/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/07104806/110726WEE_2034962536_2.jpg)
Links Abe van twee jaar oud, rechts Jette van vijf. Het zijn de kinderen van fotograaf Thomas Nondh Jansen, die vier jaar geleden van het „céntrum-centrum” van Den Haag naar een lintdorpje in de kop van Noord-Holland verhuisde. Aanvankelijk miste hij de musea van de grote stad, de architectuur, het afhaaleten, maar meer en meer begon hij de vergezichten van het weiland te waarderen.
Alle opstapjes op elkaar, lente 2026.
„Doordat in dit weidse landschap veel meer ruimte is, gaan de mensen ook veel meer spullen bewaren en opslaan”, zegt Nondh Jansen. „Ze denken: misschien komt het ooit nog van pas.” En ze kwamen van pas, de spullen, voor de kleurrijke installaties die hij maakt en die tot zijn signatuur zijn gaan behoren.
Alles wat hij gebruikte voor deze zomerse serie komt uit de tuinen, schuren en klushokken van de buren, of uit nabijgelegen zandbakken en speelhuisjes. Hij ging overal langs en leende tuinstoelen, ballen, krukjes, laarzen, tuinhandschoenen, speelgoed. „En dan zoek ik naar een compositie. Ik hou van de mooie, ronde vorm van een boog, dat Arc de Triomphe-achtige.” Jette en Abe werken steeds makkelijker mee, zeker als hun vader toezegt dat ze naderhand een ijsje krijgen.
De foto’s, zegt Nondh Jansen, gaan over optimisme. De herkenbaarheid van alledaagse objecten, de heldere kleuren, het magentaroze van zo’n zandemmer met de blauwe lucht erachter. „Mensen begrijpen de foto’s, ze herkennen iets wat bij hen thuis ook in de tuin ligt. Ik vind het ook leuk als ze zeggen dat ze even goed moesten kijken naar wat ze nu precies zien. Het beeld moet iets wonderlijks hebben.”
Altijd natte laarzen bij de deur, zomer 2026.
De boog maakte hij van een (later met Photoshop weggepoetste) plastic buis die hij met haringen in de grond vastzette, en waaraan hij al het speelgoed vastmaakte met plakband, schroeven en lijm. Er was heel wat geduld nodig met het opbouwen – die veelkleurige bal links bijvoorbeeld, die was zacht en viel steeds van het stepje af, en als dat een keer goed ging gleed het groene pannetje weer weg. Het liefst wilde hij de steel naar buiten gedraaid hebben, maar dat ging niet.
Het was tijdens de hittegolf van eind juni. Twee uur lang opbouwen in die temperaturen, lampen testen. Rond zes, zeven uur ’s avonds kwam het zonlicht van de zijkant, zoals hij het wilde hebben. Kinderen erbij roepen. Hopen dat het hele ding niet zou omvallen of instorten. Naar de camera rennen, afdrukken.
Jette en Abe bij speelgoedboog, zomer 2026
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →