Skip to content

Wat doet The Economist op de site van NRC?

World
Wat doet The Economist op de site van NRC?

Gen Z kreeg onder uit de zak, begin juni in de opiniesectie van nrc.nl. De huidige jongvolwassenen, betoogde de auteur, zijn socialisten. Ze willen hogere vermogensbelasting en marktregulering, maar alleen om hun eigen generatie te verrijken. Geef de vrije markt juist meer ruimte! Zoals letterlijk in het Engelstalige stuk stond: „The Economist disagrees.” Wie de auteur is van ‘How to fight back against Gen Z socialism’? Blijkbaar was The Economist zelf aan het woord. Wie achter het toetsenbord zat? Geen idee.

Drie maanden geleden begon NRC een heel nieuw type samenwerking. Sindsdien verschijnt op nrc.nl elke dag een artikel dat is overgenomen uit het Britse opinieweekblad The Economist. NRC ziet het als aantrekkelijk commercieel aanbod voor abonnees, net zoals vorig jaar met The New York Times werd overeengekomen. „The Economist past als liberaal medium bij NRC”, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Melle Garschagen. Het weekblad heeft op de redactie veel liefhebbers, vanwege de inhoudelijke degelijkheid en de onderscheidende stijl. His government wilted like a houseplant in a heatwave, laatst in een commentaar over de Britse premier Keir Starmer – dát.

Lezers zijn er vanaf de eerste aankondiging opgesprongen, vertelt NRC-datawetenschapper Tessel Bogaard. „Het is inmiddels een van de populairste volgonderwerpen, net onder ‘technologie’.” Mensen willen dit dus lezen? „In ieder geval dénken veel mensen dat ze artikelen van The Economist willen lezen.”

Enkele lezers meldden zich de afgelopen maanden met vragen, ook bij de ombudsman. Deels gingen die over de taal. NRC heeft overwogen alle artikelen te vertalen, maar dat werkte niet goed. „Hun Engels zit heel strak in elkaar”, zegt adjunct Garschagen, AI bakte er weinig van. Tessel Bogaard, die eerder in haar carrière vertaler Engels was, probeerde het maar vond het lastig. „Je kunt letterlijk vertalen, of de tekst juist omzetten naar NRC-stijl, maar het was het allebei net niet.”

Lezers vroegen ook naar het journalistieke principe achter de samenwerking, vooral naar aanleiding van pittige opinies zoals over ‘Gen Z socialism’ of de sterke economische positie van de babyboom-generatie (kop: ‘How the boomers screwed Europe’). The New York Times biedt NRC-lezers alleen toegang tot hun eigen site, maar de artikelen van The Economist staan op de site van NRC. „Best fijn” om artikelen uit The Economist te kunnen lezen, schreef de lezer, maar nergens wordt vermeld wat het is – journalistiek, column, redactioneel commentaar… en dan ontbreekt ook nog bijna altijd een auteur. Of dit bij ons redactioneel beleid past?

Tsja, wat is het, dat dacht de ontdekker van het vogelbekdier vast ook. Het aanbod uit The Economist staat op de site in de gangbare NRC-opmaak, maar in het Engels. De opinieredactie maakt een inhoudelijke selectie uit het tijdschrift, maar past geen woord aan. „Dit is van The Economist”, zegt Garschagen, „het is op hún redactie bedacht. En we vinden het belangrijk dat een lezer nooit kan twijfelen over wat hij leest en waar het vandaan komt.”

De samenwerking kan prima binnen het redactionele beleid van NRC passen, zou ik zeggen, zolang het onze eigen verslaggeving niet in de weg zit, en als volkomen duidelijk is dat dit een ánder soort kopij is.

Over dat eerste: de chefs van de buitenland- en economieredactie staan laconiek tegenover het initiatief. Ze zijn positief over The Economist, en verzekerden me dat het aanbod geen enkele invloed heeft op hun eigen journalistieke afweging. Wel nemen de artikelen op de NRC-site „vast en zeker” wat aandacht weg van eigen artikelen, schatten de collega’s van de NRC-lezersdesk in, maar een groot effect wordt niet verwacht.

Wat me wel opviel: onder een Economist-artikel over, zeg, Russische politiek of regulering van AI, verschijnen zelden gerelateerde NRC-artikelen. Terwijl NRC, lijkt me, niet hoeft te verhullen dat de krant zelf ook veel over deze thema’s schrijft. Is dat een principiële keuze? Nee, verzekerde adjunct Garschagen me. Het algoritme dat artikelen per thema aanbeveelt, blijkt vooral om technische redenen zo te zijn ingesteld dat kopij van NRC en The Economist gescheiden blijven. Het lijkt me voor de optimale verspreiding van de éígen journalistiek nuttig dit aan te passen.

„We moeten het beter uitleggen”, zegt adjunct Garschagen bovendien over de journalistieke aanpak. Dat dit kopij van The Economist is, shouts you in the face vanwege de taal, en boven elk artikel staat een aankondiging. Alleen, nergens wordt verteld hoe The Economist journalistiek bedrijft, en hoe en waarom NRC die brengt. Die uitleg is in de maak, verzekert de hoofdredactie – techniek, vertraging, je weet.

Enige duiding is welkom, want de signatuur van The Economist is tamelijk uniek. Toen The Economist werd opgericht in 1843, was anoniem publiceren overal de journalistieke standaard. De eerste edities van The Economist werden eigenhandig volgeschreven door oprichter James Wilson, maar dat stond nergens: hij noemde zichzelf ‘we’. Over die anonimiteit ontstond in de negentiende eeuw discussie. Lodewijk Napoleon eiste in Frankrijk dat politieke journalistiek werd ondertekend, als controlemiddel.

Het principe dat in journalistiek alleen de inhoud belangrijk is, maakte geleidelijk plaats voor de overtuiging dat een journalist aanspreekbaar moest zijn op eigen werk, en een eigen stem kon hebben. Die ontwikkeling ging langzaam: bij NRC gold het twintig jaar geleden nog als pronkzucht om een standaard nieuwsbericht onder eigen naam te schrijven. In deze tijd van individuele (online) zichtbaarheid is ondertekende journalistiek echter overal de norm, en het blijft niet bij namen: vorig jaar maakte op nrc.nl de auteursfoto zijn entree.

Maar niet bij The Economist, dat als enig groot nieuwsmedium vasthoudt aan anonimiteit. Het vindt zijn „collectieve stem” belangrijker dan het individu, en de stukken zijn dus, op een enkele ondertekende gastbijdrage na, de mening van die redactie. Daarmee lijken ze nog het meest op de hoofdredactionele commentaren van NRC – in vorm, lang niet altijd in inhoud. „The Economist” houdt expliciet niet van ingrijpen in de vrije markt, schrijft graag dat de Europese economie een puinhoop is en vindt dat ruimtevaartorganisatie NASA geprivatiseerd moet worden.

Al krijgt ook het collectieve denken van The Economist, voor wie goed leest, steeds meer individuele kleur. De auteur van het kritische stuk over babyboomers kon het niet laten om toch even, misschien besmuikt verontschuldigend, zijn of haar ouders te groeten. „Hello Mum! Hi Dad!”

„De zomervakantie is begonnen”, kondigde de hoofdredactie aan op maandag 6 juli. (Dat gold toen overigens nog niet voor schoolkinderen in het midden en zuiden van het land.) Elk jaar gaat de krant in de acht zomervakantieweken ‘klein’, zoals het op de redactie heet. De krant heeft minder pagina’s, in de weken dat er door het politieke zomerreces minder nieuws is en veel collega’s op vakantie zijn.

Dit jaar ziet die zomerindeling van de krant er voor het eerst duidelijk anders uit. „De krant die u nu in handen heeft, is compact en overzichtelijk en brengt het beste van al onze redacties samen in één katern”, schreef hoofdredacteur Patricia Veldhuis. Voor het eerst zijn de nieuws- en cultuurpagina’s geen losse katernen meer. Eén lezer schreef daarover aan de ombudsman. Hij vond de „compacte” editie „geen waar voor mijn geld”.

Over de prijs-kwaliteitverhouding gaat de ombudsman niet, maar inderdaad, op maandagen, dinsdagen en woensdagen hebben de zomerkranten minder pagina’s dan in 2025: vorig jaar 36 pagina’s, nu 32. Op donderdagen en vrijdag, als het Cultureel Supplement en Boeken verschijnen, heeft de zomerkrant nog dezelfde omvang (40 pagina’s).

„Het komt door de nieuwe drukpers”, legt hoofdredacteur Patricia Veldhuis uit. NRC wordt sinds vorig najaar in België gedrukt, en die pers levert kranten per acht pagina’s af. Bij de oude pers waren dat er vier. Een NRC van 36 pagina’s kan dus niet meer gemaakt worden. Vanwege de zomerluwte in het nieuws en op de redactie is op de eerste dagen van de week voor 32 pagina’s gekozen, niet voor 40. „Het is echt tijdelijk, alleen tijdens de zomer”, verzekert Veldhuis. Bij groot nieuws blijft het bovendien mogelijk om een dikkere krant te maken.

Andere veranderingen ten opzichte van vorige zomer: het hoofdredactioneel commentaar verschijnt niet dagelijks, de rubriek ‘In het land’ houdt zomervakantie, en er staan meer puzzels in de editie. Maar vooral is de vormgeving van de opinie- en cultuurpagina’s aangepast zodat die afwijkt van de nieuwspagina’s in hetzelfde katern , met onderscheidende typografie en meer lucht. „Zo laten we zien dat we een volledig pakket bieden, met nieuws, cultuur en opinie als pijlers”, zegt artdirector Anne-Marije Vendeville.


Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →

NR
Originally published by NRC nrc.nl
Visit original article

admin

Leave a Comment