:format(webp)/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/06/web-2006spombappe.jpg)
Als thema voor zijn column in de conservatieve en katholieke online krant El Debate koos de Spaanse oud-premier Mariano Rajoy afgelopen vrijdag het WK voetbal, in aanloop naar de halve finale tussen Spanje en Frankrijk van dinsdag. De noorderburen beschikken volgens hem over „een team van uitzonderlijk niveau”. Maar, vervolgt de oud-premier, „dan wel zonder Fransen”.
Racisme in het voetbal komt voor in veel soorten en maten – denk aan oerwoudgeluiden, discriminerende opmerkingen in het veld en andere uitsluitingsmechanismen. Rajoy, premier van 2011 tot 2018, doet iets anders: hij betwijfelt of spelers met een migratieachtergrond überhaupt thuishoren in een Europees nationaal elftal. Met deze retoriek sluit hij aan bij een tendens onder radicaal-rechtse politici die vinden dat wettelijk burgerschap niet voldoende zou zijn om echt tot een land te behoren.
Sport speelt zich nu eenmaal „niet in een vacuüm” af, aldus Jacco van Sterkenburg, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, die onderzoek doet naar discriminatie in de sport. Het maatschappelijk vertoog over migratie vindt ook een weg naar de stadions. Wanneer politici over remigratie spreken, of betwijfelen of een paspoort wel genoeg is om tot een land te behoren, dan zullen dat soort vragen ook over voetballers gesteld worden.
Jean-Marie Le Pen, de inmiddels overleden uiterst rechtse Franse politicus, had eind vorige eeuw al een probleem met spelers van kleur in het Franse elftal. Hij vond het „kunstmatig” om spelers vanuit het buitenland te halen „en ze vervolgens het Franse team te noemen”. Die uitspraak klopte van geen kant: de spelers van het toenmalige team waren ofwel in Frankrijk geboren, ofwel in de voormalige koloniën.
Dat geldt nu ook, benadrukte de Franse ambassade in Madrid op X na publicatie van de column van Rajoy. „Alle spelers van het Franse nationale team zijn Frans. Van de 26 opgeroepen spelers zijn er 23 in Frankrijk geboren. De drie die in het buitenland zijn geboren, hebben ook de Franse nationaliteit.” Veel Spaanse en Franse politici spraken hun afkeer uit over de column van Rajoy en bestempelden zijn tekst als racistisch.
„Er zijn mensen die het gevoel van verbondenheid nog steeds afmeten aan achternaam, geboorteplaats of huidskleur”, schreef de huidige Spaanse premier Pedro Sánchez op X. „Spanje behoort toe aan degenen die ervan houden en zich ervoor inzetten. Niet aan degenen die het te schande maken met xenofobe uitspraken. Frankrijk, we zien jullie in de halve finale. Moge de beste winnen en moge racisme verliezen.”
De column van Rajoy is niet de enige racistische bejegening van het Franse team tijdens dit WK. Nadat Paraguay in de achtste finales van Frankrijk had verloren, liet een Paraguayaanse senator zich zeer racistisch uit over de Franse sterspeler Kylian Mbappé. Ze zei onder meer dat de voetballer „zich wanhopig probeert voor te doen als Fransman”. De aanklager in Parijs is een onderzoek begonnen.
Sommige spelers worden met racisme geconfronteerd na een misser, Mbappé wordt juist verweten dat hij goed is. In De Groene Amsterdammer schreef journalist Lotfi El Hamidi afgelopen week dat de „onstopbaarheid” van het Franse elftal een antwoord is op alle racisten die het team als ‘on-Frans’ afschilderen. „Een superieur vreemdelingenlegioen zoals dat van Frankrijk doet racisten huiveren.”
Volgens de Franse minister Naïma Moutchou (Overzeese Gebiedsdelen) is er sprake van een patroon. „Bij elke overwinning van Les Bleus duiken dezelfde racistische obsessies en beledigingen op.” Een ander voorbeeld stamt uit 2024, toen het Argentijnse team na de winst van het Zuid-Amerikaanse voetbalkampioenschap Copa América in de spelersbus een racistisch lied zong over de Afrikaanse herkomst van spelers in het Franse team.
Maar racisme in het voetbal is breder dan Les Bleus. Nadat Engeland in 2021 de EK-finale van Italië had verloren, kregen Marcus Rashford, Jadon Sancho en Bukayo Saka – die alle drie een penalty misten – een golf van racistische sociale mediaberichten over zich heen. Ook de Nederlandse voetballers Justin Kluivert, Quinten Timber en Crysencio Summerville ontvingen dit WK na hun gemiste penalty’s in de verloren wedstrijd tegen Marokko, berichten met racistische leuzen en afbeeldingen van apen onder hun Instagram-accounts. Alsof hun wortels in andere landen er toe doen.
De Duitse speler Mesut Özil vatte dat sentiment in 2018 als volgt samen: „Ik ben een Duitser als we winnen, maar een immigrant als we verliezen.” Hij stopte na het WK van dat jaar op 29-jarige leeftijd bij het Duitse team, omdat hij zich gediscrimineerd voelde door de bond.
Sommige Europese voetbalfans vinden dat spelers met een migratieachtergrond „erbij horen onder voorwaarden”, constateert hoogleraar Van Sterkenburg. „Ze worden toegejuicht als ze presteren, maar als ze een penalty missen zijn ze éígenlijk geen echte Fransman of Nederlander.”
Niet alleen vindt racisme in de maatschappij een weg naar de sport, andersom beïnvloedt sport de samenleving ook. Van Sterkenburg: „Voetballers die zich uitspreken, kunnen met hun miljoenen volgers een tegengeluid bieden.” Mbappé in het bijzonder is een speler die zich geregeld tegen radicaal-rechts uitspreekt. „Ik zal niet zeggen dat het de taak van populaire spelers is om zich uit te spreken. Een voetballer hoeft zich in de eerste plaats vooral druk te maken om de bal. Maar het is mooi als ze het wel doen.”
Dat Mbappé nu onder vuur ligt omdat hij juist wel goed presteert, stemt Van Sterkenburg treurig. „Of je nou goed of slecht speelt, het is ook nooit goed.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →