/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/15141716/150726CUL_2035239607_.jpg)
De hasjhandelaar Simon zal wel de belangrijkste schepping blijven van Cees Geel, de acteur die dinsdag op 61-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand. Zijn titelrol in de film Simon (Eddy Terstall, 2004) – een stoere man die bevriend raakt met een nette gay, kanker krijgt, en euthanasie pleegt – werd bekroond met een Gouden Kalf. Ook kreeg hij de prijs voor de beste acteur op het Amerikaanse Tribeca filmfestival. Die werd uitgereikt door Robert De Niro, maar helaas was Cees Geel er zelf niet bij. Hij had het te druk met Koninginnedag vieren in Amsterdam.
Cees Geel speelde zo’n 160 rollen in films, series en theater – met als bekendste die van rechercheur in politieserie Flikken Rotterdam – maar hij kreeg zelden de hoofdrol. Te karakteristiek hoofd, dacht hij zelf. Een boevenkop zou je kunnen zeggen, geknipt voor crimineel of rechercheur, ware het niet dat Geel een opvallend veelzijdige acteur was, die ook zachte mannen, introverte types en komische rollen kon spelen.
Zijn specialiteit was om langzaam de zachte binnenkant te onthullen van stoere mannen. Met zijn kale kop, zware wenkbrauwen en grote grijns straalde hij gevaar en gekte uit, maar je zag ook altijd het spelende kind in hem. Hij zag zichzelf „als een intense acteur met een behoorlijke uitstraling. Karakteristieke kop, groot lijf” (Esquire, 2005). „Als ik zelf schrik van wat ik zeg, dan is het goed” (VN, 2002).
Een en ander voerde hij terug op zijn jeugd in de West-Friese plaats Schagen. „Mijn nuchterheid en relativeringsvermogen zijn typisch Schaags. De liefde voor kijken en luisteren, staren naar de lucht. Maar mijn geslotenheid is dat ook” (Revu, 2005). Zijn vader reed op een olietankwagen, zijn moeder was huisvrouw. Ze hadden het niet breed, geen douche, het schijthuis stond buiten.
Hij was een nakomer, zijn drie zusters waren minstens twintig jaar ouder. Zijn broer Cor verdronk op zijn negende toen hij probeerde goudvissen te vangen in de haven. De huisarts raadde zijn ouders aan om een nieuw kind te nemen om het verdriet te verzachten. Dat werd Cees Geel. Het jongetje dat alles goed moest maken – hij vond het nogal een verantwoordelijkheid, zei hij later. Misschien kwam zijn manifestatiedrang daar ook vandaan, dacht hij zelf.
Cees Geel in de politieserie Flikken Rotterdam, 2023.
Groot voor zijn leeftijd, jong aan het bier en aan de seks, vechten op de kermis – niet iemand die je direct naar de Amsterdamse toneelschool ziet gaan. Gelukkig had hij een paar schoolgenoten die ook graag ’s nachts in de lampen hingen – Eric van Sauers, Thomas Acda, Frank Lammers. ’s Avonds werkte Geel in feestcafé Cooldown.
Sinds 1992 was hij te zien op het toneel, vooral bij brechtiaanse regisseur Koos Terpstra die wel houdt van uitgesproken types. Zijn eerste grote filmrol was in De trip van Teetje (1998) van Paula van der Oest. Hierin speelde hij een louche Rotterdamse zakenman die een Russisch schip opkoopt met de bemanning er nog in.
Hij probeerde het ook als talkshowhost, naast Bridget Maasland in Het land van Maas en Geel (Talpa, 2006). Dat zou de opvolger van Barend & Van Dorp worden, maar het duo werd wegens gebrek aan succes al na drie weken van de buis gehaald. Geel was ook nog een verre voorloper van jurylid Maarten van Rossem in kennisquiz De Slimste (Talpa, 2006), naast Linda de Mol.
Zijn doorbraakrol, in Simon, kwam relatief laat, op zijn 38ste. De kijkers vereenzelvigden hem meteen met Simon. Een bioscoopbezoeker kwam na afloop naar hem toe: „Gelukkig, je leeft nog.” Geel was verbaasd: „Ik heb geen kinderen, geen kanker en ben nooit doodgegaan. Maar ik speel naturel en met zoveel inlevingsvermogen dat mensen weleens denken dat ik ben wat ik speel” (Revu, 2005).
Terwijl hij Simon opnam, een intensief groepsproces, stond hij ’s avonds in de musical 3 Musketiers (2003). Ook die rol van de luide vechtjas Porthos werd bekroond, met de John Kraaijkamp Musical Award. In het theater maakte hij onder meer indruk als godsdienstwaanzinnige vader in het toneelstuk Knielen op een bed violen (2008) en manager van André Hazes in de musical Hij gelooft in mij (2012).
In en buiten zijn werk was Geel een opvallende verschijning, die zich even makkelijk bewoog in de intellectueel angehauchte wereld van het kunsttoneel als in het volkse Amsterdamse uitgaansleven. Intimiderend kon hij ook zijn. Hierover zei hij: „Ik ben iemand die weleens door het leven wil razen – communicatief niet altijd de handigste, ik kan in mijn werk nogal strak, zelfs hard overkomen” (Revu, 2005). Met wel erg veel relativering zei hij in het NoordHollands Dagblad in 2006: „Ik ben gewoon een boer die hard werkt.”
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →