/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/16134051/130726ECO_2034761658_Damen2.jpg)
In de procedurevergadering van de vaste Kamercommissie voor Defensie heerste verwarring. De briefing van het ministerie van Defensie een week eerder – op 25 juni – over nieuwe fregatten voor onderzeebootbestrijding was grotendeels vertrouwelijk geweest. Toch sprak voorzitter Jan Paternotte (D66) op 2 juli in de Tweede Kamer over het project. Voor de zekerheid noemde hij het omfloerst „een materieelproject”.
Het ging over scheepsbouwer Damen Shipyards in Gorinchem, dat in 2023 een contract tekende met Defensie voor de bouw van Anti Submarine Warfare-fregatten (ASW). Twee voor de Nederlandse en twee voor de Belgische marine. Die opdracht werd een hoofdpijndossier, vol kostenoverschrijdingen en vertragingen.
Het eerste schip, vertelde kapitein-ter-zee Harald van Rijn de Kamer in het openbare deel van de briefing, een week later, kan op zijn vroegst in 2033 worden geleverd. Dat kwam, aldus Van Rijn, door een recente „herbalancering”. Kern daarvan: de fregatten worden zeven meter langer en een stuk zwaarder dan in eerdere ontwerpen. En vervolgens gingen de deuren van de Kamer dicht, de bespreking van de financiële gevolgen was vertrouwelijk.
Tijdens het openbare debat van de Defensiecommissie, was de Kamer nog steeds gealarmeerd. Kamerlid Maes van Lanschot (CDA) wilde een gedetailleerde brief van de staatssecretaris van Defensie en partijgenoot Derk Boswijk, waarbij „delen van de informatie” openbaar zouden worden gemaakt. Defensiewoordvoerder Michelle Jagtenberg (D66) verzocht de commissie de vraag te beantwoorden of de nieuwe ASW-fregatten voortaan onder de ‘groteprojectenregeling’ konden vallen, zodat de bewindslieden er vaker over aan de Kamer moesten rapporteren. „We hadden tijdens de briefing Kamerbreed het gevoel dat we hierover meer op de bal willen zitten”, zegt Jagtenberg in een toelichting.
Met andere woorden: Defensie moet meer openheid van zaken geven over de complexe relatie die het heeft opgebouwd met haar favoriete scheepsbouwer Damen – een bedrijf dat bovendien kampt met een reeks financiële, ontwerptechnische en juridische problemen. Het ministerie is van plan om van de 28 grote oppervlakteschepen die de komende vijftien jaar moeten worden vervangen, er 22 te laten bouwen door de Nederlandse ‘maritieme maakindustrie’ – lees Damen.
Een dronefoto van het hoofdkantoor van scheepsbouwer Damen Shipyards. De locatie in Gorinchem is het hoofdkwartier van de Damen Shipyards Group.
Over de grens zijn de sentimenten anders. Zo sprak de Belgische minister van Defensie Theo Francken eind mei in een debat met de Belgische Kamercommissie Landsverdediging van „een volledige ontwerpcrisis” rond de Damen-fregatten. Volgens Francken zijn de kosten voor de schepen – die nog steeds alleen op de tekentafel bestaan – tussen 2018 en 2023 al opgelopen van 1,3 tot 1,8 miljard euro (prijspeil 2022). Dat is een stijging van 40 procent. De problemen die nu aan het licht komen, zullen voor verdere prijsstijgingen zorgen. De oorzaak? De wapensystemen en sensoren die op de schepen zijn ingetekend, bleken te groot voor de geplande romp.
De Belgische regering kan weinig anders dan het project doorzetten, maar heeft één harde eis: Nederland moet meewerken en meebetalen aan een oplossing voor de stokoude, eind jaren tachtig door hetzelfde Damen gebouwde Belgische fregatten Leopold I en Louise-Marie. Die zijn afgeschreven en nauwelijks meer zeewaardig, terwijl het eerste nieuwe fregat niet vóór 2033 gereed is. Zonder overbrugging zou België vanaf 2030 zonder fregatten zitten.
