/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08135523/080726ECO_2035054898_5.jpg)
Christijn: „We hebben elkaar ontmoet op Happn, een dating-app.”
Alexandra: „We spraken af bij Christijn thuis, want het was coronatijd dus alle cafés waren dicht. Maar het kreeg niet meteen een vervolg. Een paar weken later wilde ik hem weer een bericht sturen, maar toen zag ik dat hij de app verwijderd had. En we hadden geen telefoonnummers uitgewisseld. Het enige wat ik had, was zijn adres! Toen heb ik besloten hem een boek te sturen.”
Christijn: „Een heel leuk boek. Verhalen van Italo Calvino, in het Engels. En ze had er een briefje bij gedaan met haar telefoonnummer. Toen zijn we uit eten gegaan bij een Turks restaurant, Orontes.”
Alexandra: „Dat was precies goed gekozen. Echt goed eten, maar niet chic of zo. En de volgende dag kwamen we mekaar toevallig weer tegen bij café Binnenvisser. Christijn zat daar met vrienden een wijntje te drinken. Ik was met vriendinnen. En toen hadden we opnieuw een leuke avond.”
Christijn: „Je kon op mijn Happn-profiel niet zien dat ik in een rolstoel zit. Dat heb ik haar een paar uur voor onze eerste date verteld.”
Alexandra: „Ik was benieuwd naar zijn verhaal.”
Christijn: „We kregen niet meteen een relatie, we hebben het langzaam opgebouwd.”
Alexandra: „Hij kwam op mij over als een jongen die goed weet wat hij wil. Het was vijf jaar na zijn ongeluk.”
Christijn: „Ik was profschaatser.”
Alexandra: „Hij is nog steeds regerend kampioen natuurijs van Nederland. Toen ik hem ontmoette, was het vijf jaar geleden dat hij zijn ongeluk had gehad. Ik had bewondering voor wat hij sindsdien allemaal voor zichzelf alweer had opgebouwd. Een huis, een baan. Ik vond hem een heel sterke persoonlijkheid. En een knappe jongen natuurlijk. Zijn achtergrond als topsporter vond ik ook interessant. Ik ben kunstenares. Dat is heel verschillend, maar er zijn ook raakvlakken. Je bent allebei erg met jezelf bezig, hebt iets voor ogen en gaat daarvoor. Je hebt structuur nodig en discipline.”
Christijn: „Ik zag ook gelijkenissen qua karakter, zoals doorzettingsvermogen, vastberadenheid en nieuwsgierigheid. We spraken onder meer over fotografie. Alexandra werkt als kunstenaar onder meer met fotografie en ik was daar toen ook mee bezig, al was het op een amateuristischer niveau. Ik fotografeerde sporters. Alexandra praat veel met mij over haar werk en dat vind ik heel leuk en interessant. Ze is iemand die echt eigen ideeën heeft en die echt iets wil bereiken. Daar heb ik veel respect voor, ook als je ziet waar ze vandaan komt. En het is natuurlijk een heel knappe meid.”
Alexandra: „Ik ben geboren in Lviv, Oekraïne. Toen ik bijna vijftien was, ben ik alleen naar Nederland verhuisd, waar mijn moeder al twee jaar woonde. Mijn oudste halfzus is met haar gezin in Lviv gebleven. Mijn halfbroer dient sinds het begin van de grootschalige Russische invasie in het Oekraïense leger.”
Christijn: „We zijn ook een paar keer samen in Oekraïne geweest.”
Alexandra: „Na de havo heb ik fotografie gestudeerd aan de kunstacademie in Den Haag. Later heb ik nog een tweejarige residency gedaan aan de Rijksakademie in Amsterdam. Ik ben conceptueel kunstenaar en werk met verschillende media, waaronder sculptuur, installaties, fotografie en tekst. Voor een project fotografeerde ik bijvoorbeeld iedere dag hetzelfde glas water, waardoor het proces van verdamping langzaam zichtbaar werd.”
Christijn: „Als schaatser wilde ik naar de Olympische Spelen. Tijdens een training in Duitsland heb ik mijn rug gebroken. Ik heb een incomplete dwarslaesie. Ik kan wel een beetje op krukken lopen en ik kan op een elektrische fiets fietsen, gewoon met mijn benen. Daar heb ik hard voor gewerkt in het revalidatietraject en dat gaat nog steeds door.
„Het moment dat je weer je tenen kan bewegen, is een lichtpuntje. En zo waren er telkens lichtpuntjes in het revalidatietraject die me motiveerden er heel hard voor te werken, om heel goed terug te komen. Ik ben van een topsporter eigenlijk weer een ander soort topsporter geworden.
„Je moet je hele leven opnieuw opbouwen. Ik had van mijn hobby mijn beroep gemaakt, maar dat was er opeens niet meer. En toen was het leven natuurlijk niet zo mooi meer. Maar dan komen er nieuwe uitdagingen en kansen. Als schaatser woonde ik in Heerenveen, na het ongeluk woonde ik bij mijn ouders in Heerhugowaard. Ik heb toen besloten in Amsterdam te gaan wonen, ook voor mijn sociale leven. Ik kende tot dan toe vooral mensen uit de sportwereld, en die is klein. Ik wilde mijn wereld vergroten, andere soorten mensen leren kennen. En dat is gelukt. Ik werk nu als digital channels specialist binnen Marketing bij KPMG. Daarvoor werkte ik bij PwC en was ik assistent-bondscoach bij de schaatsploeg.”
Alexandra: „Er rust een stigma op niet kunnen lopen. Mensen denken: als je niet meer kan lopen, hoe kun je dan nog leven, heb je dan nog zin in het leven? Alsof lopen een van de belangrijkste dingen in je leven is. Dat is best wel gek, want er is zoveel meer dan dat. En er zijn zo veel verschillende handicaps en aandoeningen – maar dit is heel zichtbaar, iedereen kijkt op.”
Christijn: „Mensen zeggen ook tegen mij: ik weet niet wat ik zou doen. Laatst had ik weer zo’n gesprek met iemand die zei: ik weet niet of ik dan nog zou willen leven. Dan denk ik: wat heb je dan nú in je leven dat het voor jou de moeite waard maakt? Een ongeluk is een reset en zo’n reset kan goed zijn. Hoe je omgaat met tegenslag, bepaalt hoe gelukkig je bent.”
Alexandra: „Een schaatscarrière hangt af van je benen. Maar het mens zijn en je leven als mens hangen daar niet van af.”
Christijn: „Na mijn ongeluk ben ik begonnen met tennis. Daar heb ik een vrij hoog niveau in bereikt. Achtste van Nederland. Ik ben ook actief in de Johan Cruyff Foundation, die sporten voor iedereen stimuleert. Dat vind ik een mooi doel om me voor in te zetten. Het is heel vervelend wat ik heb meegemaakt, maar er zijn ook mooie kanten die ik niet had willen missen. Je moet jezelf op een nieuwe manier gaan bewijzen. Ik denk dat dat je heel veel kan brengen.”
Alexandra: „Het is natuurlijk niet altijd handig – het is allesbehalve handig.”
Christijn: „Als mens kan ik alles. Ik kan alles doen wat ik zou willen. Maar het is wel vaak op een andere manier. Ik kan sporten, werken, autorijden, naar het strand, een concert, een film, een festival. Seksualiteit? Dat gaat zeker. Ik weet niet of we die hele Kamasutra moeten doornemen, maar het gaat. Ook dat moet je opnieuw uitvinden. Maar dat is natuurlijk ook een heel belangrijk aspect in een relatie.”
Christijn: „De laatste tijd tennis ik wat minder, vooral omdat het erg tijdrovend is. Ik werk vijf dagen per week. Daarvan ga ik vier dagen per week naar kantoor, met de auto. Ik heb net een nieuwe baan, dus ik vind het leuk mijn nieuwe collega’s wat beter te leren kennen.”
Alexandra: „Ik werk overdag meestal in mijn studio in de Jordaan.”
Christijn: „Als ik nu naar mijn leven kijk, ben ik trots op wat ik heb. Een vriendin, een huis, een baan. Het ongeluk heeft daar uiteindelijk wel toe bijgedragen. Omdat je je leven opnieuw gaat opbouwen en daar het beste van wilt maken. Zo ben ik ermee omgegaan, want dat leek me de manier die me de dingen kon brengen die me gelukkig zouden maken.”
Alexandra: „En we zijn heel gelukkig.”
De Oekraïense Alexandra Hunts (36) en haar vriend Christijn Groeneveld (41) wonen in een benedenwoning van 80 vierkante meter met tuin in de Amsterdamse Hoofddorppleinbuurt. Zij is beeldend kunstenaar, hij werkt op de marketingafdeling van KPMG. Daarnaast is hij actief in de Johan Cruyff Foundation. Ze gaan veel naar tentoonstellingen, concerten en toneel- of dansvoorstellingen. Ze zijn net terug van een vakantie op Sicilië. Samen verdienen ze 2,5 keer modaal.
Christijn: „Daar doen we niet echt aan, we betalen om en om.”
Alexandra: „Met elkaar en vrienden doen we het niet. Maar ik heb net op Marktplaats wat tegels verkocht die we overhadden van de verbouwing, en daarvoor heb ik wel een Tikkie verstuurd aan de koper.”
Christijn: „Iedere dag. We hebben veel supermarkten in de buurt. We combineren Marqt met Dirk. En kijken regelmatig naar aanbiedingen. In de weekenden halen we dingen op de Noordermarkt en zuurdesembrood bij de bakker.”
Alexandra: „Een keukenmachine van KitchenAid. Daar kun je deeg mee maken om pasta van te maken of taarten. Hij kostte 600 euro.”
Alexandra: „Tweedehands, maar wel in goede staat. We kopen liever iets goeds dat tweedehands is dan iets nieuws van slechte kwaliteit. Eigenlijk zijn al onze meubels tweedehands, maar wel allemaal design. Op Marktplaats gevonden. We hebben bijvoorbeeld een mooie zwarte Ekstrem-stoel van Varier.”
Christijn: „Dat doen we één keer in de week grondig. Maar we maken niet heel veel rommel, dus het is altijd wel netjes.”
Christijn: „Een muskietennet. De muggen vlogen er gewoon doorheen!”
Christijn: „Dat gaat vaak in samenspraak. Alexandra kookt, maar dat is ook omdat ze heel goed kan koken. Ze kan heel lekkere dingen maken met wat er toevallig in de koelkast ligt. Zij is vegetariër en ik eet ook bijna geen vlees. Ik vind het alleen lekker als het van een heel goeie slager is.”
Christijn: „Dure kleding. Ik houd erg van Franse designmerken. Zoals Maison Margiela en Lemaire.”
Alexandra: „We hebben niet echt een speciaal spaardoel. Misschien voor een vakantie of zo.”
Christijn: „Geef minder uit dan er binnenkomt.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →