/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/19153824/190726BUI_2035324374_3.jpg)
Wie krijgt de geest weer in de fles? Hoe vaak analisten de afgelopen weken ook benadrukten dat de Verenigde Staten en Iran beide niet op grootschalige oorlogvoering zitten te wachten, toch zijn beide landen sinds vorige week verwikkeld in een geweldsescalatie.
In de nacht van zaterdag op zondag voerden de VS bombardementen uit op de Iraanse kustbewaking en luchtverdediging, havens, opslagplaatsen voor raketten en drones en, volgens de Iraniërs, een kerncentrale in aanbouw. Deze aanvallen waren ter vergelding van de dood van twee Amerikaanse militairen, en de vermissing van een derde, door een Iraanse raket- en droneaanval op een basis in Jordanië.
Behalve op Jordanië mikte Iran de afgelopen dagen ook op een luchtmachtbasis in Saoedi-Arabië die Amerikaanse troepen huisvest, een elektriciteitscentrale en een waterontziltingsinstallatie in Koeweit en een Amerikaanse basis plus een „AI-centrum voor doelselectie” in Bahrein. Iran wil deze Golfstaten straffen voor de aanwezigheid van Amerikaanse troepen.
Ook al vinden de aanvallen plaats tot in Jordanië, uiteindelijk is al dit machtsvertoon terug te voeren op de strijd om de Straat van Hormuz. Van alle kwesties die tussen beide landen spelen leek juist ‘Hormuz’ vorige maand te zijn opgelost: in het Memorandum of Understanding spraken de VS en Iran af dat de zeestraat onmiddellijk weer open zou gaan.
In werkelijkheid begonnen daar juist de problemen. De details waren vaag. Zo stond er in de vijfde bepaling van de overeenkomst dat Iran zich naar beste vermogen zal inspannen voor de „veilige en kosteloze doorgang van commerciële schepen gedurende een periode van zestig dagen”. Maar even verderop staat dat het land in overleg met Oman, dat aan de overkant van de Straat van Hormuz ligt, „de toekomstige administratie en maritieme diensten” in de zeestraat zal vaststellen.
Daar zit nou net de crux. Weliswaar zou de zee-engte weer opengaan voor commercieel vrachtverkeer, met name voor de olie-export vanuit de Golfstaten, maar Iran behield zich het recht voor om die schepen te controleren en daar, in de toekomst, een vergoeding voor te vragen.
Er zijn grofweg drie vaarroutes door de Straat van Hormuz. Voor de oorlog voeren schepen doorgaans midden door de zeestraat. Daar legde Iran zeemijnen, waardoor er twee routes overbleven: langs de kust van Iran of langs de kust van Oman. Om die vergoedingen te kunnen innen, is het voor Iran van belang dat de schepen langs de eigen kust varen.
Iraniërs lopen op 19 juli 2026 in Teheran langs een spandoek met een anti-Amerikaanse boodschap. De Verenigde Staten stellen dat de luchtaanvallen op 19 juli bedoeld waren om Iran te „straffen” voor de eerste Amerikaanse militaire doden sinds de hernieuwde vijandelijkheden met de Islamitische Republiek.
Een door een Amerikaanse luchtaanval getroffen brug op de weg tussen Roudan en Bandar Abbas in Zuid-Iran op 18 juli 2026.
Dat is precies wat de Amerikanen niet willen. Al snel na ondertekening van het memorandum moedigden de VS schepen aan om juist langs de kust van Oman te varen. En dat was weer onacceptabel voor de Iraniërs. Een week geleden bombardeerden zij een Indiaas vrachtschip dat de door de Amerikanen gepropageerde route langs Oman koos. Na die luchtaanval volgde vergelding op vergelding, en een week later is de oorlog weer compleet hervat.
Maar er speelt meer. Vali Nasr, gerenommeerd Iran-expert van de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore, schrijft in een opiniestuk in de Financial Times dat de grootste tekortkoming van de overeenkomst was dat ze „gebaseerd was op het behoud van het machtsevenwicht zoals dat bestond op het moment van ondertekening”. Dus: Iran dat de wereldeconomie afkneep door de Straat van Hormuz af te sluiten en president Donald Trump die wanhopig de zee-engte weer open wilde krijgen.
Washington, schrijft Nasr, was vastbesloten om dat machtsevenwicht te veranderen. Teheran was juist vastbesloten om het te beschermen.
Volgens deze analyse geloofde Iran geen moment dat de Amerikanen permanent genoegen zouden nemen met een deal die in Washington als een complete vernedering werd gezien. De vrees bestond dat Trump de wapenstilstand onder meer zou gebruiken om zich beter op een volgende aanvalsronde te kunnen voorbereiden. Helemaal onterecht lijkt deze verdenking niet: zo arriveerden er de afgelopen weken extra Amerikaanse militairen in de Golfregio en in Israël.
De Amerikanen zouden de deal volgens Iran slechts om tactische redenen gesloten hebben, niet omdat ze er echt achter stonden. Om hen tot eerlijke onderhandelingen te dwingen, denken de Iraanse machthebbers volgens Nasr dat ze de strijd „verder moeten escaleren dan de VS bereid zijn te tolereren”.
Ook deze gedachtegang draait weer helemaal om de Straat van Hormuz. Want als de Iraniërs zouden accepteren dat schepen langs Oman varen, verliezen ze de controle over de zeestraat en daarmee hun belangrijkste machtsmiddel in de strijd tegen een militair veel sterkere tegenstander.
Amerikaanse tegenaanvallen leveren weliswaar veel economische pijn op. Maar als oorlog onvermijdelijk is, aldus Nasr, „kan Iran die beter uitvechten voordat de VS de tijd hebben gehad om zich volledig te hergroeperen en de wereldeconomie de tijd heeft gehad om zich te herstellen”.
In die geweldsescalatie kiest Iran dus onder meer voor aanvallen op Jordanië. Het land reageert hiermee op de Amerikaanse verplaatsing van militairen vanuit de Golfstaten naar de verder van Iran gelegen landen Jordanië en Israël. Dit gebeurt mede omdat landen als Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar uit angst voor Iraanse aanvallen steeds huiveriger zijn om de Amerikanen hun bases te laten gebruiken, zeggen anonieme Amerikaanse legerfunctionarissen tegen The New York Times.
Maar zo veilig is Jordanië dus niet. Volgens de functionarissen slaagt Iran er steeds beter in om de Amerikaanse luchtafweersystemen te omzeilen. Zondagochtend meldde de Amerikaanse ambassade in de hoofdstad Amman dat Jordanië het internationale vliegveld en de haven van de zuidelijke stad Akaba geëvacueerd zouden hebben, iets wat de Jordaanse autoriteiten overigens ontkenden.
Deze schermafbeelding, afkomstig van op sociale media geplaatste videobeelden van 18 juli 2026, toont een pluim van zwarte rook en vlammen die opstijgen boven de stad Mangaf, ten zuiden van Koeweit-stad.
Jordanië is al decennia een trouwe bondgenoot van de VS. De luchtmachtbasis Muwaffaq Salti, honderd kilometer ten oosten van Amman, is een regionaal knooppunt voor de Amerikaanse luchtmacht. Er zijn bijna vierduizend Amerikaanse militairen gestationeerd.
Verschil met de Golfstaten is dat Jordanië de Amerikanen geen eigen basis heeft gegeven; ze zijn slechts te gast op bestaande vliegvelden. Dat argument gebruikt het land ook in gesprekken met Iran. Maar voor de Iraniërs lijkt het weinig verschil te maken of de bases al dan niet Amerikaans zijn; overal waar Amerikanen zitten is een doelwit.
Met zijn aanvallen op de Golfstaten en Jordanië bereikt Iran in elk geval dat die landen hun nauwe banden met de VS heroverwegen. Voordat Trump, op instigatie van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, zijn roekeloze oorlog tegen Iran begon, hadden deze landen immers nergens last van. De militaire band met de Amerikanen, die hen tegen bedreigingen van buiten moet beschermen, is een last geworden.
Net als de Golfstaten heeft ook Jordanië veel last van de oorlogen in de regio; het toerisme, bijvoorbeeld naar de in rotsen uitgehakte graftombes van de historische stad Petra, is opgedroogd. Iran benadrukt dat zijn aanvallen op de landen in de regio puur tegen de Amerikanen gericht zijn. Dit weekend riep Iran de Golfstaten op om burgers „uit de buurt van potentiële doelwitten” te houden. Meer aanvallen zijn dus waarschijnlijk.
Deze schermafbeelding, gemaakt op 19 juli 2026 uit een videofragment dat op 18 juli 2026 door het Amerikaanse Centraal Commando (CENTCOM) werd vrijgegeven, toont Amerikaanse troepen die volgens het leger voor de achtste opeenvolgende nacht aanvallen uitvoeren op Iraanse militaire doelen.
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →