:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/16125204/160726BUI_2035262700_1.jpg)
Eindelijk, verzuchten ze in Kyiv, zit er beweging in de lange Oekraïense weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Maar de gehoopte stroomversnelling, waarin het proces zou belanden na het vertrek van de Hongaarse premier Viktor Orbán? Die blijft uit.
Tot nu toe kenden vergaderingen over Oekraïne een vast verloop. Kyiv en Brussel, dat wil zeggen de Europese Commissie, drongen erop aan zo veel mogelijk en zo snel mogelijk te werken aan toetreding tot de EU. Vanuit vrijwel alle Europese regeringen werd dat geaccepteerd, zelfs toegejuicht, op eentje na: Hongarije. En omdat instemming van alle 27 landen vereist is, werd elke stap vooruit gesmoord.
Nu is Orbán weg, maar om nou te spreken van een vliegende start? Niet dus.
Een deel van de reden is, nog altijd, Hongarije. Orbáns opvolger Peter Magyar wordt gezien als een frisse wind, een opluchting na de plagen die Orbán en zijn team op Brussel afvuurden. Maar ook Magyar wil niet te hard van stapel lopen. Hongarije blijft kritisch, en de premier wil niet de beschuldiging krijgen dat hij voor alles wat Brussel wil braaf bij het kruisje tekent.
Magyar bedierf zo wel iets van de Oekraïense feestvreugde. Vorige maand kon met Hongaarse zegen een officieel begin gemaakt worden met de eerste hoofdstukken van de onderhandelingen. Deze week volgde een tweede reeks hoofdstukken – een zogenaamd cluster. Maar nog deze zomer álle zes clusters openen, over álle onderwerpen, zoals Kyiv had gewild: dat weigert Magyar.
Toch is er meer aan de hand. Ook uit andere landen klinken tijdens Brusselse vergaderingen ineens bezwaren die voorheen niet zo luid en duidelijk geuit werden. Daarbij wordt door veel diplomaten naar Nederland gewezen. Ja, er is vanuit Den Haag nog volop steun voor Oekraïne, maar het land moet geen bochtjes afsnijden en werk maken van de waslijst aan hervormingen die bij ieder hoofdstuk horen.
Dat Nederland in besloten discussies deze rol inneemt, wekt geen verbazing. Het wordt her en der juist wel gewaardeerd. „Nederland vindt het niet erg om luid en direct te zijn, om de bad guy te spelen”, zegt een diplomatieke bron.
Een ander: „Het is ook een kwestie van communicatiestijl. En bij Nederland hangt er nooit een verdenking van een Kremlin-sfeertje omheen als het zich kritisch opstelt tegenover Oekraïne.”
Alle betrokkenen benadrukken dat Nederland niet het enige land is dat kanttekeningen plaatst. Den Haag keert zich ook niet tegen het openen van nieuwe hoofdstukken in de onderhandelingen. Het gaat met name om de snelheid van het proces: de voortgang van Oekraïne moet op zijn merites worden beoordeeld.
De Nederlanders hebben wel teruggeduwd, vertelt een EU-ambtenaar relativerend, „maar we bewegen nog altijd vooruit”.
Dat het gesprek over Oekraïne nu anders verloopt, is een direct gevolg van het vertrek van Orbán. Tot voor kort, vertelt dezelfde ambtenaar, kon iedereen zich verschuilen achter de Hongaarse premier. „Waarom zou je je politieke kapitaal aan zoiets gevoeligs verbranden als dat helemaal niet nodig is, omdat Hongarije toch alles blokkeert?”
Maar schuilen, dat kan niet meer. En dus wordt nu beter zichtbaar hoe iedereen écht over Oekraïense kandidatuur denkt. De Europese Commissie en Kyiv willen op volle kracht vooruit. De Baltische landen willen meer vaart maken dan de rest. Iedereen heeft een ander tijdpad, maar de Oekraïense droom om volgend jaar al lid te zijn, geldt als kansloos. Dit gaat nog jaren duren, is de consensus.
De toenemende voorzichtigheid wordt versterkt doordat Oekraïne als EU-lid steeds minder een fantasiescenario is, nu de onderhandelingen echt zijn begonnen. Niemand kan meer makkelijk wegkomen met loze beloften. „Het wordt allemaal concreter, daar komt ook wat meer realiteitszin bij kijken”, zegt een diplomaat uit een EU-land.
Iedereen ziet dat Oekraïne in een existentiële oorlog zit. Tegelijkertijd wordt Kyiv in Brussel niet als een hulpeloze of zielige gesprekspartner gezien. Het heeft een stevige diplomatieke vertegenwoordiging opgebouwd in de stad, die met eigen suggesties, wensen en eisen komt als de Commissie een voorstel doet. Bij zoveel ambitie, zegt een andere diplomaat, hoort ook een tegengeluid: „Iemand moet de boodschap aan Oekraïne overbrengen dat het goed is om realistisch te blijven.”
De zorgen over de snelheid van de Oekraïense hervormingen zijn de afgelopen maanden overigens gegroeid. Te vaak, zo is de analyse vanuit Brussel, geeft president Volodymyr Zelensky nog toe aan gevestigde belangen en aan het militaire establishment. Deze week liep dat vertrouwen een nieuwe deuk op, door Zelensky’s omstreden keuze om zijn progressieve defensieminister Mychajlo Fedorov te ontslaan. De corruptiebestrijding en de rechtsstaat blijven een punt van zorg.
En dan is er nog de omvang van Oekraïne, armer dan alle andere kandidaat-landen en met meer inwoners dan al die landen bij elkaar. Kan zo’n land zomaar meedoen met het landbouwbudget, aan de verdeling van Europese subsidies? Of moet de EU zelf hervormd worden?
Vorige maand blies de Duitse Bondskanselier Friedrich Merz die discussie nieuw leven in, met het voorstel om Oekraïne een soort gast-lidmaatschap aan te bieden. Ook in die discussie mengt Nederland zich. Niet lang na Merz’ proefballonnetje verscheen een paper, van onder meer Den Haag en Berlijn, dat bepleitte om het stemrecht van nieuwe landen in EU-vergaderingen deels in te perken en strafmaatregelen te treffen als hervormingen worden teruggedraaid.
Zo wordt niet alleen Oekraïne op hervormingspad gestuurd. Ook de EU zelf moet eraan geloven.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →