:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18111902/180226BUI_2031666003_ICC1.jpg)
De lidstaten van het Internationaal Strafhof (ICC) kregen er vorige week een nieuwe kopzorg bij, terwijl ze zich opmaken voor een andere gevoelige kwestie. Vrijdag stemmen ze in New York over het al dan niet ontslaan van hoofdaanklager Karim Khan, wegens seksueel wangedrag richting een ondergeschikte medewerkster. Begin vorige week kondigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio een nieuw diplomatiek offensief aan, dat erop gericht is het ICC het werken onmogelijk te maken.
De Verenigde Staten zijn zelf geen lidstaat bij het Strafhof en de regering-Trump heeft er nooit een geheim van gemaakt een diepe afkeer te koesteren tegen het Strafhof, dat ze beschouwt als een bedreiging voor de eigen soevereiniteit. Maar Rubio ging met een videoboodschap en een opinie-artikel in The Wall Street Journal verder: „We zullen, zo nodig, het ICC steen voor steen ontmantelen.” En hij zei van bondgenoten te verwachten dat ze de VS in dit streven steunen. Dat geldt dus ook voor Nederland, gastland van het ICC, dat gevestigd is in Den Haag.
Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken toonde zich in een reactie niet zeer verrast door Rubio’s uitlatingen. „Maar we hebben wel zorgen over de verharde toon”, erkende een woordvoerder van minister Tom Berendsen (CDA) woensdag. „Nederland staat als gastland en verdragspartij achter het Hof en zijn medewerkers”, voegde hij er nog enigszins plichtmatig aan toe.
Dit klonk nogal voorzichtig en liet de vraag open wat Nederland nu zal doen. „Nederland is gastland van het Strafhof, in de stad van vrede en recht, en daarom kunnen we dit niet accepteren”, aldus Tweede Kamerlid Hanneke van der Werf (D66). „De bezorgdheid van de minister is terecht, maar mijn vraag is wel: wat gaan we met die bezorgdheid doen? Ik ben heel benieuwd wat er vanuit Buitenlandse Zaken achter de schermen met de Amerikanen is gewisseld en welke escalatieladder Nederland ziet als deze dreigementen van de VS echt concreet worden.”
„Er gebeurt ongetwijfeld van alles achter de schermen”, zegt Göran Sluiter, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Maar de Amerikanen wilden kennelijk weer even laten zien: wij vinden dat Strafhof nog steeds verschrikkelijk.” Sluiter wijst er op dat de VS in weerwil van Rubio’s uitlatingen overigens nog niet hebben gedreigd met sancties tegen het hele Hof, waarvan eind vorig jaar al even sprake was. „Het ergste zou zijn geweest als ze het hele ICC van het internationale betalingsverkeer en allerlei internetdiensten hadden laten afsluiten.” Dat gebeurde eerder wel als gevolg van sancties tegen hoofdaanklager Khan, enkele rechters en andere medewerkers van het Hof.
Ook VVD-Kamerlid Nicole Maes weet niet of de Amerikanen ditmaal echt willen doorbijten. „Het moet nog blijken of de soep zo heet wordt gegeten als Rubio in zijn opiniestuk suggereert”, laat ze via een woordvoerder weten. „Als er daadwerkelijk maatregelen volgen, moet het kabinet zich inzetten voor het Strafhof.”
De Nederlandse officiële reactie stak nogal bleekjes af bij die van onder meer de Europese Commissie en de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul. Een woordvoerder van de Commissie in Brussel noemde Rubio’s dreigementen vorige week „onaanvaardbaar” en onderstreepte dat „wij krachtig vasthouden aan het internationaal strafrecht”.
Minister Wadephul prees het Internationaal Strafhof als een instantie die „de wereld veiliger en rechtvaardiger maakt”. Duitsland is volgens hem niet van plan daaraan te tornen. „Integendeel: het is van het grootste belang het Internationaal Strafhof als onafhankelijke instelling te verdedigen en te beschermen.”
De laatste maanden is er kritiek te beluisteren op de nogal afwachtende houding die Nederland inneemt bij intimidatie van medewerkers van het Strafhof. Dat gold bij de sancties die de VS vorig jaar oplegden aan elf medewerkers van het ICC. Dat leidt tot veel hinder in hun dagelijks leven, onder andere omdat creditcards werden geblokkeerd.
Een van de critici is Ahmed Abofoul, van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq. Ook zijn organisatie kreeg afgelopen najaar Amerikaanse sancties te verduren, omdat ze had meegewerkt aan een onderzoek van het ICC naar Israëlische acties tijdens de Gaza-oorlog. Bij een lezing in mei in Den Haag beklaagde Abofoul zich over de geringe steun van Nederland. „Nederland heeft een hele nationale identiteit gebouwd op de plaats van Den Haag als centrum van het internationaal recht”, zei hij. Dan heeft het land volgens hem ook „de positieve plicht” om mensen die wegens hun werk met het ICC door intimidatie worden getroffen te beschermen.
Ook de voormalige ICC-hoofdaanklager Fatou Bensouda, die in haar tijd in Den Haag te maken kreeg met intimidatie door de Mossad nadat ze een onderzoek naar Israëls optreden in de bezette Palestijnse gebieden startte, sprak daar bij diezelfde bijeenkomst over. Bensouda zei dat ze niet de indruk had dat Nederland destijds ook maar iets had gedaan met haar klacht hierover.
Hoogleraar Sluiter meent dat Nederland soms meer zou kunnen doen als gastheer van het Hof en zich krachtiger zou kunnen uitspreken tegen bijvoorbeeld de Amerikaanse sancties tegen medewerkers die volgens hem te goeder trouw hun werk deden. „Dat is niet alleen onrechtmatig, het is ook schandalig. Zulke praktijken moeten niet gewoon worden. We moeten duidelijk maken dat die onaanvaardbaar zijn.”
Met medewerking van Pim van den Dool
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →