/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08131243/180726WEE_2033836423_2.jpg)
Een in het zwart geklede jonge vrouw zit met haar bruine ogen wijd opengesperd naast haar advocaat. Ze is lang, maar als haar ex-partner vijf meter van haar plaatsneemt, krimpt ze ineen. De man, in wit overhemd met zwarte boord, knikt rechter en griffier toe en leunt achterover.
„U bent moeilijk uit elkaar gegaan”, vat familierechter Cas van Hees de situatie droogjes samen. Hun bijna vierjarige dochter woont met de vrouw op een geheim adres. De man vraagt de rechter om gezamenlijk gezag en voor hem een zorgregeling die van twee uur op woensdag en zondag naar hele weekenden moet groeien. De vrouw is daar tegen, ze wil het meisje wel laten videobellen.
Zijn dochter ziet de man al 2,5 jaar alleen via een beeldscherm. „Ik mis haar. En ik niet alleen, mijn hele familie.” Wonen in hun oude huis maakt het extra confronterend. In de badkamer ziet hij bijvoorbeeld vaak voor zich hoe hij zijn dochter in bad deed.
Volgens de vrouw maakte haar ex zich jarenlang schuldig aan manipulatief gedrag, agressieve communicatie en fysiek en psychisch geweld. Hij ontkent en heeft verklaringen ingediend van familie, vrienden en een ex-vriendin die zich niet kunnen voorstellen dat hij zich zo gedraagt. Er was wel eens ruzie, zegt hij, maar niet anders dan vroeger met zijn zus. Zijn advocaat benadrukt dat er voor de beschuldigingen helemaal geen bewijs is, en voert aan dat de problemen voortkomen uit een traumatische bevalling en de mentale nasleep daarvan.
De moeder heeft waterige ogen. Onder de tafel tikt haar zwarte Vans-sneaker onophoudelijk op de vloer. „Mijn cliënt is ontzettend bang dat de controle die zij heeft ervaren en waar ze los van is gekomen, weer terug gaat komen”, zegt haar advocate.
Terwijl zij aan het woord is schudt de man zijn hoofd. Hij ademt zwaar, snuift meermaals en schraapt zijn keel. „Meneer”, grijpt rechter Van Hees in. „Ik krijg steeds meer geluid van uw kant. Dat is heel storend.”
De rechter neemt het gesprek over. „U mevrouw vindt het moeilijk dat meneer geen erkenning geeft. En u meneer vindt dat u als slecht mens en vader wordt neergezet.” De gevraagde omgang lijkt hem lastig, wegens de angst van de vrouw kan nu geen overdracht van het meisje plaatsvinden. „Mijn taak is om te beoordelen of die angst valide is en vervolgens wat daar dan mee moet gebeuren.”
Daarvoor moet hij op zoek naar „objectieve info”. Het dossier bevat weliswaar allerlei verklaringen, maar die spreken elkaar tegen. Objectieve houvast vindt Van Hees nauwelijks. Op één document na: een verklaring van de huisarts van de vrouw. Terwijl het stel in 2023 nog samen was, vertelde zij haar huisarts dat de man haar sloeg. „Ik kan niet vaststellen dat alles wat mevrouw zegt is gebeurd, maar dat betekent wel dat ik er in deze zaak vanuit ga dat er een mate van huiselijk geweld is geweest”, zegt Van Hees. Hij kijkt naar de man: „Ik snap dat het voor u een bom is die valt.”
Tegen de vrouw zegt hij dat het bij de verwerking mogelijk kan helpen dat „u de erkenning die u zoekt niet van meneer krijgt, maar wel deels van mij”.
Van Hees laat meteen weten wat de uitspraak wordt. Het besluit over gezag en omgang voor de man schuift hij op de lange baan, beginnend met individuele gesprekken. De instantie adviseert wanneer de begeleide omgang tussen vader en dochter kan starten en zal langzaam toewerken naar een vorm van onbegeleid contact. Hij sluit aan bij het voorstel van de advocaat van de vrouw om eerst met ouderschapsbemiddeling te beginnen. De ouders starten met afzonderlijke gesprekken bij een hulpverleningsorganisatie. Die adviseert wanneer het contact tussen vader en dochter onder begeleiding kan worden opgebouwd en uiteindelijk zonder begeleiding kan plaatsvinden.
Tegen de ouders zegt hij dat hij zich realiseert dit voor de een soms te snel en voor de ander te langzaam zal gaan. De vrouw schiet vol. „Ik woon op een geheim adres en vind het heel moeilijk dat hij daar in de toekomst achter zal komen.”
Vader: „Dat is echt niet nodig. Als ik had gewild had ik het al geweten.”
Van Hees: „U moet echt opletten met de dingen die u zegt.”
Vader: „Ik heb geen slechtheid in me.”
Van Hees: „Mijn boodschap aan u is dat u op eieren moet lopen.” Vader: „Dat doe ik al 2,5 jaar.”
Jaarlijks behandelen de twintig familierechters van de rechtbank Den Haag achter gesloten deuren zo’n 1.300 zaken over gezag, omgang en andere geschillen rond minderjarigen.
Vanwege de gevoeligheid zijn de procedures niet openbaar. Bij hoge uitzondering mocht NRC drie maanden lang meelopen met drie familierechters om verslag te doen van hoe zij beslissingen nemen – op voorwaarde dat de betrokkenen niet herkenbaar naar voren komen.
Die toestemming komt op een moment dat het familierechtstelsel onder een vergrootglas ligt. Waar kinderen na een scheiding in de jaren negentig meestal bij hun moeder gingen wonen en hun vader eens in de twee weken zagen, zijn gezamenlijk gezag (sinds 1998) en gelijkwaardig ouderschap (sinds 2009) het uitgangspunt geworden.
Rechter Cas van Hees in de rechtbank in Den Haag.
Ook voor ouders die niet op goede voet uit elkaar gaan. Van hen wordt verwacht dat zij in het belang van hun kinderen over de eigen schaduw heen stappen. Critici stellen dat daarbij te weinig oog is voor huiselijk geweld, dwingende controle en intieme terreur. Door het gezamenlijk gezag blijven slachtoffers daarvan aan hun ex-partner verbonden. Iedere beslissing over de kinderen – van schoolkeuze tot doktersbezoek en vakantie – kan zo opnieuw aanleiding worden voor conflict, controle en intimidatie.
Rechter Peter Burgers buigt zich op een dinsdagochtend in een Haagse zittingszaal over het gezag van een achtjarige jongen.
„Uw zoon, die heb ik een paar dagen geleden gesproken. Hele bijzondere jongen, heel vrolijk en extravert. Hij deed mij zelfs een chocoladereepje uit zijn tas cadeau. Hij heeft gezegd dat hij wel blij is met hoe het nu gaat. Hij vindt het rustig en wil eigenlijk op dit moment geen contact met zijn vader. Toen ik zei: ‘ik ga dinsdag met je vader en moeder praten’ werd hij bang voor geschreeuw en ruzie. Hij kon zich niet voorstellen dat papa en mama in een ruimte zouden zitten. Nou goed, dat was ons gesprek.”
De moeder heeft een verzoek ingediend tot eenhoofdig gezag. De vader, die tot drie weken geleden een contactverbod had, wil juist nakoming van de zorgregeling zodat hij met regelmaat kan videobellen met zijn zoon en de jongen om de week een weekend bij hem verblijft.
Zijn ex-partner – in donkerblauw shirt, donkere haren in een paardenstaart en parel-oorbellen – vermant zich. Ze recht haar rug, legt haar handen plat op tafel, kijkt strak voor zich uit en laat vooral haar advocaat het woord voeren. Op de vraag van Burgers of er iets is gebeurd sinds het contactverbod van de man afliep, antwoordt ze afgemeten. „Nee, maar bent u op de hoogte van de drie overtredingen [tijdens het contactverbod]?”
De rechter wijst op signalen van huiselijk geweld en dat vader eerder dreigde zijn zoon mee te nemen naar zijn geboorteland. Aangifte deed de vrouw nooit. Ze diende wel een uitdraai van zeventien politiemeldingen in – onder meer over dat de buren 112 belden na geschreeuw. De wijkagent heeft verklaard dat vader verbaal sterk is en de schuld van problemen steevast bij anderen legt. Burgers stelt vast dat de man nog altijd niet in therapie is en het contactverbod overtrad door zijn zoon een cadeau te sturen en niet weg te lopen toen hij zijn zoon in een winkelcentrum tegenkwam.
Op een A4-blok schrijft een medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming druk mee. De Raad brengt in dit soort familiezaken zwaarwegend advies uit. Na gesprekken met onder meer beide ouders, hun huisartsen, school en Veilig Thuis adviseert de Raad de rechtbank het besluit over het eenhoofdig gezag een jaar uit te stellen. In de tussentijd kan de man therapie volgen en kan het contact tussen vader en zoon onder begeleiding worden opgebouwd. Het wettelijke uitgangspunt is immers dat ouders gezamenlijk gezag uitoefenen.
„Tenzij”, corrigeert Burgers. „Het is gezamenlijk gezag, tenzíj”. Hij wijst erop dat de vader al jaren geen zelfreflectie toont. „Waar haalt de Raad dan de gegronde inschatting vandaan dat het binnen een jaar wél zou lukken?”
De Raadsmedewerkster zoekt naar woorden. „Voor de Raad is het belangrijk dat daders van intieme terreur en dwingende controle behandeling krijgen. Dat moet ook een kans krijgen.”
Een contactverbod is „soms hogere wiskunde”, zegt ze. „Is een kind jarig, dan wil je een cadeautje sturen. Soms moet je ook gecoacht worden om het goed te doen.” Ze legt uit dat de Raad ook kijkt naar de sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling van een kind. Het is belangrijk dat een kind weet wie zijn vader en moeder zijn en waar het vandaan komt. „Gaat deze jongen dan nooit meer contact hebben met zijn vader?”
Burgers: „Dat vraag ik mij ook af. Ik ben er ook nog niet uit.”
De advocaat van de man benadrukt dat haar cliënt zich onlangs heeft aangemeld voor therapie. Over het huiselijk geweld zegt ze: „Ik wil het niet bagatelliseren. Moeder zal het best zo ervaren hebben. Maar er zijn geen aangiftes.”
Later komt de moeder daarop terug. Met vochtige ogen zegt ze dat slachtoffers van huiselijk geweld „goede redenen hebben om geen aangifte te doen”, zoals angst voor de gevolgen. „Namens alle vrouwen: het is respectloos als het niet serieus wordt genomen omdat er geen aangifte ligt.”
Vier weken later wijst rechter Burgers alle verzoeken van de vader af. Hoewel kinderen in het algemeen gebaat zijn bij contact met beide ouders kan daarvan in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken, schrijft hij in zijn beschikking.
De moeder krijgt het eenhoofdig gezag. Contact met de vader blijft uitgesloten zolang hij geen behandeling ondergaat. Aan de jongen schrijft Burgers een aparte brief: „Je ouders willen vaak niet hetzelfde voor jouw opvoeding. Ook geeft de omgang met je vader veel spanning en angst bij jou en je moeder. Dat is allemaal niet goed voor jou.”
Wat er precies is gebeurd en wie de waarheid spreekt, is in het familierecht lang niet altijd vast te stellen. Critici wijzen er al jaren op dat familierechters ingrijpende beslissingen nemen zonder dat aan waarheidsvinding wordt gedaan.
Gebrek aan objectieve informatie is volgens de 58-jarige rechter Peter Burgers een van de grootste uitdagingen van het vak. Anders dan in het strafrecht – hij was tot eind vorig jaar strafrechter – beschikken familierechters niet over politieonderzoek, getuigenverhoren, forensisch bewijs of reclasseringsrapporten. „Je moet het doen met stellingen die partijen innemen en waar je meer of minder waarde aan kunt hechten.”
Dat wringt volgens Burgers juist omdat de lezingen van partijen vaak haaks op elkaar staan. „Als een moeder zegt dat een vader verslaafd is en winkeldiefstallen pleegt om die verslaving te bekostigen, kan ik dat niet controleren. Dan zou het enorm helpen als ik een strafblad of reclasseringsrapport kan inzien. Dan kun je bepalen of zo’n bewering aannemelijk is en dat meewegen in de vraag of omgang veilig is.”
Ook van hulpverleningsinstanties zoals Veilig Thuis zou hij graag meer feitelijke informatie ontvangen over wat zij waarnemen. „Niet alleen wat ouders zeggen, maar ook wat een hulpverlener zelf ziet. Dat een vader zijn kind niet aankijkt. Dat een kind wegkijkt. Dat zijn dingen die je als rechter wilt weten.”
Rechter Peter Burgers in de rechtbank in Den Haag.
Familierechters praten ook met de kinderen over wie het gaat. Vanaf hun achtste worden zij uitgenodigd voor een kindgesprek met de rechter – zonder toga – van twintig minuten tot een half uur. In Den Haag zijn daarvoor speciale kinderkamers ingericht met foto’s van het Scheveningse strand en speelgoed op tafel.
„Ik ben geen psycholoog. Ik ga niet diep graven”, vertelt rechter Annette Olland (58). „Maar ik wil wel weten wat er in kinderen omgaat.” Om ze aan de praat te krijgen vraagt ze bijvoorbeeld welk cijfer zij hun leven geven. „Of het nu een vijf of een acht is, dan kun je altijd vragen wat het leven beter zou maken.” Of: als je één wens mocht doen, welke zou dat zijn? „Veel kinderen zeggen dat ze willen dat hun vader en moeder weer bij elkaar komen. En er zijn ook kinderen die zeggen: ik wil dat mijn vader mijn moeder niet meer slaat.”
Dat zegt volgens Olland veel over wat er in het hoofd van het kind omgaat, maar ook na een kindgesprek weet je als familierechter niet wat er in werkelijkheid allemaal speelt. „Het moeilijkste van ons vak is dat we in de brij van informatie – en per definitie ook nog vrijwel altijd tegenstrijdige informatie – richting moeten geven”, zegt Olland.
Voor een gezags- of omgangszaak krijgen rechters vier uur. In die tijd moeten zij het dossier bestuderen, de kinderen spreken, de zitting leiden, beslissen en de uitspraak schrijven of het door de griffier gemaakte concept nakijken. Omdat zittingen vrijwel standaard uitlopen, vervallen pauzes en kan een zittingsblok zomaar van negen uur ’s ochtends tot half twee ’s middags ononderbroken doorgaan. Olland heeft steevast een paar tupperwarebakjes met stukjes appel in haar tas.
„Ik vergelijk mijn werk wel eens met dat van een huisarts”, zegt Olland. „Ik moet in beperkte tijd, op basis van de zitting, het kindgesprek en het dossier, een diagnose stellen en bepalen of ik er een pleister op kan plakken zodat het vanzelf goed komt, of dat ik er een specialist of therapeut bij moet halen, of dat ik gewoon moet beslissen zodat er duidelijkheid is.”
De ouders van drie kinderen liggen met elkaar overhoop.
Rechter Cas van Hees: „Hoe ziet uw leven eruit?”
Vader: „Het is wennen natuurlijk.”
Rechter: „Mist u de kinderen?”
Rechter: „Ik vraag het aan u.”
Rechter: „Heeft u familie en vrienden met wie u kunt praten?”
Vader: „Je moet het toch zelf doen. Je kan wel praten, maar niemand kan je helpen met jouw probleem.”
Rechter: „U heeft de kinderen niet meer gezien?”
Vader: „Nee. Wij zijn bijna twintig jaar getrouwd geweest en er is nooit iets gebeurd, alleen het incident bij de tramhalte. Het was ramadan. Ik had geen bedoeling om haar pijn te doen. Ik heb haar vastgehouden en gezegd: ‘weet je wel wat je aan het doen bent. Je speelt met vijf levens.’”
Familierechter Van Hees buigt zich vandaag niet alleen over de echtscheiding en alimentatie, maar ook over het verzoek van de vrouw voor eenhoofdig gezag en een door de man gewenste omgangsregeling met zijn kinderen.
Het geweldsincident bij de tramhalte in maart 2025 speelt daarbij een belangrijke rol. Kort daarvoor had de vrouw aangekondigd te willen scheiden en was ze met hun drie kinderen vertrokken. Toen de man met zijn scooter langsreed en zijn ex-partner bij de tramhalte zag staan, stapte hij af. Omstanders, leest de politie-aangifte die de vrouw heeft toegevoegd aan het dossier, moesten helpen om de vrouw los te trekken. De man werd veroordeeld voor mishandeling van zijn ex en een trap richting de jongste zoon die erbij was. Ook kreeg hij een contact- en locatieverbod.
Die ochtend heeft Van Hees met twee van de drie kinderen gesproken. Hoewel hij er niet bij was, heeft het incident bij de tramhalte „grote indruk” op de twaalfjarige zoon gemaakt, vertelt Van Hees. De jongen „weet niet” of hij zijn vader op dit moment weer wil zien. „Dat vindt hij moeilijk.”
De advocate van de moeder stelt het scherper: „Contact met de kinderen is nu niet bespreekbaar.” De vrouw, in een champagnekleurige abaya, knikt. Ze kijkt strak voor zich uit naar de rechter en gunt haar ex-partner, vijf meter links van haar, geen blik waardig. Haar jongste zoon van zes is nog steeds bang, zegt ze. „Als hij een scooter hoort verstopt hij zich achter mij.”
Vader luistert met een scheef glimlachje. Hij zit een kwartslag gedraaid op zijn stoel met zijn zwarte jas nog aan. Als hij zijn telefoon pakt omdat er – tot irritatie van de rechter – een luide oproep binnenkomt, licht een foto van zijn kinderen op. Zijn vrouw hield hij „alleen maar vast”, vertelt hij. Dat wordt uitvergroot. „Ik heb een fout gemaakt, één schop doet mij nu de das om. En alles wat ik als vader wél goed heb gedaan, wordt verdraaid.”
Dan krijgt de Raad voor de Kinderbescherming het woord. „Ik wil vader meegeven dat dit niet iets kleins is”, zegt de vertegenwoordiger. „Als kinderen meemaken dat vader en moeder fysiek ruzie maken is dat een enorm heftige gebeurtenis voor een kind. Dat kan echt trauma opleveren in hersenen.”
Ze wijst op het belang van „duurzaam ouderschap” en hulpverleningsprogramma’s waar vader en moeder kunnen leren hun ouderschap vorm te geven zodat ze straks bijvoorbeeld beiden naar de schoolmusical kunnen komen. Voor de twee jongste kinderen adviseert De Raad deelname aan Dappere Dino’s en Stoere Schildpadden: leeftijdsgebonden groepsprogramma’s voor het verwerken van een scheiding.
Van Hees richt zich tot de man, en zegt: „Ik denk dat de kinderen bij u op zoek zijn naar een stukje erkenning voor wat er is gebeurd.” Die kiem daarvoor kan gelegd worden „bij een praatgroep voor mannen die veroordeeld zijn voor huiselijk geweld”. Om ervaringen te delen, zegt Van Hees. „Eruit te komen”.
Hoewel zijn officiële uitspraak pas over vier weken volgt, deelt hij de kern nu al. „Ik vind het op dit moment heel moeilijk te zien hoe de kinderen op een goede manier contact met u kunnen hebben, meneer. Dat komt eigenlijk vooral omdat zij en u het nog geen goede plek hebben gegeven.”
De man moet naar de praatgroep, de kinderen naar de Dappere Dino’s en Stoere Schildpadden. De vrouw krijgt bovendien alleen het gezag. „U kunt daardoor geen beslissingen nemen voor de kinderen”, zegt Van Hees tegen de man. Vanwege het contactverbod dat nog enkele maanden loopt mag er namelijk überhaupt nog geen contact zijn.
Opvallend snel berust de man daarin. „Als de ene partij boos is, moet je het laten rusten. Geef het tijd”, zo lijkt hij vooral tegen zichzelf te zeggen. Eenmaal bij de deur draait hij zich om richting Van Hees. „Hartstikke bedankt man.”
Hoog in het Paleis van Justitie in Den Haag vertelt Cas van Hees (35) wat zijn rechtsgebied zo bijzonder maakt. „Familierecht is interessant omdat je als rechter een kijkje krijgt in de ziel van mensen, vaak op het dieptepunt van hun leven, als ze op hun slechtst zijn, terwijl ze dat helemaal niet willen zijn. De stress van een scheiding, de zorg om hun kinderen, de financiën, de toekomst, dat alles maakt dat mensen op dat moment niet de beste versie zijn van zichzelf.”
Op zulke momenten kan de familierechter echt iets betekenen, vindt hij. „We zijn geen hulpverleners, psychologen of pedagogen. Maar we gaan wel uitgebreid met ouders in gesprek over waarom het hun niet lukt samen beslissingen over hun kind te nemen en wat hun daarbij in de weg staat. We verwijzen ze door naar hulpverleners én nemen een beslissing. Dat geeft duidelijkheid.”
Kindergesprekskamer in de rechtbank Den Haag. Rechts: rechter Annet Olland.
Na zijn rechtenstudie werkte Van Hees bij een groot advocatenkantoor op de Amsterdamse Zuidas aan vastgoedtransacties. Maar het harde Zuidas-ritme sprak hem steeds minder aan. Hij solliciteerde bij de rechtbank Den Haag en maakte tijdens de opleiding kennis met verschillende rechtsgebieden. „Ik had er daarvoor niets mee, maar toen ik de familiezittingen bijwoonde dacht ik: dáár gebeurt het. Daar leggen mensen in een kwetsbare positie hun leven op tafel. En als familierechter heb je een bijzondere verantwoordelijkheid, omdat de overheid diep ingrijpt in het leven van mensen.”
Voormalig strafrechter Peter Burgers spreekt vooral het toekomstgerichte aan. „Het strafrecht gaat ook over mensen, maar achteraf. Het familierecht gaat over de toekomst en over hoe het leven wordt vormgegeven.”
Dat is ook voor Annette Olland, die in vijftien jaar als familierechter een „grote passie” voor het vak ontwikkelde, de kern. „Dit is het rechtsgebied waar je door wat je op een zitting doet misschien als rechter wel de meeste invloed kunt hebben op de toekomst.”
Of de gebroken gezinnen en vele ruzies die zij in hun zittingszalen voorbij zien komen hen ook veranderen? Cas van Hees zegt dat hij door zijn werk veel leert over kinderen en wat belangrijk is voor hun welzijn. „Dat neem je wel mee naar huis.” Cynisch heeft het familierecht hem niet gemaakt. „De mensen die wij zien zijn vaak helemaal geen slechte mensen. Het zijn mensen die in een slechte situatie zitten. En dat kan iedereen gebeuren, in de Schilderswijk en in Wassenaar.”
Ook Annette Olland zegt dat zij „in de kern geen ander mens” is geworden. Wel is zij zich meer bewust van de impact die een scheiding op kinderen kan hebben. De scheiding tussen haarzelf en haar ex-partner verliep harmonieus. Desondanks was het voor haar kinderen niet altijd makkelijk. Het bevestigde voor Olland „dat iedere scheiding impact heeft op kinderen, ook als ouders hun best doen”.
„Ik begin met vader”, zegt rechter Annette Olland. „Hoe is het voor u om hier te zitten?” De man in grijs pak met wit overhemd en bril met dun montuur leunt naar voren. „Het leven is niet meer hetzelfde”, antwoordt hij terwijl hij zijn woorden met zijn grote handen kracht bij zet. „Ik heb al zeven jaar geen contact meer met mijn kinderen.”
De man heeft een verzoek tot contactherstel met zijn twee puberkinderen ingediend, te beginnen met begeleide omgang in het bijzijn van een hulpverlener. Van zijn ex eist hij dat ze maandelijks een update met foto’s van de kinderen stuurt.
De vrouw, leren de processtukken, verwijt hij nogal wat. Ze zou voor een vechtscheiding hebben gekozen, aan ouderverstoting doen en hun tienerzoon en -dochter tegen hem hebben opgezet. Die achtergrond verklaart volgens hem ook haar aangifte van jarenlang huiselijk geweld. De man werd daarvoor weliswaar veroordeeld tot vijftien maanden celstraf (waarvan vijf voorwaardelijk) en kreeg een contact- en locatieverbod. Maar in hoger beroep sprak het gerechtshof hem wegens gebrek aan bewijs volledig vrij.
Met zijn strafrechtelijke vrijspraak liggen de kaarten anders, vinden de man en zijn advocaat. De Haagse familierechter had met die kennis volgens hen in 2023 nooit een omgangsregeling geweigerd en moeder het volledige gezag toegekend. Het wettelijk uitgangspunt is immers dat na een scheiding kinderen het contact met beide ouders zoveel mogelijk behouden.
Olland laat een stilte vallen en draait haar hoofd. „En u mevrouw, hoe is het voor u om hier wéér te zitten?” De gesoigneerde blonde vrouw in zwierige rok en zwarte lakschoenen, houdt haar vuisten samengebald onder de tafel. „Heel belastend”, zegt ze met overslaande stem. „Het houdt niet op”, verwijst ze naar de juridische procedures van haar ex-man.
De rechter blijkt daags voor de zitting twee brieven van de kinderen te hebben ontvangen. „Daar wil ik graag iets uit voorlezen.” De zestienjarige dochter schrijft „niets meer” met haar vader te maken te willen hebben, „emotioneel uitgeput” is ze onder diens „extreem overweldigende” karakter. De twaalfjarige zoon is al even negatief. Hij beschrijft schoppen, slaan en schelden van zijn vader en lijdt nog steeds aan nachtmerries. Ondanks het contactverbod stond vader hem eens bij school op te wachten. „Ik wist niet in welke richting ik weg kon rennen.”
„Meneer, wat vindt u ervan als u dit hoort?” De man fronst. Met kinderen die zoiets over hun vader schrijven, gaat het overduidelijk niet goed, constateert hij. „Het verbaast niet dat ze na zeven jaar afstand nemen.”
Zijn advocaat betwijfelt of de kinderen de brieven wel echt zelf schreven. Zijn cliënt, die hij al jaren bijstaat, is „een betrokken vader”. Voor de breuk ging hij jaarlijks alleen met de kinderen op vakantie, foto’s daarvan zitten in het dossier. Hij wijst erop dat de familiekamer van het gerechtshof zich weliswaar achter het besluit van de rechtbank schaarde om moeder het gezag te geven, maar daaraan koppelde dat de kinderen in therapie moesten. Dat is niet gebeurd en daarom zouden de ouders het gezag eigenlijk weer gewoon moeten gaan delen.
Als ze dat hoort, begint de vrouw met schokkende schouders te huilen. Haar advocaat slaat een arm om haar heen. Omdat de vrouw niet in staat is de zaal te verlaten, vertrekken op verzoek van Olland alle andere aanwezigen – ook zij en de griffier.
Een kwartier later wijst Olland erop dat het gerechtshof in 2023 zorgen uitte over het dwingende karakter van de man en de impact op de kinderen. Of hij daaraan gewerkt heeft? „Ik wil niks afdwingen. Ik wil kinderen kans geven het contact te herstellen. Een beter beeld van mij te krijgen. Laten zien dat ik ze een veilige haven en betrokkenheid kan geven”, antwoordt hij druk gesticulerend. Slechts contactherstel, zegt hij, kan „het spookbeeld” over hem keren.
Nadat de advocaten aan het woord zijn geweest, rondt Olland de zitting af. „Ik hoop dat u, wat mijn beslissing ook is, zich daarbij neer kunt leggen.”
Vier weken later wijst Olland alle verzoeken van de vader af. Geen begeleide omgang, geen maandelijkse updates over de kinderen en ook geen herstel van het gezamenlijk gezag. Volgens de rechtbank is er sinds eerdere uitspraken niets wezenlijks veranderd. De kinderen willen nog altijd geen contact met hun vader en staan evenmin open voor hulpverlening die op contactherstel is gericht. ”De rechtbank kan niet voorbijgaan aan deze realiteit.” De kinderen stuurt ze een aparte brief met dezelfde boodschap.
De afgelopen decennia is gezamenlijk ouderschap het uitgangspunt geworden in het familierecht. In vrijwel alle achttien zaken die NRC bijwoonde stonden gezamenlijk gezag en omgang met beide ouders centraal. Vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming benadrukten daarbij vaak het belang van een blijvende relatie tussen kind en beide ouders, ook als er signalen waren van huiselijk geweld of intieme terreur.
De drie familierechters richtten zich op de vraag: hoe veilig is een kind, wat heeft het nodig en welke beslissing is op dit moment het minst schadelijk?
De rechtspraak, zegt Olland, heeft zich echt wel iets aangetrokken van de kritiek dat er te weinig oog zou zijn voor huiselijk geweld en intieme terreur. „In de eerste jaren dat ik rechter was, kwam het inzicht dat een kind dat getuige is van huiselijk geweld óók slachtoffer is van huiselijk geweld. Ik denk dat we nu opnieuw zo’n moment meemaken. Ook zonder fysiek geweld kan sprake zijn van psychisch geweld en kunnen kinderen onderdeel zijn van die dynamiek.”
Zulke inzichten veranderen de manier waarop rechters naar zaken kijken. Maar uiteindelijk draait vrijwel iedere zaak om dezelfde vraag: lukt het ouders hun eigen strijd ondergeschikt te maken aan het belang van hun kind? Volgens Peter Burgers zegt dat ook iets over de tijd waarin we leven. „Misschien is het een probleem van de maatschappij als geheel, waarin mensen toch vooral denken dat het alleen om henzelf draait en niet om de ander. Maar wat mij in de rechtszaal telkens weer verbaast, is dat ze hun kinderen, die daar niet om hebben gevraagd, blijven lastig vallen met hun eigen problemen. Ik moet me soms echt bedwingen om daar niet heel boos om te worden. Ouders zijn soms zo geabsorbeerd in de strijd met elkaar, dat ze het kind uit het oog verliezen. Dat is heel triest.”
Rechtszaal in de rechtbank in Den Haag.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →