Skip to content

Nooit was een WK zo’n show. En toch raakte de FIFA de regie kwijt

World
Nooit was een WK zo’n show. En toch raakte de FIFA de regie kwijt

„Fucking hell”, zei Ellis Grierson, een 23-jarige Schot in een kilt en blauw shirt, recht in de selfiecamera van zijn telefoon. Het was de rust van Schotland – Brazilië en Grierson stond op de omloop van het Miami Stadium. Hij hield een bierhouder met twee biertjes en twee kipburgers omhoog en vertelde zijn Snapchat-volgers: „Hier heb ik 52 pond voor betaald” (zo’n zestig euro). Voor zijn kaartje op de tweede ring had hij, vertelde hij even later desgevraagd, ruim tweeduizend pond betaald, zo’n 2.300 euro. De prijzen van het WK vond hij „crimineel.”

Toch genoot hij. De reis en sfeer waren „good fun”. En hoe vaak heeft een Schot nou de kans zijn land op een WK te zien? De laatste keer was 28 jaar geleden. En voorlopig, dacht Grierson, zou dit vast de laatste keer zijn; na een 3-0 nederlaag die avond werd Schotland inderdaad uitgeschakeld.

In de ziel van voetballiefhebbers botsten de afgelopen vijf weken die twee emoties: genot van het voetbal, afkeer van de toernooiorganisatie. Het voetbal op het grootste WK ooit wás enerverend. Kleine landen als Curaçao en Kaapverdië leverden heroïsche gevechten, terwijl toplanden als Duitsland, Kroatië en Nederland verrassend vroeg werden uitgeschakeld. Topspelers als Kylian Mbappé, Lionel Messi, Erling Haaland en Harry Kane piekten. In speelsteden en stadions bruiste het.

Messi wordt in de lucht geslingerd na de krappe overwinning op Egypte in de achtste finale (3-2); Vozinha van Kaapverdië hield Spanje in de groepsfase op 0-0.

Er was ook een andere kant. De exorbitante ticketprijzen leidden niet tot de vooraf gevreesde lege stadions, maar zorgden er wel voor dat, zoals een andere Schot op de omloop van het Miami Stadium zei, voetbal geen „working man’s game” meer is. Het toernooi had in de (Amerikaanse) stadions veel weg van een entertainmentshow, met het voetbal als handelswaar. De FIFA was van die grootste show op aarde de ultieme regisseur, maar verloor die regie tegen het einde van het toernooi door een belletje van Donald Trump over de schorsing van de Amerikaanse spits Folarin Balogun.

Wat betekende dit WK voor het mondiale topvoetbal? Was het een kantelpunt in de corrumpering van de sport door de FIFA, of bestendigde het voorval-Balogun slechts die trend?

AAAAAREEEE. YOUUUUUU. REAAAAAAADY? Het was een paar minuten voor Schotland – Brazilië en de omroeper van het Miami Stadium schreeuwde het nog maar eens uit. Hij en zijn twee collega’s, die elk tussen de supporters van één van de twee landen stonden, riepen het in de uren voor de wedstrijd vaker. SCOTLAND FANS, MAKE SOME NOISE! Of: BRAZIL, LET’S HEAR IT FOR YOUR TEAM! Net als in andere Amerikaanse stadions was er vlak voor de aftrap op de grote schermen een decibelmeter te zien: welke fans schreeuwden het hardst? (De Schotten, 123 decibel)

„Het heeft iets weg van een bioscoop”, zei Schotland-fan Grierson in de rust. Of: een theater, want de fans waren onderdeel van de show en de tv-kijker was de ultieme toeschouwer. In die show was vrijwel alles gesponsord en weinig spontaan. Zo werd het aftellen tot de aftrap door de omroeper aangezwengeld en gesponsord door het Saudische staatsoliebedrijf Aramco. En de supporters die tijdens de wedstrijden eventjes in beeld kwamen en recht in de camera ogenschijnlijk spontaan juichten? Die werden opgezweept door een producer. De ‘half time show’ die de finale 25 minuten zal onderbreken is de climax van dat spektakel.

Dat er bij de verplichte drinkpauzes vaak hard werd gefloten en gejoeld door fans, werd op tv zacht gedraaid. Omgekeerd werd op tv tijdens elke helft één keer FIFA-voorzitter Gianni Infantino getoond als hij bij een wedstrijd aanwezig was, terwijl hij op de schermen in stadions niet te zien was – vermoedelijk uit vrees voor de reacties.

Cheerleaders voerden een show op in aanloop naar de halve finale Spanje – Frankrijk (2-0).

Maar wie voorbij de show keek, zag ook een andere werkelijkheid. Waar in Mexicaanse stadions nog een pure voetbalsfeer te voelen was, oogden de Amerikaanse stadions als kathedralen van commercie en ongelijkheid. Veel fans mochten er door de strenge Amerikaanse visumregels niet zijn, of konden het niet betalen; omdat de visumaanvraag te duur was of door de kosten van de hele reis. Een Engelsman berekende deze week dat de loyaalste Engelse fans, die goedkopere kaarten kregen, minstens 35.000 euro kwijt geweest moeten zijn.

In de stadions zaten vooral de winnaars van de globalisering, de groeiende mondiale middenklasse voor wie een WK-wedstrijd duur was maar niet onbetaalbaar (fans vertelden opgetogen dat een kaartje ‘slechts’ 500 dollar kostte). Er waren ‘premium ervaringen’ te koop, met een luxere stoel, betere parkeerplek en lopend buffet, oplopend tot tienduizenden dollars. En terwijl normale fans rondom de stadions in lange files stonden, waren de beste toegangswegen gereserveerd voor ‘VVIPs’; FIFA-bestuurders, wereldleiders, oud-topvoetballers, superrijken en celebrities die met grote, zwarte SUVs voor de deur van het stadion werden afgezet.

Een supporter van Frankrijk ziet op een groot scherm in Toulouse hoe zijn team verliest van Spanje.

Egyptische fans voelden zich bestolen na de uitschakeling door Argentinië.

Palestijnse voetbalfans in Gaza juichten voor Egypte tijdens het WK.

Nederlandse fans aanschouwen de uitschakeling door Marokko.

Voetbalfans op het Indonesische eiland Ternate juichen voor Spanje.

Daarmee was vrij letterlijk te zien wat de Amerikaanse moraalfilosoof Michael Sandel ooit ‘skyboxificatie’ noemde: de groeiende fysieke afstand tussen de ultrarijken en de rest van de samenleving. Dat was symptomatisch voor het gebroken land waarin het toernooi grotendeels gespeeld werd. In de speelsteden was een uiteengevallen samenleving zichtbaar: in Houston gezinnen die in auto’s woonden, in Miami een huis waarvan de Uber-chauffeur wist te vertellen dat de bouw alleen al 155 miljoen dollar had gekost.

Aan bars en eettafels vertelden Amerikanen dat ze, om de lieve vrede te bewaren, niet meer met familie en vrienden over politiek praten, of dat ze überhaupt geen contact willen met mensen van „the other side”. Ondertussen schoot ICE weer een migrant dood, breidde het hooggerechtshof de macht van Trump uit en werd Elon Musk (even) biljonair.

Voor de tientallen miljoenen Amerikanen die het toernooi volgden bracht het WK een soort tijdelijke culturele wapenstilstand. „Het fijne aan dit succes is dat politiek even niet tussen mensen in staat”, zei Jessica Merrill bij een watch party van een wedstrijd van de VS, „maar dat we elkaar weer eens als mensen zien.”

In Boston dansten ondertussen Schotten samen met Irakezen, in Vancouver Turken en Australiërs samen op „Sweet Caroline”. In Los Angeles zongen Engelsen en Bosniërs samen de Bosnische hit „I am from Bosnia, Take me to America”.

Noorse fans gingen viral met hun ‘roei-act’, Schotten vierden uitbundig feest

Dat is het deel van een WK dat de FIFA „niet kan ondermijnen”, schreef de Britse journalist Rory Smith. „Het is wat plaatsvindt buiten de stadions, op de straat, ver weg van de woekerprijzen, luxe en kunstmatigheid. Dat is het deel van het WK dat toebehoort aan de fans, het deel dat ze niet kunnen uitbuiten, niet kunnen verpesten en niet van ons kunnen afpakken.”

Is dat feest verpest door de ‘Balogun-affaire’? De rode kaart werd gegeven na lang aarzelen van de videoscheidsrechter (VAR); dat de Amerikaanse voetbalbond in beroep ging was ongewoon, maar niet onbegrijpelijk. Gaf het telefoontje van president Trump naar Infantino vervolgens de doorslag, waarna één lid van het disciplinair comité van de FIFA de straf ongedaan maakte? Of vond dat lid de overtreding simpelweg geen rood waard?

De mist daarover zal misschien nooit helemaal optrekken. De vraag is of dat uitmaakt: Trumps telefoontje trok hoe dan ook de façade van een apolitiek toernooi weg, en herinnerde de wereld eraan dat het WK wel degelijk in dat land met die president gehouden werd, georganiseerd door die voetbalbond met die voorzitter.

De ‘Balogun-affaire’ voedde complottheorieën over een partijdige toernooiorganisatie die behalve de VS ook Argentinië zou bevoordelen

Europese voetbalbonden spraken zich afgelopen weken hard uit tegen de ingetrokken schorsing en hadden het over het overschrijden van een „rode lijn”. Maar of dat een definitief kantelpunt is, moet blijken. De voetbalwereld zag hoe arbeidsmigranten stierven bij de bouw van de stadions in Qatar, hoe Trumps ego gestreeld moest worden met een verzonnen FIFA Vredesprijs en hoe Infantino het WK 2030 op drie continenten laat plaatsvinden, zodat in 2034 Saoedi-Arabië aan de beurt is.

Toch werd Infantino herkozen. Toch werden WK’s sportieve successen. Toch bleven fans kijken.

Wereldkampioenschappen hebben namelijk altijd twee gezichten. 2022 was het toernooi van Lionel Messi én van de overleden arbeidsmigranten die de stadions bouwden waarin hij schitterde. 2014 was van een oppermachtig Duitsland én van de harde ongelijkheid in de favela’s rondom de Braziliaanse stadions. De winst in eigen land van Argentinië in 1978 omschreef de Britse journalist Jonathan Wilson in zijn boek The Glory and the Power als een „overwinning in een tijd van terreur”.

De herinnering aan dit toernooi wordt ontegenzeggelijk door Trump en Infantino gekleurd. Hóe nadrukkelijk, hangt ook af van Trumps dominantie bij de finale zondag. Maar de geschiedenis van een WK laat zich nooit volledig door autocraten kapen. Het WK 2026 was óók van de Kaapverdische keeper Vozinha, van de trotse Congolezen na hun gelijkspel tegen Portugal, de voor even verbonden Amerikanen, van de Curaçao-spelers die tijdens hun WK-debuut met kippenvel op het veld stonden en van de Haïtianen die voelden: wij doen er nu ook toe.

FIFA-baas Gianni Infantino kreeg veel kritiek door zijn besluit om Trump de ‘FIFA vredesprijs’ uit te reiken.


Source: NRC — This article was automatically imported from the source. Read full article at original source →

NR
Originally published by NRC nrc.nl
Visit original article

admin

Leave a Comment