Skip to content

De vuursalamander houdt van regen, maar het moet niet te gek worden – en waar blijft de remedie tegen de salamandervreter?

World
De vuursalamander houdt van regen, maar het moet niet te gek worden – en waar blijft de remedie tegen de salamandervreter?

Steen, salamander, vlieg: samen vertegenwoordigen ze drie van de vier elementen. Aarde, water, lucht. Het vierde element is dat wat ze hier in Zuid-Limburg verbindt. Vuur. De bodem zit vol vuursteen, aan het begin van de zomer voeren vuurvliegjes hun nachtelijk ballet op. „En vanavond is het uitstekend weer voor de vuursalamander”, zegt Staatsbosbeheer-ecoloog Guido Verschoor in de stromende regen.

We bevinden ons in het laagste gedeelte van het Bunderbos: een steil loofbos dat bekendstaat om de honderden kalktufbronnen. Die bronnen, waarbij kalkrijk water aan de oppervlakte komt en daar harde kalksteenplateaus vormt, zijn uniek in Nederland. Ze vormen de ondergrond voor fraaie watervalletjes, en vormen één van de redenen dat het bosgebied is uitgeroepen tot Natura 2000-gebied.

Een andere reden houdt zich vooralsnog voor ons verborgen. Salamandra salamandra, de vuursalamander. Zwart met geel gevlekt, tot wel 20 centimeter lang – de enige van de vijf Nederlandse salamandersoorten die als volwassen dier op het land leeft in plaats van het water. Maar óók de meest bedreigde. „Alleen in Zuid-Limburg komen er nog twee populaties voor”, vertelt Verschoor terwijl hij een vloeistoftankje tevoorschijn haalt uit de kofferbak van zijn auto. „Eén in  het Vijlenerbos en één hier. Zou je je voet eens willen optillen?”

In de tank zit ontsmettingsspray: iedere boswachter en bioloog die hier in het bos van het pad gaat zorgt allereerst voor schone laarzen. Want via profielzolen komt modder mee, en daarin kan de schimmel Batrachochytrium salamandrivorans zich schuilhouden. Kortweg Bsal, alias: de salamandervreter. De oorspronkelijk uit Azië afkomstige schimmel tast de huid aan van amfibieën, waardoor ze ten dode zijn opgeschreven. Dertien jaar geleden werd Bsal voor het eerst hier in het Bunderbos waargenomen – vermoedelijk meegekomen met (illegaal) verhandelde Aziatische salamanders voor in terraria. „Sindsdien zijn de Limburgse vuursalamanderaantallen gedecimeerd”, zegt amfibieëndeskundige Naomi Lambrikx van onderzoeksstichting Ravon. „Waar je er vroeger tientallen op een avond kon zien, kom je er nu met veel geluk één tegen.” Een remedie tegen de schimmel is nog altijd niet gevonden.

Vuursalamanders worden actief in het donker, wanneer ze op vochtige bosgrond op zoek gaan naar naaktslakken en regenwormen. „Omgevallen bomen, mosplakkaten, muizenholletjes: dat zijn ideale plekken om er eentje tegen te komen”, zegt Lambrikx. Ze overhandigt ons elk een zaklamp. „En goed bij elkaar blijven, want na zonsondergang zijn er wilde zwijnen actief in het bos.” In een rijtje achter elkaar klimmen we de heuvel op. Een ontmoeting met een volwassen vuursalamander zou een mooie bijkomstigheid zijn, maar ons is het vanavond vooral te doen om de larven.

Het reliëf van het Bunderbos is een zegen én een vloek voor die larven, licht Verschoor toe. In de bronbeken ontstaan poeltjes met rustig stromend of stilstand water, waar volwassen dieren hun larven in kunnen afzetten. Lambrikx: „Dat is trouwens nóg iets dat de soort bijzonder maakt. Andere salamanders zetten eitjes af, maar bij vuursalamander komen de eitjes al in de buik uit en komen er dus rechtstreeks kleine larfjes tevoorschijn.”

Maar die larven hebben dus wél rustig water nodig, en dat ontbrak er de laatste jaren vaak aan. Al zeker tien jaar zorgen regenbuien voor problemen in het gebied. Ook in de zomer van 2024 veranderden de normaal rustig stromende beken in woest kolkende watermassa’s. Verschoor: „Hier verderop liep een voetpad langs de Leukderbeek, een van de grotere beken in het bos. Dat pad veranderde boven aan de helling in één grote wildwaterbaan. Na afloop was er een metersdiepe kloof ontstaan.” 

Alle salamanderlarven werden door het water meegesleurd, een wisse dood tegemoet. Zulke hevige regenval is sindsdien niet meer voorgekomen, maar minder intense buien laten ook hun sporen achter en worden door klimaatverandering hoe dan ook frequenter. „En dan zie je dat de inrichting van het landschap daar niet op is berekend.” De boshellingen zelf zijn een afwisseling van kalk, löss en klei. Maar direct op het plateau boven aan de helling overheersen het asfalt, bebouwing en grootschalige akkers. „Vroeger infiltreerde het water hier veel beter door het kleinschalige landschap, nu stroomt het oppervlakkig af richting het Bunderbos. En het is ook nog eens van slechte kwaliteit: het zit vol meststoffen.”

De schone, stille poeltjes voor de vuursalamanderlarven worden kortom steeds schaarser. Maar de ouders zijn honkvast, en blijven de larven afzetten op locaties die voorheen wél geschikt waren. Eén vrouwtje krijgt tot wel dertig nakomelingen, die ze verspreid over enkele plekken afzet. De Leukderbeek is inmiddels deels opgevuld met puin: geen ideale plek om op te groeien. Om die reden besloot Lambrikx met enkele collega’s en vrijwilligers drie jaar geleden tot een vuursalamander­reddingsplan. Met een (uiteraard ontsmet) aquariumnetje vangen ze de larven één voor één van risicovolle locaties weg, en brengen ze naar een minder erosiegevoelige beek in hetzelfde gebied.

Het is langs die beek dat we nu de helling oplopen, bij het schijnsel van onze zaklampen. De precieze locatie blijft onvermeld. „Omdat de populatie zo kwetsbaar is willen we voorkomen dat mensen actief op zoek gaan naar de plek en daarmee de dieren mogelijk verstoren.” Tot dusver zijn de enige gele vlekken afkomstig van klimopbladeren her en der. De larven zelf zijn nog moeilijker te spotten: die hebben een grijsbruine schutkleur. Maar dan is het raak. Enthousiast wijst Lambrikx naar een centimetergroot streepje in een rustig stuk van de beek. „Een jonge larve!” Van dichtbij vallen ook de uitwendige kieuwen op; die verdwijnen zodra de salamander volwassen wordt en aan land kruipt.

De herkomst van de naam vuursalamander is door fabels omgeven – de meest waarschijnlijke verklaring is dat de dieren soms schuilen tussen blokken hout, en dus opeens tevoorschijn kunnen schieten wanneer het hout in brand wordt gestoken. Maar in de middeleeuwse tekst Der Naturen Bloeme van de Vlaamse dichter Jacob van Maerlant werd ook beweerd dat de salamanders ín het vuur zouden leven en een vachtje zouden hebben van hittebestendige salamanderwol. Dat verhaal werd later ontkracht: de ‘wol’ waarvan soms kleren werden gemaakt bestond in werkelijkheid uit asbestvezels.

Het wegvangen van larven is arbeidsintensief, en geen houdbare oplossing voor op de lange termijn. Daarom laat Staatsbosbeheer nu een onderzoek uitvoeren om te kijken wat er wél nodig is voor langdurige verbetering. „Niet alleen van het leefgebied van de vuursalamander, maar van alle bijzondere natuurwaarden die in de omgeving van de Leukderbeek aanwezig zijn”, aldus Verschoor. „Voor zulk grootschalig systeemherstel moet je het probleem bij de bron aanpakken. En dat betekent sowieso: het verbeteren van de infiltratie op het plateau.”

Lambrikx klimt verder heuvelopwaarts, tot aan de bron van de beek. Het dieet van de volwassen vuursalamanders kruipt over het pad: de bosbodem zit vol naaktslakken. Maar het geel-zwarte vlekkenpatroon is nergens te zien. „Dat zou vroeger, op zo’n natte zomeravond als deze, ondenkbaar zijn geweest.” De vuursalamander blijft kwetsbaar, benadrukt ze. Niet alleen te véél regen maar ook te weinig is nadelig voor de amfibieën – dan lopen ze de kans om uit te drogen. In die zin is ook het droogvallen van bronbeken een reëel risico. „Want ademen doen ze, net als andere salamandersoorten, grotendeels via de huid.”

Dan hebben we ons doel bereikt. In het schijnsel van de zaklantaarn, zien we welgeteld 47 larven zwemmen. Bij sommige is al heel vaag een vlekkenpatroon te zien en zijn de kieuwen langzaam aan het verdwijnen. Eén heeft z’n bek wagenwijd opengesperd en eet alles wat er maar naar binnenzwemt. Nog een kwestie van dagen, weken hooguit voor hij het land zal opkruipen. Met wat geluk een lange, onbezorgde toekomst tegemoet: in het wild kunnen vuursalamanders zo’n twintig jaar oud worden. Verschoor: „Maar dat lukt alleen als wij mensen door het vuur gaan voor hun voortbestaan.”


Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →

NR
Originally published by NRC nrc.nl
Visit original article

admin

Leave a Comment