:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/09120220/090326BOE_2032134829_1.jpg)
Zoeken naar emotionele stabiliteit in roerige tijden. In de wereld van de zelfhulp is het al jaren een trend om hier filosofen of helden uit het verleden bij te halen. Niet alleen stoïcijnen zoals Seneca zijn er uitermate geschikt voor, ook Socrates wordt geregeld ingezet om de lezer wijsheid en inzichten te geven hoe in woelige, moderne tijden het geluk na te streven of een evenwichtig gemoed te behouden.
Nu is daar, anticiperend op de epische film The Odyssey van Christopher Nolan, De Odyssee Mindset van Sam Akbar. In dit zelfhulpboek, met als ondertitel ‘Navigeren door het leven in 7 tijdloze lessen’, biedt deze Britse classicus en klinisch psycholoog – ze noemt zichzelf een ‘psychoclassicus’- eeuwenoude inzichten „voor jouw eigen Odyssee”. Echt? Ja, echt.
Het klinkt inderdaad nogal bespottelijk om deze held uit de oudheid nu ook in te zetten als zelfhulpgoeroe en de manier waarop het boek op de achterflap wordt aangeprezen – „met praktische tips en oefeningen helpt Sam Akbar je een mindset te ontwikkelen waarmee je de uitdagingen van het leven durft aan te gaan” – komt nogal gratuit over. Toch weet Akbar met de inzichten die ze verschaft – als klinisch psycholoog werkt ze met getraumatiseerde vluchtelingen – bij vlagen te verrassen.
Ten eerste geeft Akbar aan het begin van haar boek een heldere samenvatting van de Odyssee (die ook zeer geschikt kan zijn voor scholieren) en beschouwt ze het epische gedicht van Homerus niet als een verhaal over jeugdig heldendom. Het epos gaat volgens haar juist over een oudere, getekende man die, uitgeput na een lange strijd, terug naar huis wil om zich bij zijn familie te voegen en zijn ervaringen te verwerken. Het gedicht weerspiegelt dan ook een ‘midlifereis’, wat volgens haar inhoudt: erfenissen van het verleden onder ogen zien, met veranderende identiteiten omgaan en een nieuw gevoel van thuis zijn en betekenis zoeken.
Akbar tekent Odysseus dan ook niet af als een held. In haar ogen is hij een complex personage vol tegenstijdigheden: loyaal en ontrouw, bedachtzaam en impulsief, zachtaardig en wreed. Hij is, zoals Homerus het noemt, ‘polytropos’, een compliceerd man, iemand met allerlei nukken en grillen en „dat maakt hem voor ons herkenbaar.” Die visie koppelt Akbar vervolgens aan wijze lessen die de Odyssee biedt en de belangrijkste daarvan is het concept van de ‘radicale aanvaarding’.
Iedereen, schrijft Akbar, begint met een levensscenario vol aannames en verwachtingen: goede gezondheid, interessante carrière, bevredigende relaties. Maar dat is fictie, uiteindelijk krijgen de meeste mensen te maken met pijnlijke scenario’s. Zo ook Odysseus. Aanvankelijk denkt hij, voordat hij naar Troje vertrekt, dat hij gevangen zal worden genomen of zal sneuvelen. Maar wat hij niet heeft voorzien is dat het hem, na deze oorlog, tien jaar zal kosten om weer thuis te komen. „Als koning van Ithaka zou zijn levensscenario meer zo hebben geklonken: wees sterk, wees een goede jager, trouw, krijg zonen, vergaar rijkdom en roem, sterf in vrede”, schrijft Akbar. „In plaats daarvan kreeg hij: ga vechten in een ongewenste oorlog, verlies al je vrienden en bemanningsleden terwijl je terug naar huis probeert te komen, ga naar de hel (de onderwereld), verander van identiteit om te overleven, slacht vrijers af, verlaat weer je huis, sterf in vrede.”
De enige manier voor Odysseus om hier doorheen te komen, stelt Akbar, is ‘radicale aanvaarding’: accepteren wat de situatie is, niet vechten tegen onveranderbare realiteiten om zo de kracht te ontwikkelen om nieuwe stappen te nemen. Het is deze levenshouding – de aandacht richten op wat wel te beïnvloeden is, ongemak en pijn erkennen en ook huilen (wat Odysseus geregeld doet) – waar we veel van kunnen leren.
Daarnaast wijst ze op de belangrijke en krachtige rol die vrouwen spelen in dit epos. Want ook al is duidelijk dat in dit verhaal de waarde van een vrouw in haar seksuele trouw ligt – iets wat van Odysseus niet wordt verlangd – vrouwen zijn in dit verhaal uiteindelijk „meer dan voetnoten” . Het epos wemelt immers van de interessante personages: Penelope is geen onnozele echtgenote die braaf wacht op haar echtgenoot maar een intelligente, tactische vrouw. Athene is een uiterst wijze godin en Helena bezit het onfeilbare vermogen om andermans stemmingen te peilen.
Zo wijst Akbar ook op de rol van Nausikaä. Het is deze jonge prinses die, wanneer in de zesde zang een verwilderde Odysseus is aangespoeld op het eiland van de Faiaken en naakt uit de bosjes verschijnt (hij houdt wel een lovertakje voor zijn kruis), niet hard wegrent. Ze blijft staan, luistert naar zijn verhaal en voldoet daarmee aan de oude Griekse plicht van xenia: ze toont gastvrijheid en vriendschap. Odysseus vormt voor haar geen bedreiging, stelt Akbar, integendeel: „Ze reageert door hem hulp aan te bieden zonder nadere uitleg te vragen. Het is een versie van psychologische eerste hulp. Eerst verbinden, dan pas vragen stellen.”
Door nadruk te leggen op de ‘xeniapraktijk’ pleit Akbar voor meer openheid jegens de vreemdeling in een wereld waar juist de xenofobie – de angst voor de vreemdeling – overheerst. Ze beschouwt Odysseus als de moderne vluchteling: „Over de hele wereld en zeker in het Middellandse Zeegebied, waar Odysseus zelf zijn geluk beproeft, leveren duizenden vluchtelingen zich over aan de genade van de zee om zich in veiligheid te brengen. Deze hedendaagse Odysseuzen weten niet wat voor een welkom hun wacht, als ze al welkom zijn. Zullen ze hulp en vriendelijkheid van vreemden krijgen of bij hun aankomst op protesterende burgers stuiten?”
Ook aan de minder positieve rol van de goddelijke nimf Kalypso, die Odysseus zeven jaar lang op haar eiland gevangenhoudt, weet Akbar een actuele draai te geven. Bij de mooie Kalypso, die hem geschenken en onsterfelijkheid aanbiedt, kan Odysseus een comfortabel leven leiden. Toch wil hij terug naar zijn sterfelijke vrouw, naar een leven met echte banden en liefde, wetend dat mensen een diepgewortelde behoefte hebben aan een leven dat juist telt omdat het eindig is. In feite, aldus Akbar, biedt Kalypso hem de ultieme lifestyle-upgrade aan: „niet verouderen, niet sterven, geen problemen, alleen maar eindeloze bevrediging.” Akbar trekt de vergelijking met wat een ‘consumptiegedreven maatschappij’ ons belooft: de juiste baan, de perfecte relatie, het ideale lichaam. Dat kan volgens haar niet genoeg zijn want uiteindelijk willen mensen, net als Odysseus, in contact komen met waarden die dieper gaan dan onmiddellijk comfort, weg van de ‘hedonistische tredmolen’.
Al deze analyses maken De Odyssee Mindset tot een aardig boek voor wie met een moderne blik naar dit beroemde epos wil kijken. Maar de vraag is of Akbar haar boek in de vorm van een populaire zelfhulpgids had moeten gieten. Is het nodig om, na de uitleg over ‘radicale aanvaarding’, de lezer de opdracht te geven zelf een ‘realitycheck’ te doen? Hebben we tips nodig hoe aan Kalypso’s ‘comfortzoning’ te kunnen ontsnappen? Moet je, om je eigen autonomie te bevorderen, net als Odysseus ‘je eigen vlot’ gaan bouwen of ‘je innerlijke Athene’ vinden? Ook de opmerking dat Homerus de kracht van emotionele intelligentie al heel goed begreep en dat men in de oudheid dus al gebruik maakte van AI – ‘antieke intelligentie’ – gaat echt een stap te ver.
Al dit zelfhulpjargon was, kortom, niet nodig geweest, evenmin als alle tips en oefeningen. Want in feite gaat Akbar daarmee voorbij aan wat de Odyssee voor haar in eerste instantie zo aantrekkelijk maakte: dat dit eeuwenoude epos uitnodigt tot eindeloze interpretatie, dat je je eigen fantasie erop los kan laten en je eigen conclusies kunt trekken. Want dat is immers toch de kracht van een goed verhaal?
Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →