/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/14144053/150726MAG_2034605433_1.jpg)
Parijs bestaat uit twintig arrondissementen en die liggen ‘intra-muros’. Zo is het, sinds 1859, altijd geweest. De kritiek was dus niet van de lucht toen Macrons oud-minister Clément Beaune, nu ‘hoge commissaris voor strategie en plan’, onlangs adviseerde om de oude stad binnen die muren samen te voegen met de omliggende banlieuegemeenten. Voor bestuurders is Parijs al lang niet meer de relatief bescheiden stad van 2 miljoen inwoners op 100 vierkante kilometer. Zij dromen van een acht keer grotere metropool met liefst 7 miljoen mensen. Maar voor dit ‘Grand Paris’ moet eerst de fysieke en psychologische barrière van de Périphérique, de altijd drukke ringweg, worden geslecht.
Als dat ergens gelukt is, dan is dat in het noordoosten van Parijs langs het Canal de l’Ourcq. Niet zozeer via gemeentelijke herindelingen, maar dankzij de kunsten. Een tot enkele jaren terug tamelijk ruig industrieel gebied, dat in Parijs begint en tot ver buiten de stad langs het kanaal doorloopt, wordt daar stukje bij beetje getransformeerd tot culturele pleisterplaats. „Ons kanaal is een proeftuin voor ‘Parijs in het groot’, een plek die verbindt, inclusief is en creativiteit stimuleert”, ronkt de toeristische website van het samenwerkingsverband L’Ourcq. Er zijn podia, tentoonstellingsruimten, ateliers en galeries.
Wie het nieuwe Parijs wil zien en internationale toeristen hoopt te vermijden, neemt rondom het Canal Saint-Martin een fiets en volgt het kanaal steeds verder omhoog, op zoek naar de nieuwe avant-garde. Het kanaal, met de sluisjes waar Amélie Poulain in de film haar steentjes keilde, is begin negentiende eeuw op verzoek van Napoleon aangelegd om Parijs van schoner drinkwater te voorzien. Het ligt in het verlengde van het Canal de l’Ourcq.
Brug over het Canal de l’Ourcq in Pantin, een voorstad van Parijs, met de Grands Moulins de Pantin op de achtergrond.
Na een minuut of tien fietsen bereik je het Parc de la Villette. Hier ligt nog wat ‘officiële kunst’: de door president Giscard d’Estaing geïnitieerde Cité des sciences et de l’industrie, met toegankelijke tentoonstellingen over vooral exacte wetenschap – denk NEMO in Amsterdam. En natuurlijk de in 2013 geopende Philharmonie, de indrukwekkende concertzaal voor vooral klassieke muziek, ontworpen door de Franse toparchitect Jean Nouvel.
Officiële kunst, ja, maar toen al met het idee om banlieue en stad dichter bij elkaar te brengen. Niet alleen door de locatie – opeens moesten de deftige families uit het westen van Parijs helemaal naar deze noordelijke volksbuurt voor hun dosis Berlioz of Fauré – maar ook door de goed gemaakte tentoonstellingen. Die zijn modern, laagdrempelig en multicultureel en belichten de ene keer de geschiedenis van de Franse hiphop of Franse elektronicamuziek, de volgende keer chansonnière Barbara en dan weer het Nigeriaanse genie Fela Kuti of, gewoon, Ravel en zijn Bolero. Deze zomer staat de muziek in videogames centraal.
Het Bassin de la Villette in het 19de arrondissement van Parijs.
Tegenover het muziekgebouw ligt de Grande Halle de la Villette, een oud slachthuis. In de voormalige ‘halle aux boeufs’ zijn nu conferenties én tentoonstellingen. Tot eind augustus is er een omvangrijke expositie te zien over straatkunst met werk van nog niet doorgebroken graffitikunstenaars en van usual suspects als Shepard Fairey en Keith Haring. Wie van daar onder de Périphérique doorgaat en verder noordwaarts het kanaal volgt, kan wat graffiti en (niet geïnstitutionaliseerde) straatkunst betreft ook zijn hart ophalen. Hier begint de gemeente Pantin, waar de transformatie van de oevers van het Canal de l’Ourcq nog recenter is.
Een journalist van The New York Times noemde Pantin in 2015 „de Franse versie van Williamsburg”. Ofwel: gentrificatie ligt op de loer. De fabriekshallen aan het kanaal werden een voor een verbouwd tot creatieve hubs en zelfs luxe appartementen. Chanel en Hermès openden er kantoren, galerie Thaddaeus Ropac kwam er met een filiaal (nu trouwens met nieuw werk van Anselm Kiefer). Maar Williamsburg is Pantin nog lang niet. Tussen alle cutting edge kunst, is de industrie nog niet verdwenen. De immense letters ‘PANTIN’ op de kade, zoals iedere toeristenstad die tegenwoordig heeft, ademen vooral ambitie.
Graffiti onder de Pont de la Folie bij het Canal de l’Ourcq.
De sfeer blijft rauw en volks, zonder Parijse poeha maar mét geweldige kunst zoals je die binnen de muren van de stad niet meer zo vaak ziet. Vaak activistisch, over ongelijkheid en solidariteit. Geslaagd is vooral het nieuwe leven voor de Magasins Généraux, een pakhuis dat tot niet zo lang geleden bekend stond als de ‘kathedraal van de graffiti’. Perfect opgeknapt, dankzij privaat-publieke samenwerking. De eerste tentoonstelling daar, in 2017: ‘Les Grands Parisiens’: foto’s van het gedroomde Grand Paris – zonder muren.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →