Skip to content

Philip Dröge gaat back to the future en ontdekt de tijdreiziger in zichzelf

World
Philip Dröge gaat back to the future en ontdekt de tijdreiziger in zichzelf

Philip Dröge is een reislustig man. De historicus en journalist heeft inmiddels een indrukwekkende reeks boeken op zijn naam staan en ze hebben allemaal met elkaar gemeen dat hij ervoor op pad is gegaan. Van Kelmis vlak over de grens in – tegenwoordig – België voor Moresnet tot de Indonesische hoofdstad Jakarta voor Moederstad.

In zijn nieuwe boek De tijdreiziger hint Dröge naar de oorsprong van zijn Wanderlust. Als tienjarig jongetje raakte hij in de ban van de negentiende-eeuwse avonturenroman De reis om de wereld in tachtig dagen van de Franse schrijver Jules Verne. Daarin wedt de welgestelde neurodivergente Brit Phileas Fogg dat hij dankzij de stoomboot en de trein in tachtig dagen om de wereld kan reizen. Dat lijkt te mislukken, maar – spoiler alert! – uiteindelijk komt het allemaal toch nog goed omdat Fogg op zijn oostwaartse reis om de aardbol een dag heeft gewonnen door het oversteken van de internationale datumgrens.

De jonge Dröge beloofde zichzelf om ooit nog eens naar de vorige dag te reizen en nu heeft hij dat voor De tijdreiziger gedaan. In een oud vliegtuigje uit 1971 maakte hij een vlucht van Apia op Samoa naar Pago Pago op Amerikaans-Samoa. Het was onderdeel van ‘een wereldreis naar de verhalen van onze tijd’, zoals de ondertitel luidt. Philip Dröge trad in de voetsporen van Phileas Fogg in een poging grip te krijgen op het vluchtigste deel van onze werkelijkheid.

Dröge is bepaald niet de eerste die dat probeert. Bijna de hele mensheid probeert al duizenden jaren lang de tijd in het gareel te krijgen met zonnewijzers, zandlopers, klokken, kalenders en jaartellingen, zo liet emeritus-hoogleraar Piet de Rooy vorig jaar ook zien in De tijd, de waarheid en de geschiedenis. Dröge zoekt naar de sporen die die worsteling heeft nagelaten om beter te kunnen begrijpen hoe we de tijd beleven.

Die zijn er genoeg op de wereld: van het astronomisch uurwerk in Praag tot de zonnetempel van Konark aan de oostkust van India. Iedere bestemming op zijn reis om de wereld is voor Dröge aanleiding om in een hoofdstuk te reflecteren op een ander aspect van onze tijdsbeleving. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld de grondbeginselen van Einsteins relativiteitstheorie onderwezen in diens piepkleine appartement in Bern.

Er zijn ook hoofdstukken over de fascinatie van de mens met het einde der tijden, over de (on)mogelijkheid van tijdreizen, en over de zin en onzin van tijdszones, inclusief ‘het stugge kwartiertje’ waarmee Nepal zich als een onafhankelijkheidsverklaring in tijd onderscheidt van grote buur India. Het resulterende boek toont de veelzijdigheid van de tijd. Naast de lineaire tijd van het christendom en het vooruitgangsdenken van de Verlichting is daar bijvoorbeeld de circulaire tijd die is vervat in de hindoetempels en Maya-inscripties die Dröge aanschouwt.

Dröge bezoekt ook groepen met een geheel eigen idee van tijd, zoals de orthodoxe monniken op het Griekse schiereiland Athos en de Aboriginalgemeenschappen in Australië. Die laatsten hebben het mooiste concept van tijd. Veel Aboriginal-talen hebben geen verleden of toekomende tijd. Bij de sprekers van het bijna verdwenen Kuuk Thaayorre geeft het landschap houvast: zij relateren de tijd aan de windrichting. Het verleden ligt in het oosten, waar de zon opkomt. De toekomst is dus in het westen.

Interessant is ook om te lezen hoe de klok en vooral de tijd instrumenten van koloniale overheersing werd. „De missionarissen drongen een temporeel wereldbeeld op waarin de Europeanen duidelijk de voorliggende partij en het grote voorbeeld waren”, zo vertelt de Indiase historicus Saurabh Dube aan Dröge, „Als de inwoners van de kolonie heel erg hun best deden en zich volledig onderwierpen aan de regels van Europa konden ze misschien ooit dat niveau aantikken.” Vermakelijk is dan weer Dröges vertelling van de verhitte discussies in 1884 tussen de koloniale machten over het vastleggen van de nulmeridiaan en de tijdszones.

Een sleutelpassage in het boek is het bezoek aan een onooglijk parkeerterrein in Los Angeles. Het is de plek waar Marty McFly begint aan zijn reis door de tijd in de door zijn vriend en uitvinder Doc tot tijdmachine omgebouwde DeLorean DMC-12 in de 80’s-bioscoophit Back to the Future. Wanneer Dröge zijn gewone huur-Nissan de sporen geeft volgt er geen reis naar 1955, maar hij komt op het hobbelige asfalt wel tot een inzicht over de kracht van nostalgie: hij ís al een tijdreiziger. „Misschien ben ik daarom hier. Omdat films en liedjes zich hechten aan wie je ooit was en hoe je toen dacht dat de wereld in elkaar zat”, zo schrijft hij, „Tijd creëert de persoon die erdoorheen reist.”

Dröge benadert de tijd fysisch, metafysisch en filosofisch. De tijdreiziger barst bijna uit zijn voegen met verrassende feiten, vermakelijke anekdotes en bijzondere overpeinzingen. „Taal en tijd zijn elkaars spiegelbeeld” bijvoorbeeld, want „taal is een meester in het organiseren van wat we niet kunnen vastpakken.” Toch slaagt Dröge er tijdens zijn reis om de wereld ook telkens net niet in om de tijd aan te raken. Het blijft altijd een abstractie.

Bij tijd en wijle gaat Dröge wel erg fanatiek op het lyrische orgel en is hij iets te scheutig met metaforen om zijn inzichten kracht bij te zetten. Maar misschien was het juist zijn bedoeling om in het hoofdstuk over zijn reis van Amerikaans-Samoa naar Los Angeles de desoriënterende effecten van een jetlag te simuleren, waarbij tijd en geest niet meer synchroon lopen. Dröge maakt in ieder geval een duizelingwekkende reis, die gelukkig richting geeft aan een boek dat qua volgorde van de onderwerpen van de hak op de tak springt.

En die extra dag die Dröge cadeau kreeg tijdens het oversteken van de datumgrens? Die „is ergens onderweg weer uitgegeven, geruisloos, zonder bonnetje.” Aan het einde van zijn reis concludeert de tijdreiziger ietwat melancholisch dat alles voorbijgaat. Daarom wil hij altijd blijven gaan, verder de tijd achterna. Ook als dat betekent dat hij nooit in het moment zal zijn. „Ik kwam op bestemmingen om daar te zijn en mijn tijd te nemen, maar besefte vooral dat ik uiteindelijk ook weer weg moest.” Maar wanneer dat dit soort boeken oplevert, dan moeten we daar als lezers absoluut niet rouwig om zijn.


Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →

NR
Originally published by NRC nrc.nl
Visit original article

admin

Leave a Comment