Een woordvoerder van het Belgische ministerie van Defensie zegt dat een Nederlands-Belgische stuurgroep op dit moment overlegt over een oplossing. Daarbij ligt nadrukkelijk ook de verdeling van de kosten op tafel. Het Nederlandse ministerie van Defensie wil niet ingaan op vragen hierover. Het departement wil eerst de Kamer hierover informeren, aldus een woordvoerder.
De problemen rond de ASW-fregatten staan niet op zichzelf. Eind juni maakte de Duitse regering bekend haar miljardenorder voor zes F126-fregatten – óók te bouwen door Damen – te schrappen. Volgens Berlijn is de beslissing het gevolg van „aanzienlijke vertragingen, enorme kostenstijgingen en onmeetbare risico’s”. Dat is niet alleen een strop voor Damen, maar ook voor onderaannemers als radarproducent Thales en tientallen andere bedrijven in de Nederlandse en Duitse maritieme industrie. Hierover volgen vermoedelijk nog claims die in de honderden miljoenen kunnen lopen, werd deze week bekend.
De problemen met de Belgen en Duitsers roepen de vraag op of Damen nog wel geavanceerde marineschepen kán bouwen. Wie daarover rondbelt in de academische wereld, wordt al snel doorverwezen naar de scheepsbouwer zelf. Een woordvoerder van Marin, het Maritiem Research Instituut Nederland in Wageningen, mailt dat geen van de tientallen aangesloten experts „gezien de specifieke context en betrokkenheid van verschillende partijen” inhoudelijk gaat reageren.
Prinses Amalia met Roland Briene, algemeen directeur Damen Naval, na het dopen van het nieuwe marineschip de Den Helder.
Hans Hopman, emeritus hoogleraar scheepsbouw aan de TU Delft, zegt dat hij niet meer weet dan „wat er in de bladen staat”. Hij verwacht niet dat collega’s „meer willen loslaten zolang nog niet duidelijk is hoe dit wordt afgehandeld”.
Hopman verwijst naar een paginagroot artikel van begin april uit de Financial Times over de problemen met de Duitsers. In het stuk vertellen bronnen die bekend zijn met „de Nederlandse frustratie” en met „Damens manier van denken” dat de scheepsbouwer slachtoffer werd van „onwerkbare” en zeer bureaucratische Duitse inkoopsystemen, waarbij zelfs de aanschaf van deurklinken eindeloos duurde. De Duitsers, op hun beurt, zeggen in het stuk dat de order simpelweg „een maatje te groot” was voor de Nederlandse scheepsbouwer.
Feit is dat Damen sinds 2003 geen complexe marineschepen meer heeft gebouwd. Dat jaar werd Zr. Ms. Evertsen, de laatste van vier grote luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF’en) in Vlissingen te water gelaten. Daarna schakelde Damen over op schepen van de zogenoemde Sigma-klasse: lichtere, modulaire modellen die in verschillende maten en met verschillende bewapening worden geleverd. Het bedrijf haalde orders binnen van Indonesië, Marokko en Mexico. Ook bouwde Damen vier patrouilleschepen voor de Koninklijke Marine. Vorig jaar leverde de werf een nieuw bevoorradingsschip op, Zr. Ms. Den Helder.
Deze projecten zijn niet te vergelijken met een geavanceerd modern fregat, zegt expert Jaime Karremann van marineschepen.nl, die de bouw al jaren op de voet volgt. „De Evertsen was het laatste complexe schip van hoog niveau”, aldus Karremann. „Daarna hebben ze dergelijke schepen niet meer kunnen ontwerpen en is veel kennis verloren gegaan – niet alleen bij Damen, maar ook bij Commit, de materieel-organisatie van het ministerie van Defensie.”
De Zr.Ms. Evertsen in Den Helder.
De bouwluwte is het directe gevolg van de decennialange bezuinigingen op Defensie. De marine kromp, fregatten werden verkocht en voor nieuwe schepen was geen budget. Hoewel de eerste plannen voor de ASW-fregatten al van 2010 dateren, duurde het tot 2023 voordat de definitieve contracten werden getekend. Toen waren de defensie-uitgaven weer aan het stijgen en had de marine haar eisen opgeschroefd. In de uiteindelijke D-brief waarin de order werd aangekondigd, meldde het ministerie dat in het ‘definitieve ontwerp’ de waterverplaatsing van het schip zou toenemen van 5.500 tot 6.400 ton. Dat is inmiddels opnieuw verhoogd, naar 7.200 ton.
„Iedere keer dat er een beetje extra geld beschikbaar kwam, zei Defensie: dit willen we er ook nog bij”, vertelt marinejournalist Jaime Karremann. Volgens hem knetterde het de afgelopen jaren regelmatig tussen marine en scheepsbouwer. „Dan had Damen bijvoorbeeld andere onderdelen besteld dan Defensie wilde, maar stuurde het bedrijf toch een rekening. Dat leidde tot irritatie. Aan de andere kant mist Defensie soms het besef dat Damen gewoon een bedrijf is met allerlei lopende kosten en dat ze niet pas kunnen betalen als een schip helemaal klaar is.”
Financieel staat Damen er niet goed voor. In de scheepsbouw zijn de marges dun: vorig jaar boekte Damen op 3,25 miljard euro omzet 60 miljoen euro winst. Alle activiteiten die te maken hebben met het afgeketste Duitse contract – de grootste order ooit voor de scheepsbouwer – zijn in een sterfhuis-bv apart gezet, om te voorkomen dat de financiële problemen overslaan naar de rest van het concern.
Dat is een reëel risico. Thales, dat vanuit Hengelo de radarsystemen voor de F126 zou leveren, maakte begin juli bekend dat de winst dit jaar zo’n 350 miljoen euro lager uitvalt door het klappen van de deal met de Duitsers.
De familie Damen stortte in 2024 zo’n 100 miljoen euro in het concern, meldde zakenblad Quote vorig jaar. NRC meldde vorig jaar dat Damen een krediet van circa 1 miljard euro afsloot bij ABN Amro, en dat de scheepsbouwer voor zo’n 130 miljoen euro gebouwen en terreinen – onder meer de marinewerf in Vlissingen – verkocht aan investeringsmaatschappij Reggeborgh. Damen huurt de gebouwen nu terug.
„De maritieme maakindustrie staat […] onder druk”, concludeerde toenmalig minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD) in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin presenteerde zij onder de veelzeggende titel No Guts, No Hollands Glorie! een ‘Sectoragenda’ voor de scheepsbouw. Damen schreef al in 2017 mee aan een lobbydocument voor dit soort maritieme industriepolitiek.
Een van de doelstellingen van de Sectoragenda: „onwenselijke afhankelijkheden” op veiligheidsgebied voorkomen. Met andere woorden: Nederland moet zijn marineschepen in eigen land kopen. Wat er niet in staat, maar wat iedereen weet: er is maar één werf die dit soort schepen kan leveren, en dat is Damen Shipyards.
Zo openlijk als de lobby is, zo gesloten is het familiebedrijf verder. Damen Shipyards is groot gemaakt door de inmiddels 82-jarige en streng-gereformeerd opgevoede Kommer Damen, de president-commissaris van de scheepsbouwer. Kommers 55-jarige zoon Arnout is bestuursvoorzitter. Ook zijn andere kinderen zijn nauw betrokken; een dochter is er commissaris, een andere dochter directeur van de divisie die jachten bouwt.
Een van de redenen voor de geslotenheid is een aantal strafzaken tegen de scheepsbouwer, die ertoe hebben geleid dat bij het Openbaar Ministerie (OM) en opsporingsdienst FIOD ernstige bedenkingen over de integriteit van de scheepsbouwer leven.
