Skip to content

Niet de fluisterstil zwierende fatbike maar de hijgende hardloper ondermijnt de samenleving

World
Niet de fluisterstil zwierende fatbike maar de hijgende hardloper ondermijnt de samenleving

De laatste tijd stoor ik me aan hardlopers op het fietspad, ik vraag me af waarom eigenlijk. Ze hebben me niets misdaan, hooguit lopen ze soms een beetje in de weg. Het zijn bijna altijd fraaie mensen om te zien, oogsnoep, zeker in de zomer. Dan lopen de mannen met blote torso’s; iedereen mag weten dat ze niet alleen hard kunnen rennen, maar ook hele zware dingen kunnen tillen. Ik gun hen de resultaten van hun ijver. Toch blijf ik tegen bepaalde hardlopers op mijn fietspad een weerzin voelen die aan walging grenst.

Misschien omdat hun ostentatief topfitte lijven me eigenlijk altijd achterlaten met een k*tgevoel. Hoewel ze zwijgzaam zijn, schreeuwt hun lijf het uit: ‘Ik ben fitter. Het leven is een competitie. Jij haalt niet alles uit de kan. Je stukjes zouden beter zijn als je…’ Hoewel ik ze fietsend inhaal, blijf ik achter in de race.

Je kunt ook niet aan ze ontsnappen. Wie niet naar een hockeyveld gaat, wordt zelden aan hockeyers blootgesteld. Maar hardlopers beschouwen de wereld als hun gym. Ze zweten in your face, hijgen in je nek. We beleven bovendien een hardnekkige hardloopexplosie. Voor de marathon van Londen schreven 1,4 miljoen mensen zich in. Voor Generatie Z is de marathon statussymbool.

Ze claimen fietspad, bospad, zelfs de kroeg. Van de week stond een dampende zwerm van tientallen renners op het terras van de buurtkroeg. Een brewery run, vertelde iemand enthousiast. Rennen en tussendoor staand hipsterbiertjes met zweetdruppels wegkloeken. ‘Maar zeven kilometer’.

Hardlopers laten je je slecht voelen over je lusten, je luiheid, je vetrolletjes. 

Hardlopers hebben een neusje voor natuurschoon, maar draven er doorheen alsof ze door een voetgangerstunnel gaan. Over dat natuurlandschap hangt daarna nog wél minutenlang het aanschijn van een fitnessparcours. Het doet ook iets met je spiegelhormonen als je een medemens ziet sprinten alsof er een sabeltandtijger achter hem aan zit. Wandelend langs de rivier in de avondschemering duikt er zo’n opgefokte lampionoptocht op in je dode hoek, klinkt er het gnuiven en stampen van de mens die zichzelf ‘lekker bezig!’ vindt. 

Hardlopers maken de hele wereld hijgerig.

Vroeger heette het joggen. Joggen was iets totaal anders. Joggers hadden vetkwabben, geen Strava of stappentellers. Joggen was gemoedelijk, menselijk, niet zo fakking serieus. Het woord joggingpak zegt alles.

Nog steeds zie je gelukkige  joggers, je herkent ze aan het buikje en de grimas vol zelfspot. Je hebt hardlopers die praatjes maken, sociaal zijn, wel in de wereld zijn geïnteresseerd. Maar sinds hardlopen running heet, lijkt het vooral iets voor übermenschen, tempobeulen, herauten van het laatmodern competitief kapitalisme.

Mensen die het fietspad claimen omdat ze bezig zijn met hun Strava-record.

Strava is bedacht door twee studentenroeiers van Harvard University. Ze wilden een app die het clubgevoel gaf, maar dan zonder de club. Dat werd Strava. Strava heeft geen kantine, wel kun je prestaties delen. Strava is Zweeds voor streven: een app voor strebers.

De vanzelfsprekendheid waarmee de strebers ruimte innemen associeer ik met de geprivilegieerde medemens. Dat zijn ook precies de mensen die tegenwoordig gaan hardlopen. Hoogopgeleiden. Het is geen volkssport meer.

Het is überhaupt geen sport, laat staan een spel. Hardlopen is lean management van je lichaam en ziel. Zelfoptimalisatie voor de schermwerkende bubbelmens die gelooft dat zelfs de zin van het bestaan kwantificeerbaar is. Zonnebril op, oordopjes in, wearable op je lijf, zelfhulppodcast in je brein. Oogkleppen op en presteren.

Hardlopers zijn aan het werk: daar stoor ik me aan. En aan hun in zichzelf gekeerdheid. En aan hun aura van deugdzaamheid.

Intensief hardlopen is niet per se goed voor je, maar van hardlopen ga je je absoluut goed voelen over jezelf. Ongelofelijk goed.

Niet de fluisterstil zwierende fatbike, maar de hijgende hardloper ondermijnt de samenleving met zijn genadeloze gangmakerij.

De bekende Japanse schrijver Haruki Murakami schreef in de klassieker Waarover ik praat als ik over hardlopen praat dat hij al rennend de leegte zoekt. En dat hij op zijn grafsteen zoiets wil als: ‘hij bleef tenminste rennen tot het eind.’

Rennen tot het eind is ook letterlijk hoe de eerste marathon volgens de Griekse legende verliep. Een heraut rende zich dood om het heuglijke nieuws te brengen dat Athene de Perzen had verslagen. Dat miljoenen jonge mensen juist die fatale militaire missie nu als het trainingsdoel bij uitstek zien, is bijzonder omineus.

Ik benijd de mensen niet die weten wat hun VO₂-max is of wat HYROX of King of the Mountain betekent. Integendeel. Ik wil elke hardloper op mijn pad liefdevol tackelen, vertellen dat het niet hoeft, dat je gewoon kunt stoppen, net als dit stukje, kijk maar, de wereld stort niet in.


Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →

NR
Originally published by NRC nrc.nl
Visit original article

admin

Leave a Comment