/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/26102132/010726BUI_2034526397_fundashon1.jpg)
Het was in november, vlak nadat Curaçao zich als „kleinst deelnemende land” had gekwalificeerd voor het WK voetbal, toen Boudino de Jong van het digitale bedrijf Profound zich realiseerde wat voor historische tijden zijn eiland te wachten stonden. Met een wereldwijd publiek van meer dan vijf miljard WK-kijkers zou dit het eiland een gigantisch podium kunnen bieden.
Stel dat een klein percentage van die miljarden mensen nieuwsgierig zou worden naar Curaçao, dacht De Jong. „We zijn met ons bedrijf data gaan meten en zagen al snel een grote stijging van bepaalde zoektermen op Google: „What is Curaçao? En: Where is Curaçao? Toen wisten we: dit WK staat voor iets veel groters dan we ons tot nu toe realiseren.”
Boudino de Jong zit voor een groot scherm met grafieken, in een historisch kantoorpand in de wijk Scharloo. In de zeventiende eeuw lagen in deze wijk de eerste plantages, later bouwden rijke kooplieden er hun grote statige panden. Die staan nu – opgeknapt en gerestaureerd – op de Werelderfgoedlijst van Unesco en huisvesten bedrijven als Profound. Nu het WK ten einde loopt, denkt De Jong dat de echte impact van The Blue Wave, zoals het nationaal elftal van Curaçao wordt genoemd, pas duidelijk zal worden.
Het is eind juni, de week van de laatste groepswedstrijd die Curaçao zal spelen tegen Ivoorkust, als er fanatiek wordt gevoetbald op het schoolplein van de Emmy Berthold in de wijk Suffisant. Jeugdspelers van een jaar of elf, twaalf trainen hier met hun coach Remko Bicentini (58), die met zijn stichting Fundashon Bicentini een alternatief jeugd-WK organiseert waar meer dan honderd kinderen aan meedoen.
Voor de kinderen betekent het veel dat hun eiland deelneemt aan het echte WK. „Ik ben heel trots op Curaçao. Toen ik onze vlag daar zag, moest ik bijna huilen”, zegt de elfjarige Erik Rafael Encarnacion met een shirt van Brazilië aan, het land waar zijn ploeg zogenaamd voor speelt. „Het is mijn droom om in de toekomst te spelen in het nationale team van Curaçao”, zegt hij vastberaden. Zijn favoriete speler is aanvaller Tahith Chong, die op Curaçao geboren is. „Hij heeft onze school een keer bezocht en voetbalde toen samen met ons, die dag vergeet ik nooit meer”, zegt Erik Rafael en hij rent het plein weer op.
Even later is het pauze, de spelertjes drinken wat. Trainer Bicentini maakt zich zorgen over het weer, wolken pakken zich samen. „Deze jongens zien zichzelf terug in de spelers op het veld en denken: het is mogelijk, dit kan ik ook!”, zegt Bicentini. Het begint hard te regenen en de kinderen rennen naar het afdak van de school. „Er komt natuurlijk veel geld los straks na het WK”, gaat hij verder. „We hopen dat dit in het voetbal op Curaçao wordt geïnvesteerd. Als we over vier jaar weer meedoen zou het mooi zijn als er ook meer spelers vanuit Curaçao in de selectie komen. Nu zijn vrijwel alle spelers, op Chong na, geboren in Nederland, ook al hebben ze Curaçaose roots.”
Oud-bondscoach van Curaçao Remko Bicentini organiseerde met zijn stichting een jeugd-WK. „Deze jongens denken nu: het is mogelijk, dit kan ik ook!”
Zelf stond Bicentini als trainer aan de wieg van de Blue Wave-droom, nadat zijn eigen voetbalcarrière was beëindigd. Die begon al vroeg in Nijmegen, waar zijn vader Moises Bicentini naartoe was verhuisd vanuit Curaçao. „Hij was een van de eersten die betaald voetbal ging spelen bij een Nederlandse club, bij NEC. In Nijmegen leerde ik het voetbal op straat, net als veel jongens”, vertelt hij. Hij ging net als zijn vader bij NEC spelen, maar uiteindelijk keerde hij terug naar Curaçao.
Daar was Remko Bicentini tussen 2012 en 2023 meerdere keren (assistent-)bondscoach. „Dat Curaçao het nu zover heeft geschopt is altijd mijn droom geweest. Mijn doel is nu om de jonge generatie klaar te stomen voor de volgende WK’s”, zegt hij. De regen is gestopt en het spel gaat weer door.
De dromen beperken zich niet alleen tot de sport, of de groei van de economie en het toerisme waar de sector dankzij het WK op hoopt. De deelname aan het toernooi raakt ook aan iets veel diepers bij veel bewoners. Er komt, zo merkt dichteres en schrijfster Ini Statia (73), een ongekend gevoel van trots en eigenwaarde naar boven. En een sterke onderlinge verbondenheid. „Het voelt als een roes”, zegt Statia als ze gaat zitten aan een tafeltje op een terras in de wijk Pietermaai, met uitzicht over het water. „Het volkslied in het Papiamentu op zo’n podium als het WK maakte veel indruk. Ik kan me niet herinneren dat we dit ooit hebben meegemaakt.”
Het valt haar op dat het gevoel van trots zich niet alleen tot Curaçao beperkt, maar ook de andere ABC-eilanden Aruba en Bonaire raakt. „Een van de populairste WK-hits in het Papiamentu is gemaakt door een artiest uit Aruba. Terwijl er lange tijd ook polarisatie is geweest”, vertelt ze. Statia is geboren op Aruba en woonde op alle ABC-eilanden, inmiddels het langst op Curaçao.
In de tijd dat de eilanden nog tot de Nederlandse Antillen behoorden ging het meeste geld vanuit Nederland voor de Antillen naar Curaçao, het grootste eiland, tot onvrede van de anderen. „Tegelijkertijd was het toerisme op Aruba al veel eerder succesvol. Als ik vroeger aan Amerikanen moest uitleggen waar Curaçao lag, zei ik altijd: dat ligt naast Aruba, want dat kende iedere Amerikaan wel. Dankzij het voetbal kent iedereen het eiland nu”, lacht Statia.
Het WK zorgt voor een sterke onderlinge verbondenheid. In mei stond al een groot reclamebord voor het nationale team langs de weg in Willemstad.
Er wordt veel gediscussieerd over de mogelijke betekenis van deze nationale trots, of het bijvoorbeeld bijdraagt aan een dekolonisatieproces. „Zou dit een moment van een verandering zijn, daarover praat ik wel met andere schrijvers en denkers”, zegt Ini Statia. „Curaçao heeft een koloniale erfenis waarbij slavernij en onderdrukking nog een nasleep hebben. Nu gebeurt er iets dat ons een immens geloof in onze eigen kracht geeft. Dat wij nog dansen als we verliezen van Duitsland met 7-1 begrijpen velen niet, maar het gaat om wat er bereikt is. Voor een land met een koloniale erfenis is dit enorm”, zegt ze.
De Curaçaose ondernemer en influencer Curd Evertsz bedacht zelfs een woord voor het nieuwe symbool van trots, identiteit en verbondenheid: Blueity. „Ik zie dat als een grote en brede culturele stroming waar velen aan bijdragen en al vanuit het verleden hebben bijgedragen, maar wat ons land nu echt nodig heeft om een grote sprong te maken als het gaat om natievorming”, zegt Evertsz.
Dat het tot voor kort voor velen niet zo bekende eiland al maanden overspoeld wordt door internationale media, merkt ook de 103-jarige Mario Clarissa, de oudste nog levende oud-international van Curaçao. Dat hij nog meemaakt dat zijn land naar het WK gaat had hij nooit kunnen dromen. „Hij was altijd voor Brazilië, maar nu is hij echt voor Curaçao”, zegt zijn kleindochter Jurisa die haar opa ondersteunt.
Omringd door familieleden die hem verzorgen, lukt het Clarissa om zittend wat van zijn voetbaltalenten te laten zien. Hij kopt de bal met behoorlijk wat kracht vooruit. „Ik kan het nog wel”, lacht hij. Humor en gezond eten zijn het geheim van zijn hoge leeftijd, vertelt hij. „Ik heb één keer in mijn leven fastfood gegeten, en daarna nooit meer. Geen rood vlees, wel vis en zoveel mogelijk vers klaargemaakt eten.”
Clarissa heeft ook een echte persoonlijke band met dit WK. Zijn twee achterneefjes, de broers Leandro en Juninho Bacuna, speelden mee. Na de laatste wedstrijd vlogen ze terug naar Nederland via Curaçao en bezochten ze hun oudoom. „Het zit in de familie en we zijn trots en blij dat onze opa dit nog mag meemaken”, zegt Jurisa.
De 103-jarige Mario Clarissa, de oudste nog levende oud-international van Curaçao.
In de praktijk van psycholoog Verda Betrian is de Blue Wave pontificaal aanwezig in de vorm van een schilderij met verschillende kleuren blauw met witte golvende lijnen. Betrian heeft spontaan een kaartje gekocht voor wat uiteindelijk de laatste wedstrijd van het Curaçaose elftal zal worden. Ze wil in het stadion de wedstrijd zien, maar vooral ervaren wat er gebeurt met het publiek.
In haar praktijk praat ze deze periode ook veel met haar cliënten over wat ze ervaren. „Mensen ervaren diepe emoties, maar ze begrijpen niet altijd waar het door komt”, zegt ze. Uit onderzoeken is volgens Betrian gebleken dat emoties als trots een positief effect hebben op de hersenen. „Bij sport en alles wat dat losmaakt komen stoffen als adrenaline en dopamine vrij.”
Er wordt ook veel online gediscussieerd over het proces dat Curaçao nu doormaakt. „Mensen vragen zich af: nu we zo bezig zijn met blueity en de Blue Wave, wat doen we dan eigenlijk voor goeds voor ons eiland als we ondertussen nog steeds dingen op straat gooien? Zouden we niet meer moeten investeren in onszelf? En hoe kan ik mijn steentje bijdragen aan de ontwikkeling van ons eiland? Dat is interessant voor mij als psycholoog. Het gaat om een stuk zelfwaarde wat mensen dan voelen, ze nemen eigen initiatief en voelen zich als collectief verantwoordelijk voor ons eiland.”
In de hele maand juni werd op Google bijna 25 miljoen keer gezocht naar ‘Curaçao’ – in april was dat nog 1,5 miljoen, berekende Boudino de Jong met zijn bedrijf. Zoekopdrachten naar vluchten naar het eiland stegen van ruim 27.000 in april naar ruim 200.000 in juni.
In het kantoor in Scharloo blikt De Jong vooruit op wat Curaçao mogelijk te wachten staat. „Het is een gevaar dat prijzen stijgen. Die tendens zagen we al voor het WK. De vraag is ook of Curaçao straks de infrastructuur heeft om alle toeristen aan te kunnen. Ons wegennet en de nutsvoorzieningen zijn niet op zoveel mensen ingericht.”
Het toerisme was al aan het groeien, merken ook veel hoteleigenaren op Curaçao. Voor dit hoogseizoen waren veel hotels al volgeboekt. Maar de gratis reclame die Curaçao door het WK krijgt zal zeker effect hebben, zegt Robbin Vogels, eigenaar van Avila Beach Hotel, het oudste en meest iconische viersterrenhotel van Curaçao: ”Wereldwijd is de naam Curaçao nu bekend en onze verwachting is dat het drie tot zes maanden duurt voordat mensen dan ook echt het besluit nemen om te komen kijken.”
Vooralsnog zijn alle data en analyses die Profound maakt online voor iedereen toegankelijk, ook voor de overheid. „Er is een Curaçao vóór het WK en een Curaçao na het WK. Uiteindelijk zal er beleid gemaakt moeten worden voor de nieuwe toekomst die ons eiland tegemoet gaat”, aldus De Jong.
Supporters kijken op het Wilhelminaplein in Willemstad naar de eerste WK-wedstrijd van het Curaçaose elftal, tegen Duitsland. ‘Mama Wak’ is de titel van een WK-hit op het eiland.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →