomen. Eigenlijk slaat de thermostaat op hol in het lichaam – een interne hittegolf. Dan red je het niet met wat water over de handen, of de nek, en al helemaal niet als je, ten gevolge van een hittegolf, je lichaamstemperatuur al gevaarlijk ziet oplopen. Een koel bad, een duik in het zwembad of een koele douche zijn veel effectiever. Dat is in een zorginstelling of thuis, als je niet zo mobiel bent, niet mogelijk, maar het kan echt helpen.

Mijn moeder en ik kampten, en kampen, met opvliegers, zij tot haar negentigste, ik nu op 68-jarige leeftijd. En zo ken ik er velen. Dus een speciale aanbeveling: neem voor je omvalt gauw een koele – niet koude – douche. Ook voor het slapen gaan. En voor de niet-mobiele vrouwen: zorg voor een teiltje koud water en een natte handdoek.

Marianne Daams Lussas-et-Nontronneau, Frankrijk (buitentemperatuur: 39 graden)

Bij de artikelen op de website en de app geeft NRC de leestijd aan. De leestijd hangt evenwel af van de leessnelheid van de lezer. Zou het niet informatiever zijn het aantal woorden te vermelden? Dan kan iedere lezer zelf zijn of haar verwachte leestijd inschatten.

Sam Bogers en Daan Juijn moedigen de regering aan om proactiever te zijn op AI-gebied (13/8). Ongetwijfeld hebben zij goed inzicht in de mogelijkheden en gevaren van AI, maar hun inzicht in de praktische toepasbaarheid ervan lijkt aanzienlijk minder: „AI zou […] tot een welvaartsexplosie kunnen leiden, armoede en ziektes uitroeien, klimaatverandering oplossen […]”. We weten al lang hoe we deze doelen moeten bereiken, maar de politieke wil ontbreekt. Of AI dát kan doorbreken, is twijfelachtig.


Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →

NR
Originally published by NRC nrc.nl
Visit original article

admin

Leave a Comment