Een woordvoerder van het OM vat de zaken nog eens samen. Ten eerste loopt er tegen de scheepsbouwer – en tegen Kommer Damen zelf – een uitgebreid corruptieonderzoek naar betaling van steekpenningen rond de verkoop van boten in onder meer West-Afrika, Brazilië en het Caribisch gebied. De zaak is niet afgerond; er lopen getuigenverhoren en de inhoudelijke behandeling is nog niet in zicht, aldus het OM.
Ten tweede wordt Damen verdacht van levering van „goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de militaire en technologische versterking van Rusland”. Die verdenking stoelt op douaneonderzoek, dat inmiddels klaar is, mailt de woordvoerder. „Er zal op termijn een inhoudelijke behandeling plaatsvinden.”
Ten slotte viel de FIOD in december 2025 binnen op de huisadressen van onder meer Kommer en Arnout Damen. Deze zaak draait om een verdenking van „het overtreden en bewust en opzettelijk omzeilen van de sancties tegen Rusland vanaf najaar 2022”. De OM-woordvoerder mailt: „Dit is een nieuw strafrechtelijk onderzoek. Dat loopt nog.” Daarom komt er geen inhoudelijk commentaar.
De inmiddels oud-president Ivan Duque van Colombia (rechts) samen met Kommer Damen van Damen Shipyards, tijdens een rondleiding in februari 2022.
Arnout Damen, directeur Damen Shipyards Group.
Damen bagatelliseert de strafzaken, al zouden een of meer veroordelingen ertoe kunnen leiden dat het bedrijf een tijd formeel wordt uitgesloten bij aanbestedingen van overheidsopdrachten. Het kan ook leiden tot een afgedwongen wisseling in de top, bijvoorbeeld omdat het OM een tijdelijk bestuursverbod eist of omdat landen of bedrijven geen zaken willen doen met veroordeelde bestuurders.
In de enige openbare reactie op de eerste twee strafzaken – kort voordat de FIOD in december vorig jaar binnenviel bij Kommer en Arnout Damen – liet de scheepsbouwer weten dat de „vermoedens van het Openbaar Ministerie niet kloppen”. De strafzaken leiden af van waar het echt om zou moeten gaan, schreef Damen in een persbericht: versterking van de „Nederlandse maritieme maakindustrie” en de „defensieve en economische weerbaarheid van Nederland.”
In de vaste Kamercommissie voor Defensie gaan inmiddels stemmen op om de controle over Damen te verstevigen. „We gaan naar een nieuwe, intensievere samenwerking met de industrie”, zegt defensiewoordvoerder Wimar Bolhuis (Pro). „Daar hoort bij dat je met elkaar het gesprek aangaat over transparantie van het bedrijf en de invloed die de overheid kan uitoefenen.”
Zijn collega-Kamerlid Maes van Lanschot (CDA) vindt dat de overheid deelname in het bedrijf moet overwegen. Eerder deze maand werd bekend dat Defensie zo’n ‘gouden aandeel’ neemt in het Amsterdamse Intelic, dat software voor de besturing van drones ontwikkelt. Die optie zou ook bij Damen worden overwogen, meldde actualiteitenprogramma Nieuwsuur vorige maand.
Volgens Van Lanschot werken overheid en defensie-industrie nog niet goed genoeg samen. „We willen dat de industrie de productie kan opschalen als de nood aan de man is. Daar zijn grote investeringen voor nodig, en dat is een enorm risico voor bedrijven. Ik vind het daarom goed om partnerschappen voor de lange termijn aan te gaan. Dan kun je beter plannen. En kunnen de kosten óók omlaag.”
Op de NAVO-top in Ankara vorige week werd duidelijk hoe die toekomst er uit ziet. Nederland en Groot-Brittannië maakten bekend dat zij gezamenlijk voor (voorlopig) 2,8 miljard euro acht amfibische transportschepen gaan bouwen.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →